zaterdag 25 maart 2017

Toeval

Hein Tunnissen
Toeval
In de wedstrijd leer je spelenderwijs (huh?) dat winnen uiteindelijk niet om snelheid draait. Je moet natuurlijk wel een beetje opschieten nadat de lichten zijn uitgegaan, maar ‘haastige spoed, is zelden goed!’, doet hier zeker opgeld. Daarom is het wel grappig allerlei dappere tuningsverhalen door te spitten op de vraag wat de auteur cq bedenker van al dat slims nu eigenlijk wil bereiken. Het antwoord is: snelheid. De weg daarnaartoe is hobbelig en vraagt om ontzettend veel doorzettingsvermogen. Bijvoorbeeld het polijsten van die verschrikkelijke bushings met behulp van secondenlijm en tandpasta (Zie YouTube) of het egaliseren & polijsten van plestic velgen en chassis, waar op de gekste plekken nog fabricagebobbeltjes opzitten die uw bolide degraderen tot een niet vooruit te branden, maar wel springende geit. Met een scherp mesje, een Dremel en een stukje schuurpapier kun je zo een avond helemaal weg knutselen. De winst? Ik schat die uiteindelijk op minder dan 0,01 procent.
Ooit kocht ik de snelheidsmeter van Tamiya. Een grappig instrument dat na inschakeling en na een tiental seconden op een klein display de snelheid van het voertuig op de rollenbank weergeeft. Of die correct is, weet ik natuurlijk ook niet, maar je kunt wel voor en na tunen zien wat je hebt bereikt. Of niet! Mijn Moslers rijden volgens Tamiya zeker 48 km/u en er is zelfs eentje bij die vlot doorkachelt naar 52 km/u, waarbij eenmaal op temperatuur en na wat flink rondrazen op mijn Fleischmannbaan die snelheid nog eens met twee kilometer stijgt. Doet een beetje denken aan mijn auto die in Bottrop de sporen krijgt en dan 150 km verderop bij de afslag Stadskanaal inderdaad 248 km/u rijdt. Een aanloop die je een beetje kunt vergelijken met het lange rechte eind van de Carrerabaan van SRC Eindhoven en daar zijn er maar heel weinig van. Kortom, testen met koude motor en je krijgt een idee van wat je autootje vermag.
Sinds wij van Amazingslotcarracing te TE fanatiek wedstrijden rijden, weten wij als geen ander dat de-slotten funest is, als je aspiraties hebt om op het schavot te geraken en dat betrouwbaarheid in alle opzichten je het verst brengt. Bij mij duurde het even voordat het kwartje viel, want in de jaren vóór het wedstrijdvirus was alles erop gericht nog sneller te gaan dan de clubavond daarvoor. Smeren, slijpen, polijsten, gefrunnik met tandwielen, nagellak op de voorbanden of nog liever: helemaal geen voorbanden, en gewichtsvermindering waar maar mogelijk. Vloog je er dan een keer met een fraaie bocht uit, dan was dat lachen, met name omdat je blijk gaf van de drift om tot het gaatje te gaan. Goed zo!
Waardeloze tactiek! Ik heb iets beter bedacht. Uitgaande van een Mosler, koop je er nog een standaard chassis bij, motormount naar smaak en een standaard setje assen, lagers en banden. Bezuinig niet op de schoen: koop de geleider die qua diepte maximaal bij de baan past. Plak juist achter en een beetje onder de vooras een flink stuk lood. Akkoord, wat experimenteren is op zijn plaats, maar doe vooral niet te zuinig. Is er nu een wedstrijd, schroef dan dit chassis onder de kap. Wil je lekker rauschen met je vrinden en een beetje indruk maken op de wijven, pak dan die andere!
Simpel en succes verzekerd!  Je kunt het geluk verder nog een handje helpen door je afstelling van de controller. Bij de ene gaat dat beter dan bij de andere, maar kies ergens een stand tussen progressief-dynamisch en conservatief-parlementair. Kort door de bocht ergens tussen linksom en rechtsom. Sinds ik mijn controller wat meer in de ouwelullenstand heb gezet, verlopen de wedstrijden een stuk slechter voor mijn maten. Gewoon festina lente, haast je langzaam.

