zaterdag 20 augustus 2016

Spiegels

Hein Tunnissen
Spiegels
De echte freaks onder ons rijden niet met hun auto’s, maar zij zetten die thuis voorzichtig in een vitrine. Met een juiste uitgekiende belichting geeft dat in de woonkamer precies dat warme gezellige dat de meeste echtparen zeggen na te streven als zij denken aan ‘thuis’. Des avonds leest zij met opgetrokken benen de seksverhalen in Margriet en onderwijl kijkt hij naar zijn nieuwe Ferrari. Of Ferrari ’s. Binnen dit principe zijn er zelfs vogels die meteen inschrijven op elk nieuw modelletje dat nog ooit uitgebracht zal gaan worden. Hoewel ik dat fenomeen wel kan billijken, want vaak is de voorpret nog leuker dan de eindeloze tandeloze tijd die volgt na het uitpakken. Het moge duidelijk zijn dat mijn sarcasme voortkomt uit lichte ergernis, want auto’s sparen is niks anders dan dwangneurose.
Wat het nog erger maakt, is de MINT-status die wordt nagestreefd. In advertenties lees je dan bijvoorbeeld dat de aangeboden auto Mint is op enkele rondjes na. Om te testen, ja-ja-ja! Of: alleen uit de doos geweest voor de foto’s, ja-ja-ja! Voor mij en mijn vrinden is het hebben van auto’s niks anders dan een mogelijkheid om te racen. Daar is het ding voor bedoeld en begrijpelijk kost dat af en toe een spiegel of een spoiler. Een opmerkelijk fenomeen is bijvoorbeeld dat ik tijdens een wedstrijd soms zó gefocust ben op mijn eigen karretje dat ik niet zie dat mijn buurman naast de baan ligt, totdat ik er bovenop knal. Dat is dus het gevolg van een behoorlijk versmalde blik, mogelijk zelfs tunnelvisie.
Maar als gelijkgestemden kunnen we dat wel van elkaar hebben en ik heb in al die jaren dat ik die baan van Amazingslotcarracing te TE onveilig maak, nog nooit van iemand een verwijtend geluid gehoord of zelfs maar een zucht van spijt. Welnee, we zoeken met zijn allen het spiegeltje op en dat wordt door de eigenaar onder het genot van een drankje weer oersolide aan de carrosserie bevestigd met behulp van een druppeltje slimme lijm. Want onze kennis van lijmen en vooral van de verkrijgbare lijmsoorten is gigantisch. Laatst nog. Op woensdagavond adverteerde het zieltogende bedrijf Blokker met een lijm die uithardt onder invloed van UV-licht. Hetzelfde principe gebruikt uw tandarts als hij dat gat in uw kies dichtsmeert. Piep-piep en het is weer gefikst! En dus zat op vrijdagavond na die woensdagavond een clublid vrolijk voor tandarts te spelen. Hopla! En het mooie is dat hij die lijmkit niet eens zelf had hoeven kopen. Hij had gewoon zijn vrouw naar Blokker gestuurd!
Daar hebben de overige clubleden dan een mateloze bewondering voor; namelijk dat je de zaken zó goed voor elkaar hebt. Ik zal niet verhelen dat ik blij ben dat ik niet helemaal gestoord ben door het dwangneurotische verzamelen. Want als ik bij mijn vrouw al zou opperen om een bijzonder mooi gepoetst autootje bij wijze van uitzondering gedurende één weekend  op de schoorsteenmantel te plaatsen, dat dan de kans groot is dat mijn kinderen later in mijn nieuwe appartementje tegen mij zeggen: “Dat was ook niet echt slim van je, pap!” Laat staan dat ik een mooie vitrinekast met verlichting voor mijn auto’s koop om die naast haar vitrinekast met handgeblazen glazen herdertjes uit Zwitserland te zetten. Nee, dan kun je nog beter je smartphone met datingsite-afspraken laten slingeren.
Behalve spiegels rossen wij er ook om de haverklap spoilers af. Je krijgt een tik in de bocht, auto schiet uit het slot, slaat over de kop en knalt keihard tegen de boarding aan. Oei, een Max Verstappentje, roepen wij dan vergevingsgezind. Hoewel er nauwelijks sprake is van een crash, blijkt toch vaak de spoiler op de baan te blijven liggen als de auto wordt opgepakt. Omdat wij geen verplichting kennen tot het voeren van een spoiler of zelfs maar een coureur achter het ruitje, kan de eigenaar de spoiler gewoon in zijn broekzak steken en vrolijk verder racen. Is er dan weer een gezellige pauze met een glaasje limonade, dan komt de lijmdoos weer tevoorschijn en wordt het gewraakte onderdeel weer teruggeplaatst. Er zijn zelfs raddraaiers onder ons die het hele lijmproces achterwege laten en de spoiler simpel weg terugdrukken in die ieniemienie-sleufjes. Ik heb weer een andere methode, geleerd van Fokko. Die gaf mij een uiterst elastische afdichtring (oliefilter oid) en daar snijd ik dan een klein stukje van af bij wijze van voetje. Effe lijmen en je hebt een spoiler die alle richtingen in kan buigen. Als riet! Eeuwig bijna mint!

