zondag 17 september 2017

Putten

Hein Tunnissen
Putten
Laatst hoorde ik van iemand dat de jongens van ‘De Bunker’ in Drachten eigenlijk vooral een motorclub vormen. Beetje mooi weer-rijders dus, want van oktober-november tot eind april gaat de motor in het vet en rijden de heren dus verder als slotraceclub. Dat was voor mij welkome informatie, want toen begreep ik meteen waarom die jongens eind april al met het zomerreces beginnen als het om de slotracerij gaat. Ik vond die lange lentevakantie, overlopend in een hele grote zomervakantie en uitlopend in een hele grote herfstvakantie wel een beetje overdreven. Toen ze dan ook de huur niet meer konden ophoesten, vond ik dat wel zielig, maar ik dacht ook meteen: wie wil er nou lid zijn van een club die zeker de helft van het jaar gesloten is?
Het blijkt dat Klaas Bos zich het lot van die Friese knapen heeft aangetrokken, want hij heeft de heropening van zijn winkel precies aan de vooravond van het seizoen 2017-2018 gepland. Wat is het idee? De mannetjes van ‘Die Bunker’ zetten op zaterdagochtend 7 oktober allemaal de helm op de kop of trekken die over de oren en dan rijden ze in optocht naar Putten. Dat is een niet al te grote afstand, dus dat moet lukken. Ik vind het een prachtig idee: de combinatie van twee liefhebberijen op één dag en een leuk ritje van Drachten naar Putten. Is, afhankelijk van de gekozen route iets meer of iets minder dan 130 kilometer. Moet kunnen. Want dat rijden wij op vrijdagavond namelijk al met een slotcar!  Kunnen ze op zondag mooi de warmgedraaide motor oppoetsen en volsmeren met zuurvrije vaseline voor de winterslaap. Niet vergeten de accu aan de druppelaar te hangen!
Wij, de vrienden van Amazingslotcarracing te TE hebben voor dit soort gedoe een speciaal VW-busje in stemmig diepzwart. Eigenlijk is het een stretched keverlimo. Daarmee kunnen we dus lekker naar Putten tuffen en onderwijl babbelen we dan wat over zaken die ons zoal interesseren, maar meestal over slotcars. Ik denk ook dat er dan in Ermelo nog een tussenstopje wordt gemaakt om wat poen te pinnen. Er zijn er namelijk onder ons die met de bankpas niet helemaal te vertrouwen zijn (zegt hun vrouw) en dat is natuurlijk een dingetje waar die Klaas Bos in ruil voor een zak patat handig gebruik van maakt. Maar goed, die wijven hebben daar wel punt!
Je koopt tien kleine zakjes met feestkorting en je rekent zomaar €84,50 af. Dan moet je nog die nieuwe auto hebben, want daarmee spaar je de porto uit, zes setjes Scaleauto schuimbandjes want anders kun je niet rijden, laat staan een beetje meekomen en als je dan toch aan het tjoenen bent, moeten er ook nog maar een paar rechte asjes bij inclusief die poepdure world champion naaldlagers van NSR, zodat je uiteindelijk met rode wangen bijna €300 hebt betaald voor je zak patat en dan laat ik de kwestie van de kosten van het carpoolen nog maar even buiten beschouwing.
Nu staat daar wel heel wat tegenover. Natuurlijk een leuke & gezellige clubdag en de ontmoeting van talloze gelijkgestemden, sommige zelfs BN-er! JeeWee van Capelleveen zit in een apart hoekje exemplaren van zijn nieuwe Racebaanboek te signeren, die hij daarna gratis weggeeft. Now we’re talking! Fleischmannparadijs en Fleischmann Zutphen hebben buiten op de stoep een kraampje ingericht met allemaal vintage. Deze antiekmarkt geeft de feestelijke heropening van de moderne slotcarzaak nog meer glans.
Noorderling Fokko Zoutman geeft ’s middags twee workshops. De volgorde is nog niet helemaal duidelijk, maar de onderwerpen wel. Hij zal zeker uitgebreid spreken over de al dan niet beleefde omgang met Duitsers in relatie tot slotcarracen in Duitsland op Carrerabanen en hij zal een boekje opendoen over alle nadelen van auto’s op een Scaleauto-chassis, namelijk het gebrek aan handleidingen en de bittere noodzaak om ieder chassis om de zes weken weer helemaal recht te trekken met een richtbank dankzij talloze loslopende bouten en moeren.
Wat ook zeker aardig is, is de kunst van het herkennen, want ongetwijfeld staat er straks een onopvallend autootje met Fries kenteken in een zijstraat wat verderop geparkeerd waaruit een capuchon met zonnebril stapt ter spionage. Herkennen wij daar de eigenaar van Slotracing2Go? En horen wij daar achterin, achter die stellingkast een onvervalst Brabants accent? Mogelijk de charmante eigenaresse van SRHW.com uit Oirschot? Als dat zo is, dan zal die boomlange Tom Peters ook wel ergens staan, want dat is een netwerker in optima forma.
Het is niet aan mij om alles te verklappen, maar ik raad eenieder dringend aan zaterdag 7 oktober vrij te houden. Zeg desnoods tegen je vrouw dat je moet overwerken en dat het echt niet anders kan. In zekere zin is dat nog waar ook! Zeker voor Alphons P., want die demonstreert zijn mobiele 3-spoorsdemobaan op accu’s! Een primeur! CU!