Een andere methode om een wedstrijd te winnen of de snelste auto te bouwen van de club, is de kwestie van geluk. Je rommelt wat in de oude onderdelen, en na enig volhardend geknutsel staat er een bijna nieuwe auto dan wel een mooi gereviseerd exemplaar. Zet die eens op de Tamiya en als je dan dat geluk hebt, staat er ineens een kei snel autootje op de rollenbank te bonken. Is mij meerdere malen overkomen. Mijn BMW Mclaren F1 GTR, dus een volslagen doorsnee slotcar waarmee je zelfs een boswandeling kunt gaan maken, rijdt best aardig als je de kinderen thuislaat. Maar mijn vrouw raakt er niet opgewonden van! Omdat ik niks beter te doen had, prutste ik maar es wat. Nieuwe bushings, andere motor, nieuw EVO 6 motormount met bijpassende tandwieltjes, nieuwe assen, lichtmetalen velgen met schuimbanden van ScaleAuto, lichtsetje van Slot.It, zerogrips vóór van NSR en maar meteen een nieuw setje spiegels. Rijden als een kogel. Maar waarom? Geen idee. Toeval waarschijnlijk. 

zaterdag 18 maart 2017

Natuurgetrouw

Hein Tunnissen
Natuurgetrouw

Op Homeracingworld dotkom schrijft een of andere Harry een review over de Ninco Lamborghini Murciélago R-GTs van Ninco. Het model is volgens hem een natuurgetrouwe kopie van de Lambo die werd gereden door het team Krohn/Barbour in de American Le Mans Series (ALMS). De bolide werd in opdracht door de Duitser Reiter en Audi Sport ontwikkeld uit de gewone straatversie. Zeg maar die Lambo, die nogal moeite met verkeersdrempels heeft. Harry: “Prachtig, fantastisch, geweldig, zeer fraai, enorme wegligging, razendsnel out of the box, toptuning in minder dan een half uur, want subliem.”

Ik ben een andere mening toegedaan. Wat een waardeloze bak! Ik had dat kreng al een tijdje bij wijze van projectje, maar op de club durfde ik er eigenlijk niet meer mee te testen, zeker niet als Johnny Be Good in de buurt was. Zijn humeur daalt gegarandeerd binnen een halve ronde ver onder nul. Die man haat Ninco! Ik ook, maar om den brode en dat is een alternatief feit. Enfin, een clubavond verzieken wil ik niet op mijn geweten hebben.

De details hebben Ninco beroemd gemaakt. De Lambo heeft zelfs een sticker op het dashboard met de beeltenis van de klokken en klokjes en de middenconsole is voorzien van een kleurig knoppenpaneel. Toe maar! Jammer dat andere details wat minder goed uit de verf komen. Zoals een chassis dat een beetje sluitend op de kap past. Of die enorme hoeveelheid plastic voor het interieur. Ramen, kleppen, stoelen en veiligheidskooi: alles resoneert. Die veiligheidskooi gaat zelfs harder te keer dan de bezem van de boze onderbuurvrouw tegen het plafond. Weggooien dus. Dat is trouwens toch een goed advies bij Ninco: vooral veel weggooien!

Harry is onder de indruk van de Speeder NC-5. Gooi weg, dat kinderspul! Vervang hem liever door een Exceeder van 26.000 RPM en plak ‘m dan nog maar eens vol lood, zoals Harry deed. Tandwielen? Weggooien en vervangen door een setje NSR-anglewinder, gemaakt voor Ninco! Het interieur zelf kun je beste eerst helemaal uitbreken en daarna opnieuw vastlijmen met vulcaniserende plastic lijm, zodat het één geheel vormt met de body. Steek alles weg wat overbodig is. Let vooral op de zijraampjes die je dankzij slechte montage weliswaar heel realistisch kunt openklappen, maar die rammelen als de carrosserie van een versleten stofzuiger. Flinke dotten lijm zijn ook hier welkom.

Gooi de geleideschoen ook weg. Behalve slecht gemodelleerd, past hij ook rampzalig slecht in het gat. De boel wrikt, klemt en tordeert; hopeloze zaak. Monteer een schoen van ScaleAuto en neem er dan eentje met een schroefje. Weer een rammel opgelost. Over de banden kun je veel zeggen, maar de vooras moet opgetild worden. Die bungelt af fabriek zo raar in het chassis dat de eerste beste APK al fataal zou zijn. Wrik er een stuk stryropor onder en lak de banden af met nagellak. Blank natuurlijk of roze als je homo bent. De achterbanden zijn ook helemaal niks, maar gegoten aluvelgen is wel het minste. Zelf monteerde ik schuimbanden van ScaleAuto (Procomp 3) en dat scheelt meteen honderd procent. Het schuim compenseert ook de uiterst belabberde vering van het Italiaanse monster die eigenlijk alleen maar verbeterd kan worden door de drie schroefjes van de motormount wat losser te draaien.

Nadat ik dit allemaal met ijzeren doorzettingsvermogen had gedaan, kwamen in mijn tuningscentre chassis en body weer bij elkaar. Het was me al opgevallen dat het chassis aan de achterzijde niet sloot en zelfs wiebelde. De dikke dubbele uitlaat bleek de boosdoener. Door in het chassis een uitsparing te zagen paste het al beter, maar nog niet zoals ik wenste. Het bleek dat ook het buisje waar het montageschroefje in moet, te lang was. Door daar zeker 4 mm af te slijpen, kreeg ik de kap op zijn plaats. Bijkomend voordeel is dat de uitlaat nu onderdeel van het chassis lijkt te zijn. Let ook op het buisje op het chassis waar dat schroefje door moet: dat heeft een rare rand die je beter weg kunt halen. Het past allemaal voor geen meter, maar met de Dremel gaat beter.


