zondag 15 april 2018

Swifterbant

Hein Tunnissen

Swifterbant
In de tijd dat iedereen nog rookte en ik dus ook, blies ik nogal eens richting La Douce France om dan direct over de grens een pakje (lees: slof) echte Gauloises te kopen. Zo kreeg je ze in Nederland niet! Mooi moment! Sinds die tijd herken ik de typisch lichtblauwe kleur en de kenmerkende Romeinse helm op zes mijl afstand. Tel daarbij het geluk dat mij ten deel viel om achter het stuur van een lichtblauwe Renault Alpine A310 te kruipen, en het zal duidelijk zijn dat er één slotcar beslist moest komen: die!
Zo kon het gebeuren dat ik samen met Markus Goetz, de ceo van onze club Amazingslotcarracing te TE, naar de beurs in Houten toerde en daar stomtoevallig in gesprek raakte met Klaas Bos die daar ook toevallig was. Kwam dat even mooi uit! Ik vroeg hem naar de Alpine, maar ik wist eigenlijk al dat ik hooguit in het ondergrondse circuit van de vitrinejongens nog een redelijk exemplaar te pakken zou kunnen krijgen. Klaas zei echter: Alles is te koop! Dat gaf mij wel moed, die aanwijzing. Maar hij bleek gelijk te hebben, want een half uurtje later stond ik geanimeerd met een Zweed te babbelen die er gewoon eentje had staan tussen allerlei idiote meuk van Fly en Carrera. Hoe was het mogelijk! De aanschafprijs viel erg mee als je bedenkt dat de auto via Noorwegen, Denemarken en Duitsland helemaal in Houten terecht was gekomen.
De Alpine is een product van Avant Slot, een klein slotcarfabriekje dat zich nergens aan stoort. Men doet gewoon zijn eigen ding. Moet je bij Slot.It of NSR nog voor minstens dertig euro een ombouwsetje kopen om n’importe welke instapper dan ook om te bouwen tot een exemplaar met verstelbare vooras, bij Avantslot is dat standaard. Als je wilt kun je zelfs de hele vooras een paar graden scheef zetten, wat bij Ninco-circuits erg praktisch is. En of dat nog niet genoeg is hebben ze een heel apart systeem bedacht voor de geleideschoen. In feite zit die in een soort verend triangeltje, dat ook met een klein schroefje weer instelbaar is. Een soort gelijk verhaal kun je ophangen over de achterwielophanging en de bevestiging van de motor die standaard met een schroefje wordt vastgezet in de motormount. Kom daar maar eens om bij Slot.It! Daar hachelt die hele motor bij een beetje gasgeven van links naar rechts als een slecht uitgebalanceerde wasmachine die begint te centrifugeren. Sta je met zo’n schommelstoel bij de start, dan kun je het natuurlijk wel vergeten!
Kortommo, technisch een klein wonder en qua uitvoering een schoonheid, maar dat laatste is natuurlijk in eerste instantie de verdienste van Alpine, ook al zo’n klein fabriekje onder de vleugels van Renault. Maar wel prachtig gekopieerd door Avant Slot en ook de verhoudingen zijn werkelijk briljant. Nu heeft de rallyuitvoering (er is ook een nogal saaie straatversie) een hele bult koplampen aan de voorzijde. Je moet goed kijken om te zien dat de dubbele fabriekskoplampen bijna voor de helft schuilgaan achter dat opgebouwde leger Hella verstralers. Daaronder, vlak boven het wegdek nog twee mistlampen. Goed, werk aan de winkel! Ik monteerde vier leds in de fabriekskoplampen en enige tijd later, toen ik genoeg moed had verzameld, nog eens vier in de Hella’s. Omdat de mistlampen er toen wel wat triest uitzagen, schroefde ik daar ook nog twee leds in. Tien stuks! Met de auto op de track viel er een prachtige bundel licht voor de auto en ook de kont was goed waarneembaar door twee helrode achterlichten. Ach, ach, wat een leuk knutselwerkje!
Ter club te TE zei niemand veel meer dan ‘Toe maar!’ of ‘Daarmee kun je wel in het donker rijden’, wat ik altijd heb uitgelegd als een begrijpelijk vorm van kift, jaloezie en knutselnijd. Ik bedoel: wij hebben ook leden die niet eens twee lampjes kunnen monteren. Of dat niet durven! Wat een zeikers!
Waar ze wel een beetje gelijk in hadden, was dat de auto niet zo best reed, maar dat wimpelde ik af met ‘het tunen moet nog beginnen’. Dat was ook zo en als eerste monteerde ik een lekker setje schuimbandjes. Die rode van Scaleauto en dat bleek een goede keus. Na wat gepruts aan alle schroefjes reed het ding als een trein. En wat dan zo mooi is: dat beetje overhangen in de bocht. Niet te veel, maar net zichtbaar! Prachtig, prachtig! Nu moet ik toegeven dat het nogal stom is om met vol ingeknepen controller naar je leuke autootje te kijken alsof er geen bochten bestaan. Het liep verkeerd af, maar de schade viel mee: afgebroken voortrein. Onherstelbaar beschadigd. Gelukkig botste ik tijdens een avondje Googlen op Shapeways. Over enige tijd rijdt de Alpine weer rond met een 3D-geprint chassis. En dan zijn we helemaal klaar voor de Classic Cup. “Het werd tijd, Hein!”, hoor ik in Swifterbant roepen!    