    

zondag 10 september 2017

Spijkertje

Hein Tunnissen
Spijkertje
In het leven van een slotcarracer leven een paar vragen die in feite dat leven domineren: Waarom rijdt een slotcar goed en wat moet ik doen om mijn slotcar beter te laten rijden? Een goed verstaander begrijpt hieruit meteen dat goed en beter natuurlijk synoniem zijn met hard en harder, maar ook linken aan wegligging en rijgedrag. Een stuiterkont is niet bepaald een wenselijk type, terwijl ook een staartglijder niet echt op applaus hoeft te rekenen. Nu geef ik even een voorbeeld van hoe secuur iemand te werk moet gaan om de status ‘goed’ te bereiken. Het uitgangspunt is een nagelnieuwe slotcar: Verwijder de banden en kijk de velgjes na op plestic spikkels die soms achterblijven. Verwijder die. Verwijder ook de motormount en kijk die ook na op van die spikkels. Hetzelfde doen we met het chassis.
Ik bedoel: als zo’n ding van tachtig euro al niet rijdt vanwege een paar achtergebleven plestic hutseflutjes, wat is dit dan in godsnaam voor een sport? Zwijg ik nog maar over de controle van de assen (Zijn ze recht?), het vastlijmen van de lagers met hotmelt, het nauwkeurig afstellen van de tandwielen en de achteras en het onmiddellijk vervangen van de geleideschoen die af fabriek echt recht de prullenbak in kan, inclusief de slepers die minstens zo waardeloos zijn. Opgeteld is dit de standaard donderpreek op internet om uw slotcar ‘goed’ te laten rijden.
Wij, de professionals van Amazingslotcarracing te TE, hanteren de eenvoudige vuistregel ‘een stille kar is een goeie kar’, hetgeen meestal wel waar is. Heb je bijvoorbeeld een leuke Ninco, dat blijkt dat ding op de baan een klereherrie te maken dat je moet vrezen dat ieder moment de tandwielen door het dak naar buiten zullen komen. Maar dat valt mee. Slechts een enkele keer vliegt zo’n product in de hens, maar in de vitrine is dat voor zover wij weten nog nooit gebeurd.
Een dingetje dat veel meer onze aandacht zou moeten hebben dan dat braampjes-gedoe is het gegeven binnenwiel versus buitenwiel. Het laatste draait of moet sneller draaien dan het binnenwiel om wringen te voorkomen. Zo is het in het echt, zo is het op onze baan. Aannemelijk is nu dat naarmate de grip beter is, het fenomeen zich des te ernstiger zal voor doen. Op internet hebben wij vaak gelezen over de zero-grip banden voor, maar als dat een oplossing is, dan is het de vraag hoe het achterop gaat, waar wij alles, maar dan ook werkelijk alles doen om de band met de baan te doen verkleven. Max-grip bij voorkeur.
Bij grote auto’s draaien de aangedreven voorwielen onafhankelijk van elkaar. Als het buitenwiel sneller wil draaien, ga je gang! Bij aangedreven achterwielen zag je vroeger altijd een differentieel, een mechaniekje om dat mogelijk te maken. Er waren zelfs slotcars die dat hadden, maar zij die zich deze techniek nog weten te herinneren, weten ook dat de tandwieltjes in het bolletje oneindig kwetsbaar waren. Geen oplossing dus. Wij te TE gingen echter niet bij de pakken neerzitten en vroegen een expert zijn visie te geven op onafhankelijk draaiende voorwielen, juist omdat het probleem zich daar nog ernstiger lijkt voor te doen.
Zo kon het gebeuren dat wij allen gezellig rond de tafel zaten met koffie, koek, koekjes, muffins, cup cakes, speculaas, donuts, marshmallows en een flinke bak M&M’s voor een echte & gezellige workshop. Nodig een holle as dia drie millimeter (Krikke), secondelijm van Pattex, één wattenstaafje van Kruidvat, WD40 (Action) of een of andere niet geparfumeerde olie (Aldi) en een paar kleine spijkertjes (C. van der Meulen’s IJzerhandel, Amsterdam) met zo’n mooi koppie. Sommige spijkerkoppen hebben een leuk profiel dat soms zelfs een beetje doet denken aan de wielmoer van zo’n oude groene MG. Heel geschikt dus, meteen een pond kopen!
Na de inleiding zaten wij even later allemaal een eigen auto van de vooras te ontdoen, waarbij onze docent kritisch toekeek of wij geen materiaal verspilden. Wat ogenschijnlijk nutteloos lijkt, kan later nog altijd van pas komen. Dus voorzichtig zijn met weggooien!  Wij waren in onze nopjes: de investering die wij hadden gedaan voor deze cursus bracht zijn geld wel op! Nadien zaagden wij allemaal een voorasje op maat, waarbij wij heel goed op moesten letten het asje niet te knakken of allerlei braampjes naar binnen te duwen. Om te voorkomen dat de secondelijm alles aan alles plakt, moet er met het wattenstaafje royaal WD40 of olie opgebracht worden waar geen lijm mag komen. Vergeet de naaf niet! Vergeet de lager niet! Nadat het eerste wiel is bevestigd, kan het tweede erop worden geschoven. Is het tweede spijkertje eenmaal in het asje gelijmd dat zit de boel mooi vast. De wieltjes draaien nu onafhankelijk. Waar wij ooit met 14 seconden begonnen, rijden wij nu tegen de zes aan. Mooi met een Hollands Spijkertje!
 