Slotcarracen is leuk, een beetje prutsen ook. Met de aankoop van een Ninco leg je voor jezelf de lat erg hoog. Ik mag dat wel. Daarom is het jammer dat de tent failliet is gegaan, hoewel ik het kan billijken. Mijn Lambo 6 liter, twaalf cilinder rijdt nu als een zonnetje. Eigenlijk heb ik hetzelfde gedaan als Reiter en Audi: de straatversie omgebouwd naar een racemonster. Best cool eigenlijk, heel natuurgetrouw!    

zaterdag 11 maart 2017

Weggooien

Hein Tunnissen
Weggooien
Ik weet niet waar ik het meeste buikpijn van krijg: van een door een collega tijdens een wedstrijd totaal kapotgereden auto of van een waardeloos onderdeeltje van een slotcar waar je zeker zes uur prutsen in hebt gestopt om er nog iets van te maken. Om dan uiteindelijk te moeten zeggen: Jij wint! Naar de prullenbak! Gruwelijk pijnlijk, diep vernederend eigenlijk!
Ik zal het meteen maar zeggen: ik heb zo een Slot.It FLAT-6 RS (25.000 RPM, 240 g*cm) met een knal in de vullisbak gedonderd, nadat ik mijn vingers had gebrand en een hele zondagmiddag letterlijk in rook op zag gaan. Alles geprobeerd, maar niks geworden. Ook alles meegemaakt met dat ding. Vrolijk rijdend te TE staat de auto ineens stil. Niet meer voor- of achteruit te krijgen! Kennelijk ernstige zaak, dus auto opengeschroefd, siliconendraadjes gecontroleerd, motor gedemonteerd, op de testbank: Draaien als een tierelier! Vreemde toestand, maar opgelucht weer ingebouwd. Tegelijkertijd meteen alles schoongemaakt en getest op soepele loop, drupje olie en huppakee, kaal chassis op de baan voor een testrit. Prachtig, prachtig! Soepel, ongekend snelle acceleratie. Starten zonder mankeren, uitstekende remwerking. Helemaal tevreden kap erop: NIKS! GEEN BEWEGING IN TE KRIJGEN!
Opnieuw motor gedemonteerd, en met een slim spuitbusje contactspray het binnenwerk behandeld. Ergens in de buurt van de koolborsteltjes, zo die er nog in zitten, moet een klein oneffenheidje zitten. De bron van deze ellende. Op de testbank wat rook en wat gesputter, maar al snel draait het motortje weer als een zonnetje. Terug op de baan als bolide: NIKS! GEEN BEWEGING IN TE KRIJGEN! Vrienden om mij heen stotteren troostende worden en ik krijg veel, heel veel adviezen. Ik volg ze blind op. Men neme een glas aqua dest, voegt daar wat JIF een toe, waarna men de motor een klein etmaal in het sop laat draaien. De theorie is dat het slijppoeder van JIF alle draaiende delen schoonmaakt en ontdoet van koolstof, vetresten, afgebladderd email van de windingen koperdraad, vijlsel van de lagers en tandwielen, aangetrokken stof en de eventuele restanten van vleugels van wintermotten losweekt en afvoert. Waarna het motortje weer jaren meekan.