zondag 8 april 2018

Projectje

Hein Tunnissen

Projectje
Zit je net lekker te knutselen aan je NSR-karretje, roept je vrouw van beneden: “Hallo, moet ik mijn verjaardag in mijn eentje vieren of zie ik jou vandaag ook nog?” U herkent dit? Zuchtend laat u de boel de boel en schuift aan rond de salontafel waar oom Freek zich net in jouw stoel heeft genesteld en meteen aan je kop begint te zeuren over de basketbalwedstrijd die hij vannacht op Ziggo Sport heeft gezien. Hij imiteert Mart Smeets, knoeit met zijn taart en praat te hard. Dit wordt een hele lange avond!
Een paar dagen later kom je weer op zolder en mismoedig kijk je naar de enorme bende op de werktafel. Alles ligt door elkaar en het ziet er bepaald niet opwekkend uit. Je besluit tot een projectje. Met een paar halen veeg je alle onderdelen in een conservenblik Unox erwtensoep en zet dat in de kast. Voor later! Nadat het gereedschap weer een beetje is opgeruimd en de werktafel er weer wat ordentelijk uitziet, besluit je die onwillige Slot.It (Mazda 787b) te koppelen met je controller zodat je tijdens de clubavond in ieder geval een digitale krachtpatser in de kist hebt. Na wat heen en weer geflikker van de Ledjes, reageert de Mazda keurig op je draadloze haardroger van Slot.It. Goed gevoel!
Projectjes, iedereen heeft er wel een paar, ontstaan meestal als het gevoel niet zo goed is. Je tunet een lekker autootje van vooras tot achteras, je bouwt een leuk setje medium vering is, je vervangt de motor door een flat 6 RS, bekijkt met een loep hoe pinion en kroonwiel tegen elkaar draaien (Prachtig!) en ziet dan dat één van de achterwielen een fractie aanloopt. Damn! Je trekt er wat aan in de hoop dat het over is en dan gebeurt het! Een nokje van een achteraslager breekt af. Wel gotverdegotver! Om kort te gaan: hier is zojuist een projectje ontstaan.
In de loop der tijd heb ik zo een aardige serie projectjes opgebouwd. De meesten ontstonden doordat ik niet de juiste onderdelen bij de hand had. Simpel voorbeeld: je denkt wat te bereiken door de motormount te vervangen door een offset EVO-6 exemplaar. Natuurlijk gaat dat hele offset-gedoe nergens over (de motor 0,5 mm, 0,75 of zelfs 1 mm lager), maar je moet toch wat! Heb je dat ding erin geprutst, blijkt dat je geen passende tandwielen hebt om die gap van 0,75 op te vangen. Sodeju! Vlug op de tablet gekeken, en ja hoor, OUT of STOCK! Het zal niet waar wezen! Hele meuk kan zo in een blik erwtensoep van Unox. Klaar!
Ik was die walm van die erwtensoep wel een beetje zat en daarom begon ik na te denken over een betere oplossing. Dat viel nog niet mee, want voordat je het weet heb je het probleem nog een stuk groter gemaakt en moet je noodgedwongen een nieuwe dakkapel op je zolder zetten om je spullen nog kwijt te kunnen. Nu was het natuurlijk ook niet zo dat ik dag en nacht aan dit probleem dacht, maar het zoemde wel in het achterhoofd. Op zich is dat prettig, want er komt een dag dat je oog in oog staat met de oplossing. Bij mij gebeurde dat op een donderdagochtend.
Ik liep binnendoor naar kantoor en hoorde toen op onze zolder waar mijn zoon een complete work out fitness room heeft opgebouwd, een afgrijselijk gekrijs en geblaas van de katten. Die waren goed link op elkaar! Op het moment dat ik een enorme dreun vernam (er was er duidelijk eentje hangend aan de sporen vanaf grote hoogte naar beneden gelazerd), besloot ik te gaan kijken. Wat de twee gezusters geflikt hadden, weet ik niet, maar een vakjesdoosjes van Gamma was op de grond terecht gekomen. Hé! Dat is een mooie oplossing! Bij wijze van waarschuwing gooide ik een paar dumbells naar de katten die wijselijk het hazenpad zochten.
In mijn kantoor bekeer ik mijn vondst. Zeker een jaar of vier, vijf geleden gekocht en thuisgekomen afgekeurd als een onzinnige aankoop. De crux is namelijk dat de zijschotjes verplaatsbaar zijn, zodat je grotere of kleinere vakjes kunt maken. Koos ik voor de kleinere, dan paste er geen slotcar in, koos ik voor de grotere, dan knalde die auto voortdurend heen en weer. Maar nu speelde dat geen rol, want een belangrijk kenmerk van een projectje is dat de slotcar helemaal uit elkaar ligt. Ik paste de indeling zo aan dat ik precies negen projectjes kwijt kon. Die bleek ik ook te hebben, waaronder twee Moslers (onderdelen out of stock), een oude Porsche van Scalectrix, nog een Audi R18 zonder droparm (out of stock), een zelf gespoten Clio-kap van NSR, een Renault Alpine A310 met afgebroken voortrein en een Porsche Carrera waar ik zelf een offset AW-motormount in heb geknutseld maar waarvoor geen tandwielen meer bestaan. Maar dat kon me geen bal schelen, zo blij ben ik met mijn welgeordende en overzichtelijke projectjesbox. Ruimt alles op, ook je hoofd! 