zondag 3 september 2017

Krant

Hein Tunnissen
Krant
Wij, de vrienden van Amazingslotcarracing te TE, hadden enige tijd geleden een erg leuk en informatief stuk (‘artikel’) in het Dagblad van het Noorden, meestal aangeduid met DvhN. Wij waren er bijzonder tevreden over, ook al omdat de fotograaf bijzonder goed zijn best had gedaan en een paar prachtige platen had gemaakt van de buiken van de mannen achter de racetafel met een controller in de knuist alsof het een wijwaterkwast betrof, benevens een qua toonzetting goed uitgebalanceerd verhaal waarin werd gepoogd uit te leggen dat deze sport inderdaad een sport is, helemaal niet kinderachtig en op ons niveau om den drommel niet eenvoudig.
Zo zien wij dat namelijk zelf ook! Tot weken later werden wij te pas en te onpas op straten en pleinen aangesproken, waarbij de jasjetrekker of schouderklopper aan dat verhaal refereerde. Waarbij wij meestal moesten constateren dat men, helaas, nauwelijks een letter gelezen had, maar vooral naar onze kekke Ferrari’s had gekeken die op de foto’s waren afgebeeld. Nu is het inderdaad wel zo dat een krantenfotograaf al snel de neiging heeft om de camera met het onderwerp-in-beweging mee te trekken, zodat het object (wielrenner, raceauto, dressuurpaard etc.) scherp wordt afgebeeld, tegen een wat wazige achtergrond. Precies andersom dan de mens normaal gesproken ervaart, maar dat is nu eenmaal de krantenaanpak.
Het gevolg was onbedoeld, dat niemand zag dat het weiland op de achtergrond in werkelijkheid gewoon een stuk groen goedkoop karpet van Kwantumhallen is, dat daar vooral ligt om alle rommel onder de racetafel te verhullen. Exact, zoals decor in het theater dat doet. Nee, dat wij door deze publicatie nog lang geen BN’ers waren, werd ons steeds meer duidelijk. Maar veel erger is dat die luitjes daar in Eindhoven (Lees: Best) keer op keer kans zien om volle zalen te trekken en de kolommen van de courant te halen. Ditmaal het Eindhovens Dagblad, in de volksmond ED. Nu is dit een krant van zeer geringe importantie met nauwelijks meer dan 100 betalende lezers, maar toch wederom een verhaal, photo’s daarbij, vermelding op de website en Facebook met al die overdreven likes. Paul voor en Paul na! Wat een stelletje hielenlikkers!
Meer nuchter beschouwd moeten wij constateren dat het met zo’n prachtige ruimte en twee magnifieke banen natuurlijk helemaal niet zo’n kunst is om een beetje PR te bedrijven zodat je in die krant komt. Dat verhaal van PSV kennen die Eindhovenaren onderhand wel: huilen met de pet op. En wat nog veel erger is: ze kunnen niet tegen hun verlies. Dat raakt meteen aan de kern van het verhaal over de testdag in Best: beheersing, beheersing en nog eens beheersing! Ik ga hier verder niet uitleggen wat daarmee wordt bedoeld, maar de winnaars onder ons begrijpen dit wel.
Zo hadden wij laatst een race waarbij het ons ons zo godsgruwelijk tegenzat, dat wij elkaar al met Mclaren begonnen aan te spreken. Vlak voor de race demonstreerde ik een leuke gadget op mijn controller met een auto, die -let wel- tot dat moment meer dan fantastisch reed. De truc is dat je de trigger vol intrekt, nadat je de remknop hebt ingedrukt. Op het moment dat de lampen uitgaan, laat je die knop los en de auto raast naar voren. Kijk maar, riep ik nog vol bravoure!
Bengs! Vol in de muur, hele schoen krom, as krom, voortrein ontzet en de motor uit zijn veren geslingerd. Niet echt de conditie om een endurance te beginnen. Tenzij je een ramp wilt zien.
Later mochten wij de reserveauto inzetten (van de vrouw een onzer, weinig kilometers dus) en omdat wij op dat moment al meer dan 36 rondes achter lagen, besloten wij tot de harde aanval, namelijk het uit de baan rijden van de tegenstander, door in de bocht er even de schouder tegenaan te zetten. De tegenstander gaf geen krimp en wist zich moeiteloos te beheersen. Iedere bocht bleef hij even een stukje achter ons rijden, om ons meteen daarna soepel te passeren. Over beheersing gesproken! Nee, hard rijden met een slotcar is geen kunst, maar beheerst rijden, daar gaat het om. Maar zoiets lezen die analfabeten natuurlijk toch niet in het DvhN.
Enige dagen na de Beste Testdag was ik op bezoek bij een slotcarracer in ruste. Waar ik het aan te danken had weet ik niet, maar ik mocht mee het Walhalla in en wat daar niet allemaal stond! Niet te kort! Ik vind persoonlijk dat die inktkoelies van De Limburger daar weleens een verhaaltje over mogen schrijven. Want je moet niet alleen weten wanneer je je moet beheersen, je moet vooral ook goed weten wanneer je moet stoppen. Met of zonder remknop.