zondag 14 augustus 2016

Manual

Hein Tunnissen
Manual
Of je nou een keuken- of slaapkamerapparaat voor je vrouw koopt, een garage-apparaat van Bosch voor jezelf; er zit altijd een gebruiksaanwijzing bij. ‘Dit is het snoer, aan het uiteinde zit een stekker.’ Of er wordt minutieus uit de doeken gedaan waar de batterijen in moeten en nog meer exact hoe! Wat voor vrouwen inderdaad raadzaam is. En dat vaak in meerdere talen. Of dát zinnig is, weet ik niet maar het komt in ieder geval zorgzaam over. Precies zoals de mededeling hoe je het apparaat moet opruimen, nadat het is overleden na 4000 uur MTBF (Mean Time Before Failure). Dit laatste natuurlijk in het kader van ‘duurzaamheid’ die door de fabrikant als belangrijke poot onder zijn bedrijfsbeleid wordt nagestreefd.
Gisteren kocht ik een slotcar van Europese fabrikant van bijna 70 euro. Om iets explicieter te zijn van NSR. Wat valt dan op? Je krijgt een of andere plastic box (de pitbox zeker, hahahaha!) en een auto die met een schroef aan de bodem is vastgezet. C’est tout! Nu kun je natuurlijk tegenwerpen dat er geen snoer en stekker aan zit of dat er batterijen achter een klepje gestopt moeten worden, zodat een Manual volstrekt overbodig is. Ik denk daar anders over. Sterker nog: ik vind dat fabrikanten als Slot-It en NSR een uiterst zwakke marketing en after sales hebben en dat hun beider websites een absolute aanfluiting zijn. Informatie nul!
Ik schets een realistisch voorbeeld. Van uw vrouw kreeg u als dank voor bewezen diensten een leuk autootje van NSR, haar aangepraat door Klaas Bos die het beste met u en zijn portemonnee voor heeft. Klaas weet natuurlijk niet (en uw vrouw nog veel minder) dat u een Nincobaantje heeft van twaalf meter dat nog harder golft dan de Rijksweg A12 ter hoogte van Gouda. Tien tegen één dat uw nieuwe auto een zwart plastic chassis met een scharlaken rode motormount in een AW-opstelling heeft. Dat laatste is niet zo belangrijk; voor hetzelfde geld had Klaas voor uw vrouw een SW-constructie achter het cadeaupapier gestopt. Wel aannemelijk is dat die tandwielconstructie behoorlijk gemiddeld ofwel riant doorsnee is. Hout, plastic, Scalextric, Ninco  of Fleischmann het hobbelt er wel over.  Na drie rondjes bekruipt u het gevoel: het valt mij toch wel wat tegen, die dure NSR. Daarom gaat u op zoek naar de handleiding. Huh? Welk chassis heb ik nodig voor mijn golfbaan?
In die handleiding had om te beginnen moeten staan: “Gefeliciteerd met uw aankoop! Wij zijn blij dat u voor NSR heeft gekozen. In deze Manual leest u meer over uw nieuwe auto en hoe u nog meer plezier kunt hebben van dit kwaliteitsproduct!”, waarna een opsomming volgt van de geleverde materialen. Want het is toch compleet ziek dat je als een halve randdebiel de tandjes van je pinion moet gaan tellen of aan de hand van een kleurtje via internet moet vaststellen wat voor kroonwiel je nou eigenlijk hebt? Je zult maar kleurenblind zijn!
Waarom geen lijstje met gebruikte onderdelen inclusief de bestelnummers?! Waarom staat dat nergens? Of waarom is er nergens een verwijzing naar een website waar je kunt zien welke mogelijkheden er zijn om jouw nieuwe auto meer aan te passen (tunen!) aan de baan waarop je rijdt? Want laten we wel wezen, een houten clubbaan is volstrekt iets anders dan een thuisbaan. En veel slotcarracers zullen beamen dat eigenlijk niet één baan gelijk is aan een andere. Iedere baan vereist zijn eigen setup.
Marketing is de kunst om de koper charmant aan de hand te nemen en hem of haar naar een tweede of derde aankoop te begeleiden, zodanig dat koper denkt dat hij daartoe volledig zelfstandig heeft besloten. After Sales is de kunst die ervoor zorgt dat een koper volstrekt tevreden is met zijn aankoop en stiekem alweer plannen maakt om nog zo´n leuk autootje te kopen.
In de praktijk is het vrijwel altijd andersom. Je denkt eerder ´Wat een absolute sof!´ Zo heb ik twee clubgenoten zien martelen met een Black Arrow die werd gekocht omdat een derde clublid al zo´n auto had en dat voertuig ging als de brandweer. “Ik ook! Ik ook! Ik ook!”, dachten toen die andere clubleden, hoewel zij wisten dat de setup heel moeilijk is en vooral uiterst nauwgezet uitgevoerd moet worden. De twee nieuwkomers wisten niet (of wensten niet meer te weten) dat die eerste Black Arrow ten koste van anderhalve vakantieperiode en daarna nog heel veel nachtrust tot topprestaties was opgeschroefd. Heel moeilijk, maar het kan dankzij een speciale website met uitgebreide aanwijzingen. NSR komt niet veel verder dan bij iedere technische scheet trots te verkondigen dat die is ontworpen door de triple world champion die het bedrijf kennelijk in vaste dienst heeft genomen. Daarom is het gewoon gênant dat Moslers recht uit hun pitbox zo verschrikkelijk beroerd presteren. Diep onder NN*)!
*) Norm Ninco