zondag 1 april 2018

Beurs

Hein Tunnissen

Beurs
Als je dichtbij de grens met Duitsland woont zoals wij, dan ben je waarschijnlijk eerder geneigd een dagje uit te trekken voor een bezoek aan die enorme slotcarbeurs in Oberhausen, dan wanneer je in Zoetermeer woont. Of Purmerend. Kijk, wij draaien de motor richting de Autobahn in tien minuutjes lekker warm en dan gaat ook meteen voor dik 150 kilometer kaarsrecht asfalt het gas vol er op. Het is het mooiste stuk Autobahn dat Duitsland kent, maar je moet wel bereid zijn om een beetje mee te doen, want er wordt onwaarschijnlijk hard gereden. Ik herinner me dat ik op weg was naar Maastricht en dat ik (met 240 km per uur op cruise control) voorbij werd gereden alsof ik stil stond. Allemachtig nog-es-an-toe!
Wij doen dat maar af en toe, zo’n beurs want je moet behoorlijk uitkijken dat je niet wordt aangetast door het Börsevirus. Uiteindelijk komt het erop neer dat je thuis constateert dat je een hoop zooi hebt gekocht waarvan je dan denkt: Wat moet ik hier mee? Van de andere kant, als je voor honderd euro benzine wegsproeit op de Autobahn, dan is het natuurlijk redelijk stom om weer naar huis te kachelen zonder ook maar één leuk autootje te hebben gekocht. Zodoende vonden wij het behoorlijk grappig, Marcus Aurelius en ik, dat er bij ons om de hoek een modelautobeurs werd georganiseerd in het Valthermondse ‘Brughuus’, toegang gratis! Die naam Brughuus doet natuurlijk al het ergste vermoeden. Verschaald bier, tafels met namaak Perzische kleedjes met ranzige vlekken en een niet te missen interieurlucht die het midden houdt tussen put en riool. Waarschijnlijk hangt er in het toilet boven de wastafel ook nog zo’n gele dildobanaanzeep, die een kleiachtig aroma verspreidt die maakt dat je vrouw ’s avonds zegt “Zou jij je niet eens gaan douchen en vergeet daarbij je piemel niet!” Op de bar natuurlijk een blauwglazen pinda automaat die een handjevol uitkotst als je je muntje doordraait.
Zo’n café, waar gisteren nog de overbuurman ten grave werd gedragen en waar nu alle tafels tegen elkaar zijn gezet voor de modelauto’s vanaf 1917. Natuurlijk hoopten wij tegen de verkoper te botsen die ook nog een paar slotcars had meegebracht en die dus bereid was om ze voor een paar stuiver van de hand te doen. Omstreeks 11 uur was ik te TE en bij een gezellig bakkie steggelden wij nog even of wij met de Audi sportscar van Marcus zouden gaan, dan wel met mijn al warmgedraaide riant afgeveerde benzinelimousine. Zes minuten later stonden wij voor het Brughuus, waar het al