In het speciale bad klonken geluiden als van een duiker die aan het verdrinken is. Het gorgelde en rochelde dat het een aard had en ik zag tot mijn verbazing zelfs rook uit het sop opstijgen. Omdat ik het niet langer kon aanzien, liet ik de motor achter in de werkplaats en stelde mijn horlogewekker in op 6.57 uur countdown zodat het schoonmaakproces uiteindelijk 7 uur zou omvatten.
Na het verstrijken van die periode was het opmerkelijk stil toen ik de testcabine weer betrad. De motor stond stil en dat was geen wonder want de zekering was doorgeslagen. Op het sop dreven wat zwarte spikkeltjes, kennelijk de vervuiling die was losgekomen. Ik depte de motor schoon en liet hem drogen gedurende 24 uur. Nadien probeerde of ik enig resultaat had behaald. Inderdaad, de motor liep als een zonnetje. En dan ook echt meteen maximaal toerental, wat je gewoon kunt horen. Sodeju, dit was nog eens een geweldige methode hoewel ik niet echt een verklaring had voor die doorgeslagen zekering. Hoe dan ook, motor weer fijn ingebouwd, nog wat kleine dingetjes hersteld en verbeterd, getest en HELEMAAL NIKS! NIET VOORUIT TE BRANDEN!
Ik belde een vriend en was behoorlijk kortaf. Hij adviseerde een nachtje weken zonder te draaien in trichloorethyleen. Na uitlekken even drogen en draaien “want tri verdampt heel snel!” Dat laatste is waar en je wordt er zo stoned van als een garnaal als je net zoals ik de FLAT-6 RS uit volle kracht wilt schoonblazen. Twiet, twiet! Hij deed helemaal niks! Ik gooide de motor een beetje kwaad in de bak oud ijzer om alvast aan het idee te wennen. Enkele dagen later toch nog een keer geprobeerd en zie, het motortje draaide als nieuw! Wijs geworden besloot ik de testperiode uit te smeren over de hele zondagmiddag en lekker naast het gezoem te blijven zitten. Na een minuut of vier viel het toerental terug. Ik pakte de motor op en brandde mijn vingers. Meteen begon de motor te sputteren alsof er nog steeds een mengsel van JIF en Tri in zat. Terug op zijn sponsje (Geduld, Hein!) nam het roken een ongekende aanvang. Zelfs uit de kleine schroefgaatjes waarmee je dit motorblok in de motormount kunt locken, kwam rook. De hitte name zelfs zo toe, dat het zwartzilveren folie met de trotse opdruk Slot.It begon om te krullen. Na afkoeling bleek de techniek hersendood en ik zelf behoorlijk oververhit. Ik gooide over een afstand van zes meter in één keer raak!