zaterdag 6 augustus 2016

Kees

Hein Tunnissen
Kees
Je zou willen dat je ‘m had, zo’n zwager als Kees. Onbaatzuchtig en altijd iets in de kofferbak ‘waar jij nog wel wat aan zult hebben’. Het is dat wij een grote schuur hebben, althans voor Randstad-begrippen, want anders waren wij nog niet jarig met Kees. Of met Kees’ oog dat op rommelmarkten altijd op iets viel dat de moeite waard was. Hij had een bijpassende aankooptechniek. Zo schopte hij ooit tegen een leger plunjezak. “Zit zeker niks in, 5 euro?” Dramatische gebaren van de verkoper maar Kees werd teruggehaald en hij kreeg zijn plunjezak, barstens vol legergoederen, voor 5 euro. Zo bracht hij voor mij ooit een alukoffer mee. Die bouwde ik om tot racekist, maar omdat bij raceclubs de knutseltafeltjes altijd veel te smal en veel te krap zijn, werkt die kist van mij daar niet. Thuis wel natuurlijk, maar mijn werkbank is gerelateerd aan mijn schuur. Dus boven modaal.
Afijn, hoewel ik alleen al ter nagedachtenis van Kees die koffer nooit meer kwijt wil, moet ik toch wat anders wil ik aan die kleuterschoolbankjes nog wat zinnigs kunnen doen. De echte slotracekist, beter gezegd de naäapkist, is dus een Poly Butler. Van ABS, vijf bakken links, drie bakjes rechts en een klep die als smeerput dienst doet. Ik zag ‘m bij toeval op Marktplaats. Kist met inhoud en Slot.It-regelaar voor 225 euro. Geen geld! Ik heb P.N. niet gemaild, want dit was echt een riante aanbieding voor een enthousiaste instapper. Mijn Poly Butler werd aangeboden door Memphis, die er -zo bleek na wat over en weer mailen- drie onder zijn bureau had staan. Hij stopte ook al! We werden het eens, mits hij die verschrikkelijke stickers zou verwijderen. Later kwam ik terug op die eis, want dat kon ik zelf eigenlijk ook wel. Het was in feite een soort Kees-aanpak: Zeggen dat het niks is en stilletjes hopen dat de verkoper dat dan gaat beamen. Maar Memphis gaf geen krimp.
Nu heb ik dus twee kisten. Een lievelingskist en een kist om er helemaal bij te horen, afgezien dan van die stickers want die weiger ik pertinent. Vieze zooi! Met die twee kisten lijkt een probleem opgelost, namelijk ‘Wat neem ik mee en kan ik alles wel meenemen?’. Laatst onthulde Alphons P het gebruik van een voormalig viskistje als racekist tijdens een Classic Cup-wedstrijd. ‘Breng een kleine kist mee’, zo vroeg de organisatie dringend, ‘want we hebben geen ruimte voor die grote kisten.’ Ik begreep dat onmiddellijk, want dit knelpunt doet zich vrijwel overal voor. Van de andere kant moet je ook eerlijk zijn, omdat je altijd veel te veel meeneemt. Geen gruwelijker gedachte dan thuis een auto die het verschil had kunnen maken.
Een andere kwestie is de maat. Wij kennen het verschijnsel van de 24-klasse en deze coureurs hebben een racekist die in driedimensionale richting zeker zes keer zo groot is als de peuters van 32. Meestal blijven die kisten, sommigen zeggen container, noodgedwongen op de grond staan. Bij ons te TE wordt anders vrijwel al het daglicht weggenomen.
Zelf houd ik meer van een leuke mix. Zo had ik laatst een accent op de avond gelegd met verschillende Moslers, dat werd aangevuld met wat gooi- en smijtwerk (Megane, Clio, R5 Turbo, A110 en A310) op allerlei banden. Leuk spul om de avond af te sluiten als het allemaal niet meer zo heel serieus is. Het gekke is natuurlijk dat je voor zo’n keuze helemaal geen twee kisten hoeft te hebben.  Een opmerking overigens, die ik inhoudelijk wel vind passen bij de wat bekrompen opmerking van mijn vrouw, namelijk dat je aan twee auto’s wel genoeg hebt. We hebben daar wel eens kortstondig over gediscussieerd, maar al gauw bleek dat dit een puntje binnen ons huwelijk is waarover wij het niet snel eens zullen worden.
Maar laatst had ik haar toch mooi te pakken. Ik zei: “Je moet het meer zien als Kees. Die vroeg zich ook nooit af of hij nog wel iets nodig had of dat iets echt wel nodig was. Kees huldigde het standpunt dat hij altijd nog wel iemand anders gelukkig kon maken als hij er zelf niks aan had. Of niks mee wilde.” En tegen dat onbaatzuchtige aspect kon ook mijn vrouw niet op, want juist daarom heeft Kees een heel bijzonder plekje in haar hart. “Stel je voor”, zei ik, “dat de Mosler van Fokko of Markus door een ongelukje stuk gaat of niet gerepareerd kan worden. Wat is er mooier dan: “Hé vriend, pak er maar eentje van mij!” Racen tegen je eigen auto! Amazing!  