een drukte van belang was. Er was duidelijk sprake van twee groepen. Met de pette op één oor herkenden wij de boeren die hun slag kwamen slaan bij de landbouwwerktuigen, bij voorkeur de groengele van John Deere. De andere groep op de sokken werd gevormd door de truckers die op zoek waren naar Daf, Scania of Volvo. Mercedes of MAN zijn hier niet zo in trek, laat staan de Magnum van Renault. Wij besloten dicht bij elkaar te blijven.
Een jaar of twee geleden waren wij zo ook in Houten. Die beurs wordt door de Scalectrix-jongens georganiseerd en ik moet zeggen dat het begrip ‘internationale allure’ wel degelijk opgeld deed. Veel Britse verkopers met een onverstaanbaar grappig accent, Duitsers en zelfs een Zweed met een hele leuke verzameling Avant Slot. De beurs zelf kon je in drie stukken hakken: een paar procent 24-klasse, 60 procent nieuw of bijna nieuwe moderne modellen en de rest antiek. Inclusief kapot. Dit alles uitgestald op oude cafétafels, zodat je bij een bezoek van drie uur toch minstens 02.50 uur krom voorover staat om de uitgestelde waar op ooghoogte te kunnen zien. Een ook veel toegepaste methode is het op de hurken voor de tafel zitten, maar daarmee is de kans om door de voort schuifelende massa omvergeduwd te worden wel heel erg groot. Terwijl ik ernstig stond te twijfelen over de aankoop van een prachtige wit met rode Citroën DS (YES!) van SCX (OH NO!!), kwam er een man in een rolstoel naast mij staan, die een beetje moest lachen om mijn knipmessenstudiestand. Heb ik geen last van, kraste hij olijk!
Zijn humeur deed een beetje denken aan het bijzonder praktische bordje dat ik ooit van mijn vader leende en nooit teruggaf: ‘Arts maakt visite’ of aan de krukken die mijn broer na een wintersportvakantie steevast in de auto liet liggen. Zowel liggend in de auto als hulpmiddel buiten de auto bleken zij meer waard dan het statiegeld. Ik zie m nog pinkelend de Heineken Music Hall ingaan, terwijl wij nog zeker anderhalf uur in de rij moesten staan. Zo erg was het in Valthermond gelukkig niet. Gewoon voor de deur parkeren en meteen doorlopen. Geen slotcar naar ‘t zin gevonden, maar wel heel goed begrepen dat er nog ontzettend veel modellen zijn die prachtige, leuke en goed rijdende slotcars op zouden kunnen leveren.
Wij kunnen eigenlijk alleen kiezen tussen Ferrari en Porsche, uit een paar Fordjes, een Mclaren en een Jaguar. Wat een treurige armoe! Dat was het enige dat ik kon bedenken toen ik daar in Valthermond rond schuifelde.  Uit nijd bijna een roestige Ford Taunus 12M gekocht!