zondag 5 maart 2017

Just in Time

Hein Tunnissen
Just in Time
Behalve dat Groningen de energie en warmte levert om lekker te kunnen slotracen in Nederland, is het ook de provincie van de transportbedrijven. Het is een beetje de kip-ei kwestie, want ik weet eerlijk gezegd niet of hier nou veel transportbedrijven zijn zodat veel Groningse mannen graag achter het stuur kruipen of dat hier veel bevlogen truckers zijn, de reden waarom hier veel transportbedrijven zijn. Hoe dan ook, bedrijven en chauffeurs vormen de kurk van het geïmporteerde systeem ‘just-in-time’. Ik weet nog dat ik bij het congres in de RAI zat, waar dit idee werd gelanceerd. Briljant!, zo oordeelde ik.
Inmiddels denk ik er wat genuanceerder over en ik heb het idee dat er nogal wat bedrijven zijn die ook een beetje terugkomen van dit geniale idee. Van voortdurend ‘Uitverkocht’ verkopen wordt je ook niet vrolijk en de klanten lopen weg.
Nog niet zo heel lang geleden besloten wij, de vrienden van Amazingslotcarracing te TE, per clubavond een tweede wedstrijd te gaan rijden. Ten eerste omdat een wedstrijd met een bepaald model op een bepaald tijdstip ons ontzettend goed beviel en ten tweede omdat wij ons nog vitaal genoeg achten er een tweede wedstrijd achter aan te knallen. Met een vierspoorsbaan rijden we vanzelfsprekend vier heats achter elkaar. Een chaos-knop kennen wij niet en iedere heat begint gewoon weer op start-finish zonder ingewikkeld telwerk van baandelen, gedeeld door wortel zes tot de tiende macht in het kwadraat voor het wegpoetsen van meetfoutjes in het digitale systeem en onverwachte voltagewisselingen.
Waarom weet ik werkelijk niet, maar het werd Group C. Een beetje een belegen bolide, maar wel allemaal Slot.It. Daarmee ontstaat een grappig fenomeen: de bolides zijn onderhuids precies hetzelfde, want het zijn allemaal inliners met zo’n grappig oranje rookmotortje  van 21.500 RPM, kroonwiel 28 en pinion 9. Hoe standaard wilt u het hebben? Omdat wij niet van die zeurpietjes zijn die zeiken over spiegeltjes, antennes of ruitenwissers, rijden wij vooral hard en dat betekent dat de kunst van het rijden, de track en de controller van doorslaggevende betekenis zijn. Op de tweede plaats komen vervolgens rammelende kap, bijplaatsing van lood, de toegepaste schoen, slepers en banden. Schuim natuurlijk, maar wel een iets andere maat dan wij normaal gesproken in huis hebben, namelijk met een diameter van 19 in plaats van 20,5 mm.
Nu is het Inline-chassis van Slot.it weer echt zo’n spaghettiverhaal. Aan één kant heb je ruimte zat voor je wieltje, aan de andere zijde is het passen en meten met die 20,5-compound! Door de breedte van 11 mm, gaat het wieltje haarnarakelings langs het chassis, want anders schuurt het tegen de kap (de ‘body’ voor de puristen onder ons). Knap lastig! Want als je het kapje lekker los op het chassis legt, zodat het flink kan bewegen is wat geschuur en geslijp bijna onvermijdelijk. En dat moeten we ook niet hebben.
Eensgezind besloten wij massaal over te stappen naar de SC 2019 van ScaleAuto, die weliswaar niet de door ons gewenste Procomp bezit, maar wel beter past onder die ouderwetse karretjes. Nou, en daarmee begon de ellende. Alle grote slotracespullenleveranciers in Nederland doken in gemompel en veel schoenpuntengestaar onder tafel, want: Niet op voorraad!  Klant is koning, maar wij bleven beleefd: Wanneer dan wel? “Tja, jaja, uh, nee, weet niet, hm, misschien, geen idee, neu, lastig, vervelende zaak, moet kijken, jaja, tja, nog-es-an-toe, over bellen, hoe lossen we dit op?” Evident is dat het just-in-time principe door de transportwereld gewoon is opgegeven. Omvallende vrachtwagens, files, spitsstroken die niet open gaan hebben Nederland Transportland volledig tot stilstand gebracht met alle consequenties van dien voor de slotracerij.
Dan maar uit Duitsland. Onze Internationale afdeling ging toch richting Hannover en bood aan de banden dan maar zelf te importeren. Tijdens de clubavond op vrijdag, de wedstrijd was in volle gang, kwam er een verassend appje met foto van het bandenrek binnen. Mein Himmel! Ein Traum! Want er hing een onvoorstelbare hoeveelheid Moosgummi-bandjes! Lang verhaal kort, een paar dagen later beschikten we over twee setjes verkeerde banden. Met blauwe streep (zero grip) en qua formaat mogelijk bruikbaar voor 1/24, anders voor de eigen dagelijkse boodschappenauto.
Kwaad is kwaad en dus Google flink aan de jas getrokken. En wat bleek? Er is in Nederland nog zo’n rek met allemaal bandjes van Scaleauto! Voor 3/32 asjes, voor 3 mm asjes, met rode, gele of witte opdruk (hard, middel of zacht). Voor 32-ers of meer voor de grote mannen. Ik kan me voorstellen dat u graag wilt weten waar dat rek staat. Helaas, dat is geheim, maar te zijner tijd hoort u nog van ons! Alles op zijn tijd, dan wel juust-op-tied!