zondag 31 juli 2016

Dag niet

Hein Tunnissen
Dag niet
Mijn vrouw heeft veel respect voor het werk dat ik doe, maar ze wil graag positieve verhaaltjes. Dat zure gekanker, dat afbranden op niks, dat altijd weer zoeken naar de zwakke plek en immer uit zijn op de val van de minister, dat is niet echt haar ding. Ik kan dat begrijpen, want ik ben journalist en zij niet. Zo ontdekte ik laatst dat hoogleraar slotcarracen JeeWee van Capelleveen mij omschreef als een ‘topracebaanblogger’ (racebaaninfo.blogspot.nl). “Zie je,” sprak mijn vrouw meteen, “dat zijn nou leuke positieve verhaaltjes. Daar houden mensen van!” Waarmee dus bewezen is dat ze er geen klap van begrijpt, want je kunt mensen natuurlijk niet iedere week lastig vallen met dit soort gebeuzel. Bloggen is gewoon hard werken en de ene keer lukt het beter dan de andere keer.
Ik kan bijvoorbeeld niet iedere week in deze blog schrijven dat Marcus Aurelius behalve Zwitser en heel aardig, ook de beste slotcarracer van onze club is. Nee, allicht niet! De eerste die zwaar gaat protesteren, is zijn vrouw die zal zeggen: “Hij heeft ook zijn mindere dagen, hoor Hein!” Secundo nemen de andere leden van de club meteen een schep testosteron met als insteek ‘Dat zullen we dan nog wel eens zien!’ Daarbij houden mannen als Fokko en Patrick niet van dit op het schild hijsen. Laatst nog reed Marcus nog met een of ander raar autootje dat hij langs de baan had gevonden en hij vloog er in de Solexbocht keer op keer uit. De vergelijking met die steenezel dringt zich nu op, maar dat mag ik van mijn vrouw dus niet schrijven.
Daarom zal ik het wat meer algemeen houden. Tineke, de vrouw van Marcus, loopt regelmatig door ons clublokaal en dan merk je aan alles dat zij een scherp oog voor de situatie heeft. Stel ze heeft mij op de korrel, dan zal zij het beslist opmerken als ik mijn dag niet heb. Dat kan ons allemaal overkomen en soms moet je je daar ook gewoon bij neerleggen. Neem Fokko die na een paar wedstrijden buitengaats, weer op het nest terugkwam en eigenlijk meteen met zijn neus in de boter viel. Vier kornuiten langs een 4-sporenbaan en een loeischerp afgestelde tijdwaarneming. “Wedstrijdje, heren?”
En toen begon het drama. Werkelijk niet te filmen wat er zich toen afspeelde te TE! De ene uitvlieger na de andere; een auto die zichzelf uit het slot accelereerde of die in de meest flauwe bocht die wij in ons circuit hebben domweg omviel(!) waardoor onze Fokko óók nog Auf Deutsch zu hören krieg, wieviel Runden er hinter der Marcus Goetz war. Heeft die tijdwaarneming het godbetert ook nog steeds over ‘Fok!’
Der Fok hat seinen Tag nicht! Omdat wij vriendschap belangrijker vinden dan iemand moreel vernietigen, boden de overige coureurs Fok aan dat hij van wagen mocht wisselen. De achterstand bedroeg toen al zowat 34 ronden en wij vonden het onderhand zo gruwelijk pijnlijk worden dat dit het enige bruikbare Panacee leek te zijn. En hoe afgrijselijk het aanvoelde bleek wel uit de houding van Patrick die zijn bolide gewoon midden op de baan stil zette in afwachting van de terugkeer van Fok! met een betere bolide. Sjok, sjok, sjok!
Woorden schieten te kort. Als er al een god is, dan was hij die avond beslist op vakantie want het werd zo mogelijk nog erger. Patrick probeerde nu achter Fok! te blijven rijden, in de hoop diens gemoed weer een beetje in evenwicht te trekken, want dat de balans ver te zoeken was, moge duidelijk zijn. Tineke schichtte weer even door het clublokaal, fronste de wenkbrauwen en dacht er het hare van. Dat was wel de doodklap voor die arme Fok!
Markus ondertussen, aardige man daar niet van, reed onbekommerd zijn rondjes en lag nu inmiddels 128 runden voor. Mijn achterstand op onze Cancellara was iets kleiner (min 69) omdat ik vooral vóór Fok! uitreed, waardoor ik voornamelijk pas achterstand opliep als ik hem inhaalde en tegen zijn omgevallen bolide botste. Meestal probeerde ik hem vol gas weg te bulldozeren, maar dat lukte helaas niet altijd. Na vier keer baan wisselen, dapper volhouden en veel lachen als boeren met ontzettende kiespijn was het gemartel over.
Dus toch nog een positief einde. Marcus, die behalve een groot fan van Fabian Cancellara, minstens zo goed in tijdrijden is, won de wedstrijd zoals iedereen van te voren had gedacht. Helemaal in de Cancellara-stijl. Op de pedalen, voorsprong nemen en die niet meer afstaan. Het goede nieuws is nu dat verleden jaar aan de hegemonie van Cancellara plotsklaps een eind kwam.
Geduld mannen!