    

zondag 27 augustus 2017

Rijrichting

Hein Tunnissen
Rijrichting
Zij die een gloeilamp (huh?) in een fitting kunnen schroeven of een ledlamp vast kunnen klikken, kunnen meestal ook wel uit het hoofd een hotelschakeling tekenen. Zo’n rare grap waar niemand bij stilstaat: de lamp die je boven aan de trap hebt aangemaakt, beneden in de gang uitmaken. En dat oneindig vaak, in willekeurige volgorde. Elektra blijft dus boeiend, maar is soms ook verrekte lastig. Denkend aan die hotelschakeling geef ik u de volgende sudoku:
‘Hoe kan een auto op een analoog circuit een wissel passeren? Kan hij dan alleen maar rechtdoor rijden, waarbij de wissel wordt genegeerd of moet hij na de wissel verder rijden op een andere track en hoe weet de controller dat dan?’
Het is een lastige kwestie omdat de fabrikant onder de wissel allerlei dunne draadjes heeft aangebracht die de stroom van de ene track naar de andere moeten brengen of waarmee zogenaamde deadspots worden omzeild.  Ninco-wissels bijvoorbeeld zitten vol met deadspots, om gek van te worden. Hoe dan ook, het is een lastige kwestie omdat je vroeger helemaal niet over dit soort kwesties hoefde na te denken. De stroom op track één, was na een rondje rijden nog steeds de stroom op track één, en bij een viersporenbaan had je dit dus vier keer naast elkaar. Alles strikt gescheiden, alles keurig overzichtelijk. Bij een wedstrijdje rijd je dan twee of vier heats, waarbij je je controller per heat in de juiste aansluiting klikt. Simple comme bonjour!
Wij te TE doen niet anders, waarbij iedereen mooi op een rijtje staat in de dezelfde volgorde als de stopcontactjes. Ordelijke mannen, dociele sukkels! Maar haal je het nu in je botte harses om op diezelfde baan digitaal te gaan racen, dan wordt het een heel ander verhaal. Je hebt dan namelijk te maken met òf Ninco, òf Scalectrix Digitaal òf Carrera òf Slot.It, of een combinatie hiervan.
Iedereen die ooit in Italië is geweest, weet dat je de stekker van je scheerapparaat niet zomaar uit het stopcontact moet trekken, maar dat je met de andere droge (!) hand dit inbouwstopcontact pal naast het wasbekken moet tegenhouden. Er zijn namelijk twee mogelijkheden: of je trekt een stuk muur met dat stopcontact de badkamer in, of je trekt dat hele stopcontact inclusief twee meter bedrading rechtstreeks los van de meterkast zes verdiepingen lager. In het laatste geval is kortstondige elektrocutie waarschijnlijk; in het eerste geval houd je er op zijn minst een gekneusde voet aan over vanwege die klont steen die meekomt. In Spanje kan iemand exact hetzelfde overkomen, met dat verschil dat er geen spanning op het stopcontact staat. Gewoon niet aangesloten. In principe is dat dus wel veiliger.
Slot.It Italië en Ninco Spanje. Die twee verbinden is natuurlijk de goden verzoeken. Ooit las ik op een slotcar-website de vragen van belangstellenden en ik moest op een bepaald moment zo verschrikkelijk hard lachen dat mijn vrouw mij korzelig vroeg of ik me niet zo verschrikkelijk wilde aanstellen. Zij wist niet waarover het ging, maar toen ik het haar had uitgelegd (zo goed en zo kwaad als dat ging), moest zij zelf ook zó hard lachen, dat de buren er beslist iets van gedacht moeten hebben. Onze bed sprong namelijk gewoon op vier poten door de slaapkamer!
Enfin. De vraag was: “Ik heb mijn slotracebaan aangesloten op de transformator (rood) door de pennetjes in de gaatjes bij het startstukdeel te duwen. Het regelaartje heb ik met het driepolige stekkertje in de aansluiting daarnaast geduwd. Nu rijdt de auto achteruit! HOE KAN DAT?” Ik heb die beste man meteen een mailtje gestuurd dat hij de pennetjes van de transformator moest omdraaien. Ten overvloede schreef ik nog: ‘Plus en min, hè?’ Maar dat bleek hij wel goed te hebben gedaan.
De vraag van vandaag: Wat is er dan wel fout gegaan bij deze slotcarracer? Het antwoord zal ik zelf maar geven, want dit verzint u niet. De auto stond verkeerd om! Stomtoevallig boven op de witte pijl op de baan die aangeeft wat de rijrichting is. Op die website stonden nog tal van andere grappige vragen en opmerkingen die mijn vrouw en ik samen hebben liggen lezen, wat wel een beetje jammer was want we hadden eigenlijk hele andere plannen. Maar daar is niets meer van gekomen.