zondag 26 februari 2017

Kist

Hein Tunnissen
Kist
Sinds wij van Amazingslotcarracing iedere clubavond een Mosler-wedstrijd rijden (4 heats) en sinds kort zelfs afsluiten met een tweede wedstrijd in de Group C-klasse, heb ik eigenlijk weinig tijd meer om tijdens zo’n clubavond wat te sleutelen en te testen. Je bent eigenlijk vooral druk bezig met de auto die je in de wedstrijd wilt gooien, met het verkennen van de baan en de WD-40 film daarop, het schoonmaken van de bandjes en het invetten van de tandwieltjes met kranenvet dat je bij Gamma in een tubetje kocht. Zo druk als een baasje dus.
De kwestie is nu dat je na arriveren, als altijd meteen een kop koffie krijgt aangereikt, wat bijkletst over de gruwelijkheden van die week (Vier dagen in de file gestaan!; bandjes besteld, zijn er nog niet! Etc.) en dan als een idioot aan het werk moet. In de kist zit dan gewoontegetrouw allerlei zooi waar je helemaal niets aan hebt. Zoals bijvoorbeeld een leuke, bijzonder grappige Renault Clio met ING-livery van NSR waar behalve nieuwe sponsbandjes ook hoognodig nieuwe braids onder gezet moeten worden. Alles bij elkaar een karweitje van niks, maar toch heb je er de tijd niet voor. Dus reist die Clio al een maand of vier doelloos heen en weer. Rijd ik er dan in een onbewaakt ogenblik een stukje mee, dan weet ik meteen: Tja, daar moet hoognodig wat aan gebeuren! Wat ook niet echt bevorderlijk is voor een goed humeur, omdat ik me alweer iets ga voornemen wat ik niet ga waarmaken.
Dus daar heb ik over nagedacht en wat op gevonden. Dankzij de Tomtom, de crisis en Marktplaats kun je tegenwoordig 24/7 alles kopen en dankzij internet kun je idem dito alles vinden. Heerlijk! Mijn plan: ik koop voor mijn racekist een stel extra bakjes en dan wissel ik de inhoud van mijn kist al naargelang het programma van de avond. Dit systeem is van absolute wereldklasse en goed voor een patentje of drie. Nu nog die bakjes vinden. En dat viel niet mee. Want die Zwitserse kaasboer die zich fabrikant van de PolyDesign waant, ligt meestal op een Alpenwei (Alm) naar paarse koetjesrepen te kijken en is zelfs met Google niet te vinden. Ze horen ook niet bij de EU, wist mijn vrouw! Ach, tuurlijk!
Evenwel, door te volharden vond ik wel wat en tot mijn geluk redelijk dichtbij in Muntendam. Stonden een beetje verstopt op een website voor modelbouwauto’s. Jaja, en dáár kunnen wij nog wat van leren. Een instapmodelletje kost circa €2.300,- en dan zit er (voor zover ik begreep) nog geen dekseltje op! Allemachtig, dat is een dure hobby! Ik had tijd zat om wat rond te kijken want het duurde een paar dagen voordat de eigenaar van de webwinkel in de peiling had dat er mail in zijn busje was gevallen. Lang verhaal kort: dankzij de Tomtom stond ik niet lang daarna in een of andere wijk waar ik zonder Tomtom nooit meer was uitgekomen. Aardige vrouw, afrekenen aan de deur en zij wenste mij veel plezier met mijn bakjes. Attent!
Thuisgekomen duurde het nog even voordat ik tijd had om een nieuw indelingsplan voor mijn kist te maken en toen bleek wel dat het ontzettend lastig is te beslissen wat er absoluut mee moet, wat eventueel thuis kan blijven en wat echt overbodig is tijdens zo’n clubavond. Nu heb ik zo’n kabelset met twee dikke geïsoleerde pennen waarmee je tot 450 Volt wisselspanning kunt meten en die niet terugdeinst voor een stroomsterkte van 65 Ampère. Die zou wel thuis kunnen blijven, overwoog ik. Maar de rest? Soldeerbout, compressor, inklapbaar bankschroefje, blikschaar en lekker bolhamertje voor het uitkloppen van lood; je kunt het allemaal nodig hebben. Zo zag ik in de kist van een collega een vibrator liggen. Ik fronste even voorzichtig, maar hij had het gezien: “Doet het niet. Moet ik nog repareren!” Net als de Clio dus; ik begreep het onmiddellijk!
Uiteindelijk maakte ik een indeling naar wedstrijden. Ik spiekte voor dit idee een beetje bij de kist van Alphons P. die heel goed in kiezen en indelen is. Zo legt hij bijvoorbeeld op Facebook uitgebreid verantwoording af als hij een Classic Cup-race gaat bezoeken. Drie stuks gaan mee, niet meer. Juist voor de wedstrijd beslist hij welke auto het beste bij zijn techniek en tactiek van die dag past. Zitten er snelle racers bij, dan kiest hij meteen voor een andere klasse waarin hij wel kans maakt. En vergis je niet: deze man kan heel hard rijden. Maar hij houdt ook van zijn auto’s en dat is volstrekt belachelijk als je gaat racen.
De nieuwe bakjes die ik heb gekocht zijn dan ook niet crèmekleurig zoals de originele, maar zwartgrijs zodat de begrafenisstemming er al goed inzit als ik mij naar het clubhuis begeef. Mogelijk zal een wedstrijdauto niet meer huiswaarts keren. Het leven is nu eenmaal kiezen; de doodskist of de gladiolen!