zondag 24 juli 2016

Krr-krr-krr!

Hein Tunnissen
Krr-krr-krr!
Onder slotcarracers tref je eigenlijk maar twee soorten aan: aardige jongens en hele aardige jongens. Alphons van Meerendonk is van de laatste categorie. Niet alleen heeft hij in zijn vrije tijd avonden zitten ploeteren om een Ford Lotus van Fleischmann om te bouwen naar een volwaardige raceauto (touring klasse) voor de Classic Cup in de sprankelende kleuren rood-wit met op de portieren het dreigement ‘AS-Racing’; hij heeft óók een 4-sporenbaan van Fleischmann gekocht om de boer op te gaan. Om de sport om niet uit te dragen tijdens braderieën, feesten, partijen en andere volksoploopjes in stad en ommeland. Gewoon omdat hij slotcarracing een warm hart toedraagt en omdat hij eenieder de gelegenheid wil schenken. Mooi hè?
Het gebeurt niet vaak, maar ik werd er wel even stil van. Neem nu de lengte van die baan. Uitgedokterd op 12 meter rond, zodat het geheel nog precies in zijn auto past, mits in drie stukken gezaagd. Hoe groot is 12 meter? Welnu, dat is zowat een platje vol. Dat weet ik omdat er op internet foto’s circuleren van de eerste zondagmiddagbaantest achter het huis van buurman JB Good. Die daarvoor dus weer helemaal belangeloos zijn tuin beschikbaar had gesteld en ook nog bereidwillig poseerde voor de camera, want je hebt natuurlijk altijd weer van die zuurpruimen die denken dat het hele handel bij elkaar is geshopt! Niks daarvan!
Ik vind dat wel ontroerend, zoiets. Als ik mijn ogen een beetje dichtknijp zie ik heel helder dat Circus Renz ook ooit zo is begonnen. Alphons de nijvere kleine marskramer die ieders hart steelt omdat hij zo aardig is. Zo herinner ik me dat onze weergaloos snelle jonge vriend Raymon (de Senna) zijn van spaarcentjes gekochte NSR Mosler naar de Filistijnen reed omdat hij zo ongelooflijk agressief op het gas ging dat de tandwielen ons om de oren vlogen. Totdat hij dus tot stilstand kwam en zijn bolide alleen nog maar krrr-krr-krrr deed. En daar was toen Alphons, die onmiddellijk begreep dat een goed coureur niet per se een handig sleutelaar hoeft te zijn. Ons ventje had wat hulp nodig en die kreeg hij dus. Ook moreel, want Raymond zat er even helemaal doorheen en met zijn ogen als stuiters kon hij alleen maar verbijsterd naar die enorme berg vijlsel in zijn autootje kijken.
Er gebeuren dus veel leuke dingen in slotraceland en er zijn ook erg veel leuke initiatieven om het geloof verder uit te dragen, maar ik voel persoonlijk nog het meeste voor de methode Alphons-P. Zo zeer zelfs dat je je kunt afvragen ‘Wie is het meest bijzonder:  de roodwitte Fleischmann Ford Lotus AS-Racing Anglewinder (!) of de architect-constructeur achter deze machine?’ Dat dit een moeilijke keus is kan ik verduidelijken aan de hand van een praktijkvoorbeeld. Waar het namelijk omgaat is dat je gebruik maakt van zaken die je direct onder handbereik hebt, maar waar je misschien niet meteen aan denkt als oplossing. Buurman JB Good ontdekte zo dat de broodsluiting van Appie Happie zeer bruikbaar is voor het vergrendelen, in casu het opsluiten van opspringende motoren. Dat is inderdaad zo, maar je moet er maar opkomen. Ik kan me voorstellen dat de heer Good zich op zaterdagochtend voor de kassa stond te verbijten, toen zijn oog plots op de sluiting van het wittebrood viel dat hij beliefde te kopen. “Krijg nou de tering!” Kassière direct overstuur, maar onze slotracer liet terecht het domme wicht aan haar lot over, want er waren nu toch echt belangrijkere zaken aan de orde.
Zo kent ieder van ons ook het probleem dat je soms een kapje wilt monteren dat niet helemaal of helemaal niet bij het chassis past. Je hebt bijvoorbeeld een Ninco-modelletje (prachtig, prachtig, rijden ho maar!) en een subliem spaghettichassis maar kale tor. En nee, daar mag je geen wedstrijdjes mee rijden, want er moet wel een sukkeltje achter het stuurtje zitten. De heer Alphons-P heeft dus in het verre Delfzijl een methode ontwikkeld om die twee samen te voegen. Als een goed huwelijk. Je moet het gezien hebben om het te geloven, maar hij gebruikt daar wegwerp-injectiespuiten voor. Die schijnen een onderdeeltje te hebben dat het busje kan vervangen waar je normaal je houtschroefje (Stumper!) dan wel je metric screw (Hero!) indraait. Het is niet aan mij om hier de details van dit geniale geknutsel met de wereld te delen, maar ik heb het met eigen ogen gezien en het is subliem. Laat ik een klein compliment maken: beter dan Slot-It! Daarom mag het nu wel eens gezegd worden: Alphons’ Passie!