Wat ik wil zeggen is dit: niet iedereen heeft verstand van elektriciteit en velen beginnen al misselijk te worden als het issue ‘gelijkstroom of wisselstroom’ te berde wordt gebracht. Laat staan het ontwerp van een hotelschakeling voor een woonkamer met vier deuren en evenzoveel schakelaars. Met die mensen zal ik het dan ook niet hebben over mijn vermetele poging om Ninco-wissels in een Fleischmannbaan in te bouwen op basis van aanwijzingen van Slot.It. Na zes dagen onder mijn tafel met draadjes te hebben zitten prutsen kan ik nu alléén en waarschijnlijk voor eeuwig alléén, met één regelaar op alle vier de tracks rijden, zowel linksom als rechtsom. In Rome wordt dit wonder met aandacht bestudeerd! 

zondag 20 augustus 2017

Muzak

Hein Tunnissen
Muzak
Ieder mens heeft weleens last van een zoemend oor. Een flinke klap op dat oor of pijnlijk diep wroeten met een wattenstaafje geeft vaak de gewenste opluchting. Dat zoemen of suizen treedt bij mij vaak op als ik te TE aan de racetafel sta. Ineens, zonder enige waarschuwing vooraf, begint het suizebollen. Gek genoeg meestal in één oor en dan ook nog het rechter. Op een nacht, toen ik naar huis reed na weer een bijzonder gezellige avond, nam ik mij voor om een week later het probleem te analyseren. Want gek genoeg heb ik er thuis nooit last van en ergens anders eigenlijk ook niet. Het is dus niet echt een leeftijd-dingetje.
In mijn smartphone noteerde ik suizebollen, want dat is wel een leeftijdgebonden manco: na een week nog weten dat je iets moet doen, maar absoluut niet wat! Mijn vrouw heeft er verschrikkelijk veel last van en kennelijk is het besmettelijk, want ik begin het ook te bespeuren. Enfin, die vrijdag, twiedeletwiet in mijn broekzak en dat was het alarm ‘suizebollen’! Grappig genoeg was het fenomeen al begonnen. Ik startte maar eens met de vraag ‘Waarom alleen rechts?’ De gaskachel kon het niet zijn want die ruischt vooral in het linkeroor. Daarbij heeft Marcus Aurelius besloten die kachel uit te schakelen sinds Kamp voor Sein Kampf naar Grunn afreisde. Een helpende hand en dus nobele daad, zo kunnen we wel stellen.
Maar wat was er dan rechts? Door intensief te luisteren meende ik eerst dat het de ACD-regelaar van Alphons was, maar die reutelde eigenlijk meer dan het ruisen waar het mij om te doen was. Ik (draadloze Slot.It) deed een flinke stap opzij en hoorde Muzak! Ik weet niet of u dit verschijnsel kent, maar Muzak is iets verschrikkelijks. Althans, in de vorm die wij thans nu kennen. Het is negeer-muziek, het is muziek die je voortdurend doet afvragen ‘Hoor ik nou wat?’, het is muziek waarvan je eigenlijk niet weet waar je ‘m hoort. Zoals kauwgom zonder smaak of het vlees van plofkippen zonder een dikke fledder saus. Iedere vorm van dynamiek is weggecomponeerd en het neuzelt dus maar door.