zondag 19 februari 2017

Marktplaats

Hein Tunnissen
Marktplaats
Al sinds jaar en dag erger ik me wezenloos aan Marktplaats: Home, Kinderen en Baby’s, Speelgoed, Racebanen. Inderdaad, het valt niet te ontkennen, racebanen vormden in de jaren 1963-1973 de hoofdmoot van het kinderspeelgoed, om niet te zeggen van de jongens onder ons. Welnu, met mijn Smartphone kan ik uitrekenen dat deze hoogtijdagen ruim 40 jaar achter ons liggen. Racebanen hebben niets, maar dan ook werkelijk helemaal niets met kinderen te maken, laat staan met baby’s. Wat zijn dat in godsnaam voor achterlijke sukkels, daar bij Marktplaats?
Kijk, dat er ook nog wat rare plestic zooi tussen staat die wordt gekenschetst als racebaan, maar ondertussen meer weg heeft van een mini-kermisattractie, dat zal mij worst zijn. Maar al het andere, van particuliere tot professionele verkopers van slotcars, is geen kinderspeelgoed. En ik bevind mij in goed gezelschap, want Duitse slotraceshops vermelden bij ieder product: “Achtung:  Kein Spielzeug! Nicht geeignet für Kinder unter 14 Jahren”. Pittig wijf, die Frau Merkel! Pakt de zaken meteen goed aan.
Laatst was ik met mijn zoon wat aan het racen op Zolder. We hebben een tweespoors Fleischmannbaan met een recht eind van huppakee!, tien meter! Lang genoeg om op je gemak een slokje koffie te nemen of om de veters van je schoen te strikken. Zeg ik plotseling tegen hem: Wist je dat ik naar Duitse maatstaven gerekend in overtreding ben, omdat jij hier aan het racen bent? Hij lachte zijn beroemde lachje van lul-maar-een eind-raak-ouwe-heer, en passeerde mij in de Puki-bocht op een Max Verstappen-achtige manier!  Jaja, jij lacht, maar je moet in Duitsland wel 14 zijn voor deze 3D-game! Van verbazing stopte hij, zodat ik hem weer kon inhalen! Wat is dit nu weer voor flauwekul, pa? Enfin, nadat ik het hem had uitgelegd zag hij er de logica wel van in en hij stelde voor Marktplaats te gaan boycotten. Dat plan moeten we nog verder uitwerken.
Door die gruwelijke ergernis van ‘Home, Kinderen en Baby’s, Speelgoed, Racebanen’ kijk ik steeds vaker op de Duitse variant via Facebook: Slotcar-Flohmarkt. In een paar maanden tijd is die openbare groep (huh?) uitgegroeid tot de grootste West-Europese automarkt voor gleufauto’s met iedere dag kakelverse nieuwe aanbiedingen. Duur, extreem duur, maar ook lekkere koopjes. Ik onderhandel wat met de Duitse Freunden en haal zo’n mijn Duits wat op. Kijk, een beetje raak kletsen met de buren kan iedereen, maar correct Hochdeutsch schreiben met of zonder Ringel-S (β - Eszett) is toch wel heel andere Pefferkuchen!
Vandaar mijn voorstel om dit leuke initiatief voor zowel verkopers als voor kopers, één op één te kopiëren en ook voor Nederland een Slotcar-Vlomarkt op te richten om ons in één klap te bevrijden van de Faller AMS-banen, de Lego-banen, die verschrikkelijke Fischer Price, de Racebaan Lanceerbaan, Carrera Go, Jouef, Hotwheels, de Raceset van Cars, Polistil, Gama, de Looping Chaser, Cartronics, Chuck & Friends Stuntbaan, Xtrek PRO-baan, Freeway Speed Legend (nog niet meegespeeld, dus inhoud is nieuw!) en de Auto-Racer Road Racing set 6034 op batterijen.
En analoog aan de Meubelboulevard of de koopstrip met Automotivedealers zou ik er dan ook voor willen pleiten om de professionele verkopers van ons spul een prominente plaats te geven waarin zij dan dagaanbiedingen kwijt kunnen of andere leuke boodschappen. En daar heb ik een hele bijzondere reden voor.
Ik was op zoek naar sponsrubber, auch Moosgummi genennt. Schreef toen onder andere een briefje naar Slotracing2Go en Jacqueline reageerde meteen: Hé Teun, probeer eens Bibian’s Poppenhuis in Venlo. Nu kan ik zelf op gezette tijden zeer sarcastisch uit de hoek komen, maar dit sloeg werkelijk alles. Dus ik naar het Poppenhuis. En wat blijkt? Achter die naam in Venlo schuilt een slotcarwinkel. Met zelfs een testbaantje! Kijk maar op de website, maar leg eerst je vrouw goed uit waar de poppenbelangstelling vandaan komt, anders krijg je daar weer gezeik over.
De moraal van dit verhaal is dat we het goede moeten behouden en de shit overboord moeten gooien. Eerder heb ik een lans gebroken voor een behoorlijk Nederlands Forum over slotcarracen om opgedane kennis te delen. Persoonlijk heb ik een enorme hekel aan dat gedeel en vooral het gekakel daarover, maar ik heb een nog grotere hekel aan het verspillen van tijd door opnieuw het wiel uit te vinden. Ik geef even mee, gratis en voor niks: Race, ongeacht de baan, altijd met sponsbanden van Scaleauto. Wij van Amazingslotcarracing kiezen voor de zachtste band (witte ring) op onze MDF-baan. Geel gaat ook prima, maar is toch minder. Rood is uiteindelijk te hard. Is wel acceptabel na 23.00 uur als de baan stevig is opgewarmd. Doe er uw voordeel mee! Dit gratis advies mag u met iedereen delen! Geen rubber, maar sponsrubber!

  