zondag 17 juli 2016

Wankel

Hein Tunnissen
Wankel
Blog opgedragen aan de dodelijke slachtoffers in Nice, 14 juli 2016. Liberté, egalité, fraternité!
Tegen de tijd dat ik aan mijn eerste brommer begon te denken, rond 11 jaar vermoed ik, kwamen er verschillende bijzondere auto’s op de markt. Denk aan de aerodynamische Panhard of aan de even bijzonder gestroomlijnde RO80 van NSU met Wankelmotor. Tegenwoordig echt leuke modelletjes voor de Classic Cup van Heer Slot, maar veel zie je ze niet. In het echie trouwens ook niet. Maar soms zijn er clubs met diehards die dag in, dag uit tegen roest en afbraak opboksen; wat het ook kost! Zie daar de Panhard Automobielclub Nederland of NSU-RO80.com.
Maar laat ik nu zelf een lijk van een slotcar op de kop hebben getikt waarvoor géén club bestaat! De Mazda 787B, een in alle opzichten hele bijzondere bolide. Met een Rotatiemotor en ik ben dus bijzonder benieuwd hoe de technici van Slot.It dat fenomeen realistisch hebben opgelost, omdat bij een rotatiemotor de krukas stilstaat en de rest van de motor daar als het ware omheen slingert. Daarbij heeft die bolide (Groep C) aan de achterzijde een spoiler ter grootte van een tweepersoonsbed dat met een soort klimrek aan de auto is bevestigd. Weird!
Vanwege die idiote uitstekende spoiler zijn er nauwelijks slotcarracers gek genoeg om die tot leven gebrachte aerodynamische formule te kopen. Eén uitvliegertje en je halve auto breekt af. Slot.It voorzag dit en levert bij iedere nieuwe auto een reservespoiler van wat flexibeler materiaal mee, zodat de pret langer dan 10 minuten duurt. Wij van Amazingslotcarracing doen altijd bijzonder laconiek over die spoilers die in feite niks anders zijn dan een nabootsing van de werkelijkheid, die vooral belangrijk is voor de venten met een vitrine.
Toch heb ik ooit smadelijk moeten ervaren dat aerodynamica tot meer in staat is dan op het eerste gezicht lijkt. Een hele aardige directeur die van hard rijden hield maar altijd ruzie had met paaltjes, stenen, muurtjes of uit het niets opdoemende bomen, ging op een zonnige dag tanken. Kaart van de zaak, niks aan de hand. In de schaduw van het pompstation legde hij zijn zonnebril op de spoiler van zijn auto, een Renault 19 TSE. Bijzonder was dat die spoiler in de achterklep was geïntegreerd. Eenmaal thuis en twee paaltjes later realiseerde hij zich dat hij zijn brilletje kwijt was. Hetgeen niet zo was! Want na de rit Amsterdam-Leiden lag de bril nog steeds mooi op dat subtiele randje van de achterklep. Vastgedrukt door de aerodynamica.