Marcus Aurelius heeft ooit een soort van Action-audioinstallatie gekocht waarbij de kwaliteit vooral schuilt in de vormgeving van de boxjes en het front van het eigenlijke apparaat waarop die dingen moeten worden aangesloten. Met een wat blauwig gekleurd display. Nu is dat beslist een verstandige aankoop geweest want dat ding doet het al zo lang als ik daar over de vloer kom, maar hij heeft ‘m ooit afgestemd op een of andere non-descripte zender met muzak die je nergens anders kunt ontvangen. Toen ik dat eenmaal had begrepen, was het geruisch meteen over. Godzijdank! Eerlijk gezegd was er nadien niet de gelegenheid om er verder op in te gaan, maar hij heeft mij later nog weleens verteld in welke uithoek van Westerwolde deze Quasimodo Radio Luxemburg van het Grunninger platteland is gevestigd.
Persoonlijk word ik er helemaal gestoord van. Ik ben meer als de Stig die bij zo’n slordige 285 kmh ontspannen naar Symphonie nr 3 van Brahms of naar de wat minder populaire werken van Vivaldi luistert. Of ik zou kiezen voor een stevige rockopera of voor lekkere Boogie Woogie, gespeeld door het Rob Hoeke Boogie Woogie Quartet. Mijn auto bijvoorbeeld heb ik dan ook vooral uitgekozen vanwege het af fabriek ingebouwde Cabasse Auditorium (made by Bose). Good Lord, wat een sound! Hoe dan ook: met muziek rijd je beter, met muzak word je seniel met oorsuizingen.
Om te voorkomen dat mijn kompanen straks aan de door mij gebouwde Fleischmann 4-sporenracebaan ook last van hun oren krijgen, heb ik onverwijld op de computer het programma Spotify geïnstalleerd. Het geluid naar keuze van deze ultramoderne Jukebox wordt weergegeven via een dikke Quad Amplifier die het geluid naar bijpassende boxen stuurt. Wat heb ik gedaan? In de rommelbox met losse Fleischmannbaanbrokstukken vond ik nog wat kombochten. Door er vier aan elkaar te klikken krijg je al bijna een speaker! Is dat niet grappig? Het gat binnenin heb ik opgevuld met een ronde schijf van 20mm watervast multiplex waarin Model 8 van Bose past. Dat is de befaamde plafondspeaker van dit merk. Vooral bedoeld om in winkelcentra royaal en zonder enige terughoudendheid muzak over de hoofden uit te strooien. Bij mij dus niet! Dat wordt eerder Carrerarock van Kraftwerk met ‘Fahren, fahren, fahren auf der Autobahn’.