zondag 25 maart 2018

Tweedehands

Hein Tunnissen

Tweedehands
Door ervaring wijs geworden kan ik beginnende slotcarracers niet anders dan aanraden om toch vooral op Marktplaats veel oude meuk te kopen. Eenmaal in huis, schroef je dat autootje voorzichtig open en kijk je heel kritisch wat de vorige eigenaar allemaal heeft bedacht om het voertuig sneller te maken (vermoedelijk) of beter uitgebalanceerd. Soms doe je echt verrassende ontdekkingen.
Zo maak ik mezelf regelmatig boos over de bevestiging van het kapje. Volstrekt uit de tijd en absoluut niet opgewassen tegen dat in- en uit elkaar schroeven. De van fabriekswege (nou ja – China) gemonteerde quasi Parkertjes kunnen beter meteen de prullenbak in. Metrische schroeven van messing zijn wel het minste. In onze club zijn een paar vogels die dat plastic busje waar dat messing schroefje in moet, meteen voorzien van een drupje secondelijm en dat laten drogen terwijl zij het schroefje heftig heen en weer draaien. Dat schijnt de schroefdraad in het busje ten goede te komen. Ach, so!
Tegen de tijd dat je je autootje perfect gebalanceerd hebt en er qua kleine onbeduidende onderdeeltjes minstens nog een keer de aanschafprijs aan hebt uitgegeven, breekt één van die plestic busjes af. Of de rand verbrokkelt helemaal zodat je messingschroefje onverwacht je collega-coureurs flink hindert door in de gleuf te rollen en daar iedere voorbijkomende schoen te blokkeren. Nu kun je ook met twee of drie schroefjes rijden, maar je weet dat het moment aanstaande is waarop de hele kap als een afgeworpen ruiter door de tent vliegt en je de poeplap echt kunt gaan trekken. Een simpel wit kapje kost minstens de helft van een complete nieuwe auto en een second hand voertuig geeft je eigenlijk alleen maar reden om weer allerlei nieuwe onderdeeltjes te gaan kopen voor dit ‘projectje’. Het eind van het liedje is steevast dat de hele berg rommel in een Tupperware doosje belandt. Voor ooit!
Ik beschrijf dit probleem nogal uitgebreid om a) mijn ergernis over dit stomme gedoe te ventileren en om b) duidelijk te maken dat ik bijzonder opgelucht was op internet te lezen dat ik niet de enige ben die zich behoorlijk opwind over dit amateuristische gedoe. En als je dan wat rondsnuffelt, ontdek je al gauw dat er meerdere hele slimme oplossingen zijn voor dit probleem. Zo ken ik iemand die nieuwe busjes in een kapje maakt van een bepaald onderdeeltje van een wegwerpspuit. Hoe briljant! Afval wordt product!
Enfin, ooit kocht ik in een opwelling een Renault Clio van NSR met ING-livery. Omdat het een NSR-autootje is weet je dat de verhoudingen helemaal zoek zijn, want naast een Megane van Ninco, denk je werkelijk met een olifant te maken te hebben. Grappig is wel dat dit Cliootje van meet af aan reed als de duivel en toen ik de rubberbandjes door schuim verving, brak de hel helemaal los. Niet mijn verdienste, maar die van de vorige eigenaar.
Watskeburt? Hij demonteerde de voorwielen en de vooras (dit is te volgen lijkt mij) en nam vervolgens twee messing bushings van NSR waar hij een messing buisje tussen soldeerde. De vooras van NSR past precies in dat messing buisje. Het is vrij eenvoudig om dit zo op te schrijven, maar als je je realiseert dat dat stukje buis precies recht afgezaagd moet worden en dat de lengte van het buisje precies de juiste maat moet hebben en dat het soldeertin niet per ongeluk naar binnen mag vloeien daar waar het buisje de bushing raakt (2x) en dat dan de heleboel volkomen strokend moet zijn, dan begrijp je dat je dit niet in een weekendje voor elkaar bokst. Trek er maar rustig een week met de caravan op uit naar een bejaardencamping met tafeltje-dek-je service, want anders gaat het je niet lukken. En te hopen valt dan, dat je niet zo’n verschrikkelijke buurman hebt, die iedere tien minuten komt vragen “Gaat het, buur?”
Een heidens karwei en waarom? Dat zal ik je zeggen: Dankzij die starre vooras rijdt die Clio warempel als een Renault met voorwielaandrijving. Heel gek, maar iedereen begint te lachen als je met dat ding begint te spelen. Voor de bocht even van het gas af en dan weer vol erop door de bocht. Autootje hangt een tikje over, maar daar is het steunend voorwieltje dat op de hoek is geplaatst, dat de Clio prachtig overeind houdt. Normaal gesproken slaat het hele ding met die rijtechniek zes keer over de kop om met een klap op de grond te donderen. Nu niet! Ik verklap nog meer: de motor ligt in AW-positie met tandwielen van NSR en heeft 28.000 toeren. Het geheel fluisterstil. Moraal van het verhaal: bij een autootje secondhand gekocht, krijg je soms een levensles.   