Dus daarmee is wel bewezen dat het niet helemaal onzin is, hoe hard boeren ook moesten lachen om de Citroën CX, de tweeletter-aanduiding voor luchtweerstand. Nu is het grappige dat er indertijd ook hard werd gelachen om de Panhard en om de RO80 met zijn hoog opgesneden kont. Nee, dat was wat te veel revolutie voor de Nederlandse sigarenkistrijders, model Kadett.
Aerodynamica neem ik serieus, maar ik heb geen enkele ervaring met Wankel- of rotatiemotoren, laat staan met Mazda. Mijn broer had ooit zo’n Jap. Een leasebak waar hij met een föhn de typeaanduiding af sloopte, een trend van omgekeerde trots. Nog steeds geen idee waarom. Verder had ik dan nog een collega die helemaal gek was van de Mazda MX5, die altijd open reed en vermoedelijk vanwege de aerodynamica zijn hoofd helemaal had kaalgeschoren. Dat vond ik wel een dappere move want zijn achternaam luidt: Den Hoed. Maar die droeg hij ook nooit; hooguit een pet wat niet zo gek is als je het zonnetje het op je kale kop heeft gemunt.
Het is voor mij dan ook een enorm avontuur. Een Mazda in de eerste plaats, maar dan ook nog een rotatiemotor plus dat idiote aangehangen bed. Hoe ik dat ooit in balans moet krijgen, weet ik nog niet maar spannend zal het zeker worden. Ik zal om te beginnen maar eens mijn zonnebril op die klep leggen en kijken wat er gebeurt bij een beetje gasgeven.  Een mooie bijkomstigheid is dat de vorige eigenaar mij verzekerd heeft dat de auto eigenlijk spiksplinternieuw is. Nauwelijks gelopen, hooguit een enkel rondje om ‘m te horen. En daar kan ik me wel wat bij voorstellen, want het geluid van zo’n rotatiemotor is werkelijk bloedstollend. Een stuk rauwer, snerpender en woesthuilender dan die halve gare elektromotortjes die tegenwoordig de F1 aandrijven: Hakke, hakke, puf-puf, weg zijn wij!
Mooi, hè? Helemaal de vorige eeuw: een auto kopen die van een oud dametje is geweest, altijd binnen heeft gestaan, alleen op zondag voor naar de familie en nog helemaal puntgaaf. Ook onder de automatten! Alleen de achteruit is niet helemaal goed; daar moet ik wel even naar laten kijken. Kan niet erg zijn want ik kon alles prima zien door die achterruit!  Eigenaar van een spiksplinternieuwe tweedehandse Mazda en ik krijg er ook nog een extra setje ongebruikte banden bij! Bedankt Teun uit Grunn!