zondag 13 augustus 2017

Massa

Hein Tunnissen
Massa
Af en toe kijk ik nog weleens op de website van Fleischmann Paradijs. Meestal wip ik dan ook even aan bij Fleischmann-Zutphen. Gewoon effe koekeloeren. Beide webshops hebben nog steeds heel veel materiaal en onderdelen van het roemruchte merk, dat nu alleen nog bestaat dankzij de elektrische trein. Ik blader door de verschillende webpagina’s met de nodige scepsis: ‘Wie wil dit nog?’
Maar als je dan de reacties leest van die tevreden klanten, dan krijg je toch het gevoel dat slotracen nog niet helemaal morsdood is. Van de andere kant is ook wel duidelijk dat de verkoop geen topinkomen oplevert, hoewel de prijzen soms best wel pittig zijn. Beide websites richten zich op de massa, de tapijtracer, maar is dat niet de hond in de pot? Mij doet het vooral denken aan Post.NL dat - met dank aan email en Messenger - gestaag op de afgrond afstevent en daarom de prijzen van de postzegels verhóógt.  Zelf zou ik dan meer de neiging hebben die prijzen juist te verlagen, zodat de consument eerder redeneert ‘Ach kom, laat ik nog eens een verjaardagskaartje sturen!’ in plaats van die valse Facebook-groet ‘Proficiat!’ of het synoniem ‘Gefeliciflapstaart!’
Op Marktplaats verschuilen zich een paar mannen die het economische verhaal een stuk beter begrepen hebben. Rob, Ralf, Sytze en Martin vragen hele redelijke prijzen voor hun racebaanartikelen waaruit je kunt afleiden dat zij ook wel begrijpen dat het geen booming business is. Of wordt. Neem nu Martin! Die bood onlangs de lange bochten (3112) van Fleischmann aan voor zeven vijftig pro stück! Je wilt niet weten hoeveel de grote jongens daarvoor vragen! Dat gaat in de richting van verdubbeling. De verdediging luidt dat het een zeldzaam baandeel betreft. Ach ja, al die duizenden jonge kinderen die een vier- of zesspoorsbaan onder de eettafel willen uitleggen moeten natuurlijk allemaal die 3112 hebben, want die zat nooit in de dozen! Flauwekul natuurlijk! De waarheid is dat de markt vrijwel is opgedroogd. Voor degenen die zonodig een wat grotere baan willen aanleggen: er zijn er nog zat!
Ik weet dat omdat ik sinds enige weken het tapijtracecircuit volledig ben ontstegen. Had ik eerst een tweespoorsbaan van Fleischmann onder het dakbeschot van bescheiden afmetingen (rechte eind 10 meter), sinds kort beschik ik over de grootste particuliere slotracebaan van Nederland. Niet mijn woorden, maar een uitspraak van een gast die zowat steil achteroversloeg bij het zien van die baan. Het is een kopie van De Bunker in Drachten (Fleischmann) en ik heb er de fouten uitgehaald, maar dat beweer ik dan weer zelf. Het aardige van het verhaal is dat het mijn tweede baan is en dankzij mijn eerste geknutsel is de tweede procenten beter. Kan dat dan? Ja! Natuurlijk is ieder baandeel gelijk en eigenlijk ook even oud, waar je het ook koopt. Maar de ondergrond en de manier van op elkaar aansluiten, maken het verschil. Neem nu het rechte eind van Drachten. Dankzij die enorme hoeveelheid delen 3100 kost het geen enkele moeite om er een bocht in te leggen. Of omdat stuk racebaan als een ruggengraat te laten slingeren, terwijl het toch de bedoeling is dat juist dit deel van die racebaan snaarstrak is. En het aardige is dat je dat hóórt! Sinds een paar jaar luister ik dan ook vooral naar banen. Zo hoorde ik, maar niet van horen zeggen, dat de baan van SRC Eindhoven één van de betere Nincobanen is. Het geheim wil ik wel verklappen: er moet massa zijn om de vibraties op te vangen. Hoe meer massa, hoe minder trillingen, hoe beter de baan.
Terwijl ik nog aan het bouwen was, sprak één van mijn oplettende FB-toeschouwers bewonderend: “Veel lijm!” En inderdaad onder de racetafel lagen overal witte druppels weggelekte houtlijm. Tientallen. Die steek ik straks wel weg, geen zorg daarover! Het punt is dus dat mijn slotracebaan vol en vet is gelijmd en daardoor een enorme massa heeft. Houten scheepsschragen met daarop 12 mm spaanplaat, waar dan weer 10 mm gipsvezelplaat op ligt. Het geheel staat op een vloer van B52-beton. Niks beweegt! En daarom beweegt het autootje zo mooi!  