zaterdag 11 februari 2017

Schuld

Hein Tunnissen
Schuld
Omdat ze gelukkig niet het eeuwige leven hebben, zie je ze niet zoveel meer. De Volvo Stationdoos met die afschuwelijke uitlaat onder de achterbumper. Een of andere zilverkleurige bus van een meter lengte die ze kennelijk nergens anders meer kwijt konden. Of misschien waren ze hem gewoon vergeten tijdens het ontwerpproces. Zeer wel mogelijk. Tegenwoordig is de uitlaat ook weer erg in trek en dan vooral de dubbele uitlaat. Ik vind dat vreemd in een tijd dat iedereen zich zorgen maakt over fijnstof en de hittegolf op de Noordpool. Waarom benadrukken dat jij de oorzaak bent?
Het gaat te ver om het te beweren, maar het lijkt erop dat ik mijn auto juist geselecteerd heb op een uitlaat die je niet ziet. Voel ik me wat depresssief, dan zet ik mijn auto op mijn smeerput (dit is Groningen, hè?) en ga ik lekker op mijn rug met een glas whisky in de hand naar de onderkant van mijn auto kijken. Word ik helemaal blij van. Genieten! Zo prachtig ontworpen, zo prachtig vormgegeven. Vooral de laatste pot, waar je zonder problemen 150 kilogram heroïne in kunt smokkelen, zit zó knap weggewerkt dat je je afvraagt waarom de onderkant van die auto niet is uitgeroepen tot cultureel erfgoed. Industriële vormgeving is vaak om stil van te worden. Recht van achteren zie je helemaal niks! Zelfs geen pijp!
Natuurlijk kan het ook qua vormgeving volkomen misgaan. Zie de nieuwe serie Alfa Romeo’s (We’re Back, Again!), waarbij de directie bij de presentatie van de eerste kleimodellen, zich hardop afvroeg: “Moet er aan de voorzijde niet ergens een kentekenplaat op, dan?” Roest, helemaal vergeten! De oplossing is tenenkrommend en iedere dag zichtbaar. Vre-se-lijk!! Wat maakt een vrouw mooi? Perfecte symmetrie! Voor een auto geldt precies hetzelfde, sukkels!
Laatst kocht ik uit puur jeugdsentiment een wel heel bijzonder slotkarretje dat, helemaal passend bij die tijd, twee uitlaten bezit. Symmetrisch, aan weerszijden van de auto. Toen viel het me eigenlijk pas op dat de moderne slotcar met allerlei details wordt uitgerust, behalve met uitlaten. Wat natuurlijk ook volstrekt logisch is, want we praten wel over elektrische en schone aandrijving. Maar afgezien daarvan, kennelijk is na - pakweg 1965 - op de circuits de wens om te pronken met uitlaten, helemaal weggezakt. Een enkele keer kun je met veel moeite in de buurt van de diffuser nog een enkel kort pijpje ontdekken, maar veel stelt dat allemaal niet voor. Ik geef toe dat ik zelf de uitlaat van een Audi LMP R18 TDI wat heb opgeleukt door de bij het lichtsetje bijgeleverde ieniemienie-lampjes in die pijpjes in te bouwen. (Handleiding: boor hiertoe in het pijpje een gaatje van 0,03 mm!)
Laat je nu je controllerhandle los, dan lichten die lampjes even knipperend op, daarmee de suggestie van ‘backfire’ wekkend. Dat verschijnsel treedt op als het mengsel wat aan de rijke kant is en daardoor in de gloeiendhete uitlaat tot ontbranding komt. Na de energiecrisis, alweer ruim 40 jaar geleden, zag je die leukdoenerij eigenlijk niet meer.
De wereld is sindsdien een stuk efficiënter geworden. Neem nu de auto’s in de dinosaurus-klasse Group C, waarmee wij iedere vrijdag de grootste lol hebben. De firma Slot.It heeft zegge en schrijven één chassis met motormount en torretje en daar hebben ze alle kapjes overgetrokken van de auto’s die officieel deel uitmaakten van die klasse. Het is bijna net zo efficiënt als de echte automotive van tegenwoordig. De Peugeot is een Fiat, is een Citroën, is een… noem maar op. Ziehier de aanval van deze fabrikanten op de Renault Espace. Het onderstel is steeds hetzelfde, alleen de jas is anders. En dan hoor je toch van die zeveraars die beweren dat hun Peugeot beter rijdt. Veel beter zelfs!
In onze Group C klasse is het helaas niet anders. Terwijl wij natuurlijk als de echte kenners van de automotive toch beter zouden moeten weten. We rijden met hetzelfde chassis, met dezelfde motormount, zelfs met dezelfde oranje rookmotor, hetzelfde gele kroonwiel en pinion, op dezelfde bandjes tegen elkaar in de hoop dat de ene auto net iets beter en sneller is dan de andere. Beter getuned, beter geprepareerd. Wat zijn wij toch een sukkkels!
Of niet? Er zijn clubs die helemaal stikken in de regels met do’s and dont’s, wil je überhaupt nog met je karretje aan de start mogen verschijnen. In de 24-klasse gaan ze zelfs zover dat de brandblussser tussen de voorstoelen verplicht is, want er zijn namelijk van die snoodaards die daar een aanzienlijke gewichtsbesparing weten te realiseren door die brandblusser weg te dremelen. Doe als wij! Scheur Group C en alles is geregeld! De coureur bepaalt de overwinning, niet de auto! Bij verlies is het de schuld van de auto. Dat dan weer wel! Ontwerpfout!