zondag 18 maart 2018

Mit Senf

Hein Tunnissen

Mit Senf
Markus Goetz, de CEO van Amazingslotcarracing te TE, en ik hebben min of meer besloten om de komende tijd op tournee te gaan. We gaan zeer beslist een kijkje nemen in Leeuwarden, bij Mini Race Club Leeuwarden, juist omdat daar sprake is van een vergelijkbare situatie als te TE. Ook daar een particuliere ruimte met een clubbaan die is aangepast aan de vorm van die ruimte. Dat is uitermate interessant, te meer ze in Leeuwarden achteraf de conclusie hebben getrokken dat het beter had gekund. Kijk, daar steek je wat van op!
Verder gaan we naar Zwaanshoek, naar Slipstream. Deze club heeft op de website (applaus, met een bijgewerkte agenda tot en met december 2018!) een fotoalbum staan dat als verslag fungeert van de bouw van een rallybaan. Wat mij bijzonder intrigeerde was de foto met de wissels klaar voor montage en later de inbouw van die wissels. Er is één foto waarop dat goed is te zien. Ik dacht in eerste instantie dat ze het zo ingewikkeld hadden gemaakt dat je twee kanten op zou kunnen rijden, maar dat blijkt niet het geval. Erik legde mij per email uit dat die extra geleiders bedoeld zijn om het wisselen van baan soepeler te laten verlopen. Aha!, hier begrijp ik de ballen van en dat gaan we dus bekijken. Want Markus is van de houten banen, maar ik heb hem wel een beetje besmet met het digitaal virus.
En dan is er natuurlijk nog Racing Unlimited in Marrum. Wat mij betreft is dat de inlossing van een belofte die ik deed toen ik de nog twee resterende leden ontmoette in Drachten. Maar we willen ook graag de baan zien, juist omdat die wat korter is. Is lengte wel zo belangrijk? Tot slot is daar ook nog SRC Fastlane in Everdingen. Ook die nieuwe baan heeft een paar dingetjes waar wij nodig naar moeten kijken om hun waarde goed in te kunnen schatten. Bijvoorbeeld de keuze voor een zes- of een vierspoorsbaan. Die afweging is voor ons, vlakbij de grens met Duitsland, een hele belangrijke. Want hoe briljant onze nieuwe baan straks ook is, wij rekenen niet op een file slotcarracers vanaf Hoogeveen richting TE. Terwijl wij wel weten dat onze Duitse buren er hun hand niet voor omdraaien om dik 150 km heen (en ook weer terug) te blazen om een avond te racen. Mits de baan aan hun standaard voldoet natuurlijk.
En er zijn meer randvoorwaarden waar je goed over na moet denken, voordat je een baan gaat bouwen, want meestal is er geen weg meer terug. Ik noem even mijn eigen baan, straks een dependance van AS Racing te TE. Het gaat om een kopie van de Fleischmannbaan in Drachten met verbeteringen. Natuurlijk kun je overal over twisten, maar een feit is dat de pijpenlade die ondergrondse ‘De Bunker’ eigenlijk is, heel weinig ruimte biedt om met de positie van de baan te spelen. Mijn onderkomen is iets vierkanter en daardoor kon ik dat wel. Op één plek is de doorgang krap, ontegenzeglijk, maar op alle andere plaatsen is er veel mee ruimte rond de baan dan in Drachten. Nu is het gekke dat het voor mij meteen logisch was dat je als coureur veel beter diagonaal aan de andere kant van de baan kunt staan. Het zicht is veel beter en er is eigenlijk nauwelijks sprake van dode hoeken waar je je bolide gewoon in het niks ziet verdwijnen. Ik denk dat ik een beetje geluk heb gehad, maar ik heb dat ook een beetje afgedwongen. In Drachten is het zoals het is.
Met behulp van een heleboel rollen behangpapier (Winnie the Pooh, Sneuwitje en de zeven homo’s, Bruintje Beer etc) heb ik de baan ‘nagebouwd’ en vervolgens ben ik met dat hele plakkaat ducttape  gaan schuiven, totdat ik de ideale positie had. Uiteindelijk ligt de baan enigszins schuin in de ruimte, met maximale ruimte rondom. Het kostte mij zeker een dag om die positie te vinden, maar ik heb er zeker geen spijt van. Zo zien wij onze tournee eigenlijk ook. Wat de Rolling Stones dit jaar kunnen met hun No Filter Tour, kunnen wij natuurlijk ook. En wij zijn bepaald een stuk jonger!
De afgelopen maanden is er door de leden van AS Racing ongeremd gefantaseerd over die nieuwe baan. Dat is een goede zaak. Het weerspiegelt de passie, het weerspiegelt de betrokkenheid. Grappig is wel dat niemand vroeg: “Wat is eigenlijk het budget?” Dat bracht mij op het idee om het gedachtengoed en de wensen van de leden eens per enquête te inventariseren. Om aldus wat meer structuur in de aanloop (veel verder zijn we nog niet) te krijgen en om te kunnen bepalen waar wij de accenten moeten leggen. De lat ligt wel hoog: wij eisen straks het predicaat ‘Beste internationale baan van Nederland’ op. En dat gaat allicht wat verder dan een smakelijk broodje croquette oder Bockwürste mit Senf.   