zondag 10 juli 2016

Eigenschap

Hein Tunnissen
Eigenschap
Van andere sporters heb ik het eigenlijk nooit zo gehoord, maar hoe betitel je nu eigenlijk de man of vrouw (zelden) met wie je aan de racebaan staat te knokken om de eerste plaats? Je vriend? Lastig! Collega? Misplaatste idiotie! De vijand? Tikje overdreven! Het woord clubgenoot doet meteen weer aan zo’n zompige homotent in de Eerste Van der Helststraat denken en past daarom ook wat minder goed, bij mijn voorstellingsvermogen althans. Kijk, want het is allemaal wel leuk en aardig, maar een uitvlieger voor hem, is de overwinning voor mij! En daar gaat het toch om? Voor slotcarracen moet er echt een winnaarsmentaliteit in je bloed zitten, want zonder dat kun je er maar beter niet aan beginnen. Dan verval je toch al gauw tot de bezitter van vele queenshelfies die daar vooral staan te wachten op niks.
Om een beetje slotcarracer van kaliber te zijn moet je een aantal eigenschappen hebben, waarvan ik zelf denk dat ze zelfs onontbeerlijk zijn. Ik som op: technisch onderlegd, visie uitstekend, onverschrokken, wedstrijdinzicht, verstandelijk niet gehandicapt, analytisch, groot incasseringsvermogen, geduld, geen Parkinson, kunnende staan, gevoel voor de baan, gevoel voor humor, doorzettingsvermogen, sluwheid icm slimheid, valsheid icm beperkte doofheid, vergevingsgezindheid en bij voorkeur enige sportiviteit. Geen gebruiker van Old Spice.
Laatst heb ik mijzelf objectief kunnen testen op het bezit van deze eigenschappen en met enige trots kan ik de sticker ‘Passed’ in mijn nek laten slaan. Hoe dat zo? Het was een clubavond met een wat rommelige start door uiteenlopende omstandigheden. Fokko, die tegenwoordig als een handelsreiziger door Nederland en Duitsland trekt om zich te meten in de 24-klasse zei min of meer verontschuldigend dat hij alleen maar 24-ers bij zich had, maar dat hadden wij al lang gezien aan het nachtkastje dat hij binnenzeulde. Zijn kompaan (Nee, da’s ook een omschrijving van niks!) Erik die een paar keer per week naar Zweden op en neer stampt, wist wat hem te doen stond en haalde een mooie knalrode 24-er uit de Groenewold-kist en dus moest ik even diep ademhalen. Had ik het plan om wat autootjes te testen; bij dit geweld werd het meer een race op leven en dood.
Die 24-ers namelijk, schuiven op topsnelheid niet mooi smooth door de bocht, maar zij klappen gewoon om alsof er een deur openwaait. Bij die auto’s gaat eigenlijk niks normaal. Ze slaan soms ook zó ver door, dat de geleideschoen haaks onder de fundatieplaat (je kunt moeilijk van een chassis spreken) komt te staan, waarna ze een partijtje met doorslaande wielen staan te loeien zonder een millimeter op te schuiven. Zit je als 32-er tussen dit geweld dan breekt je in de bochten het angstzweet uit, want als je door die sneeuwschuivers te grazen wordt genomen… Welnu, dan heb je pas echt een probleem. Dat dit niet overdreven is, blijkt wel uit de heilige 24-wedstrijdraceregel: In de bocht zult gij niet inhalen!
Hoe vreemd! In de grote mensenwedstrijd hanteert men al lang de van de 32-klasse afgekeken tactiek om juist wél in de bocht in te halen. Tikje later remmen, iets sneller het gas erop, hebbes! Zo doe je dat! Dat zat er toen voor mij dus niet in. In eerste instantie reed ik met een NSR-Clio in ING-uitdossing die loepzuiver is getuned. Hoewel het nog niet eens zo heel erg slecht ging - het kleine ding glipte er steeds mooi tussen door – was toch vrij snel duidelijk dat ik het af moest leggen tegen de Bisons. Op dat moment had ik al zeker zes eigenschappen kunnen afvinken, maar ik had wat beters nodig voor de rest. Zie daar: eigenschap Sportiviteit! Je moet zoiets wel toe kunnen geven! Ik kwam weer de baan op met mijn Audi R18, een gruwelijke proletenbak van NSR, door mijzelf naar Slot-It niveau getild. Met gebruikmaking van mijn nieuwe trackcontrololie op basis van zonnebrand  (factor xx), harkte ik het voort dobberende duo al snel naar mij toen. Wat kan die Audi gaan! Maar al snel liep het mij dun door de broek want zij hadden, tactisch gesproken, een slimme baanwissel doorgevoerd zodat ik in de tang zat.
Dan moet je weten waar je plaats is, aangezien je met een 32-er zonder klapschaats nooit een bocht kunt pareren zoals die strijkijzers dan doen. Dat betekende dus inhouden tot het rechte eind en dan met doodsverachting wegstormen, voor het gevaar uit. Ik sloeg eervol te pletter tegen de muur waarin sindsdien het Audi-logo als een fossiel staat afgedrukt. Laatste eigenschap ook bewezen: verstandelijk niet gehandicapt.