zondag 6 augustus 2017

Held

Hein Tunnissen
Held
Voor mij ligt een klein boekje, de catalogus van de firma Slot.It. Het boekje telt 75 pagina’s en heeft een handzaam formaat. Daarmee ben ik wel positief genoeg geweest over dit Italiaanse bijbeltje dat veel slotcarracers in hun racekist koesteren. Wat meteen opvalt is dat Nederland geen distributor heeft. Kennelijk zijn wij afhankelijk van een buurland, zeer waarschijnlijk Duitsland, hoewel het boekje in het Engels is geschreven. Nu kun je zeggen: ‘Wat doet dat er nou toe?’, maar een beetje vreemd is het wel. Nog vreemder is dat op negentig procent van de producten geen fatsoenlijke code staat waaraan je het product kunt herkennen als het al een half jaar in je kist heeft gelegen. Welke SCP-cartridge (€65) is dit in godsnaam?
Laatst had ik zo’n kwestie. Een slotcar viel enorm tegen en ik besloot dat er een kleinere motor in moest. Gelukkig had ik nog een NSR (staat er op), type Shark (staat er op) van 22,5k (staat er warempel ook al op!). Dat is handig! Bij de firma Slot.It is dat niet zo. Ze rusten alle motoren uit met een oranje of een rode dop en succes ermee! Ik heb al eens geprobeerd om het aantal omwentelingen per minuut (onbelast, 12 volt) te tellen, maar dat mislukte.
Gelukkig is het in het duurdere segment een stukje beter gesteld. De Flat-6 kun je krijgen in een gele, oranje of zwarte jas met tekst! Hoera! Ook de Boxer heeft zo’n bestickering. Wat dan wel weer een puntje is: de beschrijving of de toelichting faalt volledig en daarmee wordt duidelijk waarom het zo’n klein handzaam boekje is: nul tekst. Ik bedoel er moet een reden zijn waarom je een gesloten can koopt, eentje met twee gaten of juist met een langgerekte koelsleuf, de GT Racing. Nu hoopt Slot.It natuurlijk dat ik, door twijfel overmand, alle Flat 6-uitvoeringen die voor handen zijn koop en dan proefondervindelijk ga vaststellen welk motortje het beste voldoet. Dat het een achterlijk duur merk is, wist ik al, maar dit gaat mijn vrouw toch echt te ver. “Dit zijn honderd procent China-producten!”, roept zij, “een centenkwestie!”
Sinds wij echter wedstrijden rijden die wat langer duren, weten wij ook dat de motoren dan wat korter leven. Kennelijk is die koeling een puntje om rekening mee te houden. En wat staat er dan in die beschrijving? Flat-6RS 25K 25.000 rpm 240g*cm @12V – different opening case. Ja, dat zie ik ook wel. En ik begrijp ook dat er een verband is tussen 25k en 25.000 rpm. Bij sommige motoren staat ook nog ‘No Pinion’, maar het grappige is dat niet één van die Boxers of Flats een pinion heeft! Daarbij: ik ben niet blind! Ook zo grappig om te weten is dat de oranje Flat-6 S in gesloten uitvoering kennelijk de winnaar (mijn conclusie, iets anders kan ik niet verzinnen) heeft opgeleverd: European Group C Championship 2013-2014 Motor. Of iedereen heeft toen verplicht met zo’n motortje gereden, dan kan natuurlijk ook nog het geval zijn. Ik vraag me dan meteen af: Waarom die? En niet de andere, precies dezelfde met langgerekte koelsleuf, waar ter aanbeveling dan wel weer bij staat: No Pinion. Dit model vermeldt “Double Side – open en closed”. Prima, maar waarom is dat? Moet de gesloten zijde naar de baan gekeerd zijn, of juist onder het kapje liggen zodat de hete luchten gemakkelijker kunnen opstijgen? Of is dat juist onverstandig vanwege naar binnen klauterende marters? Je weet het niet en je komt het ook niet te weten. Dat is hinderlijk.
Verdomd hinderlijk zelfs, want je wilt je goeie geld het liefst meteen in één keer goed uitgeven. Dat soms het kwartje toch valt, blijkt als je de moeite neemt om de Slot.It website te exploreren. Onder het chapiter Instructions, FAQ, vind je een toelichting op de Wheel Product Codes, zodat je gemakkelijk bandjes kunt kiezen en bestellen. Inderdaad, zoiets bedoel ik met productinformatie. Daarbij is het dan wel eeuwig zonde dat wij onze wielen steevast bij de Spaanse concurrent kopen die dit systeempje al een halve eeuw eerder op de rails had.

Onderhand mag u denken dat ik een ongelooflijke azijnpisser ben, maar dat is meestal niet zo. Ik wil alleen even expliciet maken dat Maurizio Ferrari niet mijn dikke vriend is (Dear Maurizio, Thank You Maurizio, Great Job, Maurizio!) waarvoor velen op Slotcar Forum hem houden. Ik zou graag zien dat de zaak 180 graden kantelde en dat de toon meer die van ‘Dear Customer’ zou zijn. Sommigen onder ons geven per maand rustig meer dan duizend euro uit aan hun piele autootjes en aanverwante zaken. Best, maar de meesten doen dan niet en kunnen dat niet. Dan is vijftien euro ex verzendkosten best een flink bedrag. Vooral als je geen idee hebt wat je koopt en waarom je dat doet. Het is wel de praktijk en degene die dit eerlijk aan zijn vrouw durft op te biechten, is wat mij betreft de held van de dag! Degene die dit aan mijn vrouw durft te klikken, kijk ik nooit meer aan!