zaterdag 10 maart 2018

Berlusconi

Hein Tunnissen

Berlusconi
Zoals sommigen van u wel weten, ben ik drukdoende met de bouw van een viersporenbaan die zowel analoog als digitaal kan worden gebruikt. Het begint al lekker op te schieten, hoewel ik vrees dat ik qua digitaal nog wel een paar maanden geduld moeten hebben, want Slot.it bevoorraadt de wereld bar slecht. Ik vertel u over een stommiteit. Op Slotcar Forum International onthult Maurizio Ferrari de komst van een nieuwe chip, type C. Helemaal in zijn kinderlijke stijl, vertelt hij enthousiast over het nieuwe stukje elektronica waarmee het slotcarracen nog leuker moet worden. Prima!, zeg ik dan!
Het betreft evenwel een vooraankondiging, want chip type C is nog niet leverbaar. Nu zijn Italianen echt geen domme jongens, maar dit is toch wel een kapitale blunder van het type Berlusconi. Om een auto te chippen tik je 30 euro af. Vervolgens kun je die auto pairen met je controller en de baan (wissels, magneten) wordt functioneel, zodat je bijvoorbeeld met vier auto’s op één track kunt rijden. Ik dacht als C even duur is als type B, koop ik geen type B meer. Ik wacht wel op C. Zo ook de leveranciers die dolgelukkig zijn als zij kunnen melden: type B, out of stock. Allicht, die gaan die oude meuk niet meer inkopen natuurlijk. Kortom, de markt zit zo vast als een huis dankzij onze Ferrari. De normale route was geweest: eerst 20.000 van die dingen in China laten maken en als die zijn aangekomen, de spanning nog een beetje opvoeren door een vooraankondiging met bijvoorbeeld de toevoeging ‘over drie weken leverbaar’.
En waarom zit me dit nou zo dwars? Omdat ik had bedacht dat ik minstens vier gechipte autootjes moet hebben en even zoveel digitale controllers om daadwerkelijk digitaal te kunnen racen. Je hebt werkelijk geen fuck aan zo’n baan als niet aan die twee voorwaarden is voldaan.
Op een avond, de baan was weliswaar nog niet klaar, maar ik kon op alle tracks rijden, zocht ik in mijn kist naar een auto die zich meteen senang voelt als je ‘m op de baan zet. Lekker rond knetteren, beetje ondeugend in de bocht met af en toe een wieltje in de lucht, maar ook vergevingsgezind. Ik kwam uit bij de Renault Megane ProRace van Ninco. De eerste kocht ik jaren geleden ergens in de buurt van Eindhoven. Kocht is een groot woord, ik kreeg ‘m eigenlijk. Naarmate de tijd verstreek kreeg ik meer plezier in het autootje, want ik scoorde met mijn verbeteringen. Stiller, sneller, gebalanceerd, maar wel zo brutaal als de beulen. De tweede vond ik bij Rob Cevat die een bescheiden prijs vroeg vanwege wat secondelijm op de achteruit. Belangrijker is dat hij de bevestiging van de kap verbeterde door overzet-alubusjes, want die plestic zooi van Ninco brokkelt af onder je handen. Het enige echte zwakke punt! Nummer drie en vier vond ik bij Tinte-Ring, bijna mint, maar ook getuned en dat is zeker niet slecht gebeurd.
Natuurlijk, het zijn simpele auto’s maar ze hebben een mooie vlakke bodemplaat waar je die print met chip uitstekend op kunt vastzetten. Dubbelzijdige tape, vooruit of achteruit schuiven tot de perfecte balans is gevonden. Daarna gaatje boren voor de sensor. Klaar! Ik denk dat ik maar een novene start om af te smeken dat die verrekte chips nog ooit komen. En als dat zo is, gaat het weer als met de olijven: iedereen krijgt er drie! Binnen zes seconden uitverkocht. Ik voorzie hier een kleine ramp! Sterker nog, ik hoop dat ik bij leven nog meemaak dat ik dit systeem volledig aan de praat krijg. Als ik op Facebook zie dat het hele team van Slot.It in een of andere sportzaal vooral bezig is met de revival van Monza voor slotcars, dan vrees ik het ergste.
De Ninco Megane is een grappig autootje omdat je er lekker mee kunt rondscheuren en omdat een crash vrijwel nooit fataal is. Net als in het echt rolt hij gezellig om-en-om en later zal blijken dat de auto nog geen schrammetje heeft. Zelfs de ruitenwisser lijkt onkwetsbaar en ook de spiegels zijn onverwoestbaar. Dat maakt het voor gasten natuurlijk veel leuker. Want eigenlijk is er geen zak aan als je meteen in de eerste bocht al op je muil gaat. Ik zie mijn baan niet echt als een dingetje om Oxigen te promoten (zie hierboven), maar ik vind het wel leuk om vrinden en kornuiten wegwijs te maken in de digitale wereld. Het is een aanpak die voortkomt uit mijn opvatting dat digitaal racen stukken leuker is dan analoog rondtoeren. Over eventuele verschillen tussen de auto’s maak ik mij geen zorgen. Als een heat is geëindigd worden de controllers onderling gewisseld. Iedere controller heeft zijn eigen kleur, bij iedere controller hoort een auto.
Vervolgens rijdt eenieder met zijn auto naar de startlijn, waarna er wordt gestart voor heat twee. Etcetera. Digitaal rijden komt niet uit de startblokken omdat het verhaal erachter veel te vaag is en de aanloopkosten extreem. En als je niet zeker weet of de fabrikant de laatste bouwstenen nog kan leveren, begin je er al helemaal niet aan. Dat is begrijpelijk, maar ook verrekte jammer! Italiaans dus!


zaterdag 3 maart 2018

Dienstbaar

Hein Tunnissen

Dienstbaar
Dankzij Facebook las ik een column van Slipstreams Herman Joey. Whats in a name? De heer Joey legde nog maar eens het probleem van de marshalls op tafel. Ik dacht: nu gaat het gebeuren, maar niks daarvan. Ging uit als een nachtkaars want de ruzies komen meestal weer goed met een borrel en wat gelach aan de bar. Gemiste kans!
Ik vertel even over mijn eigen leven. Er zijn bijzonder relaxte dagen, maar er zijn ook weken dat het knettert van de spanning. Dan kijk ik bijvoorbeeld non-stop 12 uur op mijn scherm om teksten van anderen te redigeren. Dagen achtereen en ik mag niks missen! Van die concentratieboog word je hondsmoe en dan ben ik blij als het vrijdagavond is en ik een potje kan racen met mijn slotcarretjes. Lekker, effe niks aan de kop.
Nog meer over mijn eigen leven, dat ooit in Brabant begon. Dat is relevant, want Brabanders houden van het leven en doen hun best om er wat van te maken. Lekker eten, potje bier en flink relativeren. Als ik mijzelf dan ook de vraag stel: ‘Wil ik dit wel?’, dan rolt meestal het antwoord er direct achteraan: ‘Nee, dat wil ik niet!’ Mijn vrouw die van boven de grote rivieren is (één koekje bij de thee en vlug de trommel weer dicht) moest wel even wennen aan het idee dat ik ons leven vooral leuk wil maken. Dat van haar, dat van onze kinderen en ook het mijne.
Goed, dat gezegd hebbende voer ik even een voorbeeldje op. Op een kruising gebeurt een klein ongelukje en één van de chauffeurs begint de toegesnelde agenten op een onwaarschijnlijke manier de mantel uit te vegen. De man raast en tiert en dreigt zelfs met geweld. De omstanders spreken er schande van en vinden dat de ruziemaker zich bijzonder onfatsoenlijk gedraagt. De term is dus: ‘Wat een lul!’
Toen wij nog een klein en onbeduidend clubje waren, gingen wij op een dag naar een veel grotere club om eens een beetje mee te rijden met de grote jongens. De consequentie van die grenzeloze gastvrijheid is natuurlijk dat je nog geen tijd hebt om je boterham op te eten, want je moet marshallen. Twee van onze leden kregen in die functie zo ongenadig onder uit de zak van de gastheren (niet snel genoeg, verkeerde baan, auto verkeerd om), dat wij er op de terugweg nog helemaal stil van waren. Of eigenlijk niet, want iedereen schreeuwde in die Volkswagenclubbus om het hardst door elkaar van bozigheid, opwinding en verontwaardiging.
Wat ik miste in die column van de heer Herman is de eindconclusie: iedere coureur die scheldt of schreeuwt, wordt onmiddellijk gediskwalificeerd. Ik ben niet van de regels, maar ik houd wel van fatsoen. En dat tomeloze gekanker op mensen die jouw spelletje mogelijk maken, dat moet eens afgelopen zijn.  Het meest gruwelijke is nog dat die ongecontroleerde agressie wordt gebagatelliseerd met zinnetje als ‘Ja, hij is nogal fanatiek!’. Of er wordt beweerd dat de adrenaline zo opspeelt dat het daarom niet erg is.
Allemaal larie! Zo’n schreeuwlelijk ontbeert iedere vorm van zelfbeheersing en je mag ook wel zeggen dat zijn opvoeding gaten vertoont waar je een olifant doorheen kunt jagen. Niet fijn, dus. Regels in de slotcarracerij, ik houd er niet van. Ik vind ze veelal vergezocht en vaak in strijd met het doel: heel hard (racen) of heel beweeglijk zijn zonder verlies van controle (rally). Naarmate je fatsoenlijker met elkaar omgaat, heb je minder regels nodig. En heb je meer plezier. En dat is toch de kern van de zaak.
Uit de Formule 1 kun je verschillende dingen opmaken. Kijk naar de start met 22 coureurs stijf van de adrenaline en een hartslag rond de 180. Voor twee is het minder dan drie seconden later volledig afgelopen, auto’s zijn wrakken, blij dat we nog leven. Er valt geen onvertogen woord, er gaat niemand met een ander op de vuist. Het kan dus wel! En laten we wel wezen, die hoeveelheid adrenaline is alleen maar toegenomen, de hartslag ruim boven 220 slagen per minuut. Secundo: F1-bolides worden na de wedstrijd gekeurd, want we vertrouwen elkaar. Heel anders dan in de argwanende slotcarwereld waar ieder autootje voor de wedstrijd minutieus moet worden gecontroleerd. Doe dat toch achteraf en begin dan met de nummers één, twee en drie. Spaart reusachtig veel tijd en als nummer twee zich niet aan de regels heeft gehouden (79,5 gram in plaats van 80) dan volgt automatisch diskwalificatie. De rest kunnen jullie zelf wel bedenken, zelfs dat marshalls aardige en bereidwillige mensen zijn. Dienstbaar zelfs! En de kleurenblinde seniele variant die niet meer tot vier of zes kan tellen, moet gewoon een vrijstelling krijgen. Zeker geen verbaal pak slaag!