zaterdag 21 januari 2017

Liebe Gäste!

Hein Tunnissen
Liebe Gäste!
“Een hobby mag wat kosten!” Deze zin is geen constatering van een weldenkend mens, maar een uitspraak van een slimme vos die begrijpt dat zijn hobby eigenlijk te veel kost. En daar een excuus voor zoekt. Het kan mij niks schelen, maar ik zou de variant ‘mag wat tijd kosten’ eraan toe willen voegen. Een hobby mag wat tijd kosten. Veel vrouwen zullen dit beamen of hartgrondig met mij eens zijn. Hij, de man, kan wat hun betreft nooit genoeg tijd aan zijn hobby besteden. Hele weekenden weg, heerlijk! “Opzouten, sukkel!”
Maar zo bedoel ik het niet. Volgende week bijvoorbeeld, rijd ik met Marcus Aurelius en mogelijk ook met John Anonymus naar Best. Ooit een Brabants gat, maar tegenwoordig een best leuke plaats (vandaar de naam, natuurlijk) met een leuk verenigingsleven. Dat gaat in die contreien allemaal veel gemakkelijker dan bij ons, denk ik wel eens. Potje bier op tafel en meteen dikke mik! Richt je en passant een clubje op en het zou Brabant niet zijn als het dan niet meteen verschrikkelijk uit de hand gaat lopen. Ik spreek hier met ontzag over SRC Eindhoven dat vanaf donderdag 26 januari een internationale Slot.It Oxygen 6-uurs wedstrijd organiseert. En niet alleen dat: ze regelen ook nog het vervoer en logies voor de deelnemers. Maar het allermooiste is dat ze nog tot het laatste moment aan het buffelen waren om de baan op tijd klaar te krijgen. Een beetje zoals de Britten zo mooi zeggen: “As we speak!”
Om onze waardering te uiten gaat dus een forse delegatie van Amazingslotcarracing te TE naar Best, hetgeen neerkomt op zes uur heen en weer kachelen. Praten wij nog niet eens over die zes uur dat de wedstrijd duurt! Dit alles natuurlijk in goed overleg met onze vrouwen, die ons alles gunnen en ons zeker zullen missen. Maar zij begrijpen het wel. En anders ons wel! Enfin, dat de hobby met dit bezoekje wat tijd gaat kosten, is evident.
Een aardige bijkomstigheid is wel dat we tijd zat hebben om over onze hobby te praten, wat staande langs de track toch altijd een beetje hachelijk is, om dát woord nog maar eens in de goede context te gebruiken. Eén seconde van onoplettendheid en je mag aan Tineke gaan vragen waar zij stoffer en blik heeft opgeborgen. En dat wil je natuurlijk niet.
Nu zal de oplettende lezer zich onmiddellijk afvragen waarom ik, terecht de bekendste kankerpit van Nederland als het om Ninco gaat, vrijwillig naar Best rijd om daar naar een zesspoors Hobbelmaarlaan te bekijken in de vorm van Suzuka Circuit. Gelukkig bevind ik mij in goed gezelschap want ook Paul van den Hurk, de CEO van SRC Eindhoven, zit ernstig in zijn maag met dat opgerekte kinderspeelgoed. Zijn verklaring: onvermijdelijk wil je internationaal mee kunnen doen en dat is natuurlijk een stevig argument.  De leden van SRC Eindhoven rijden om de haverklap in het buitenland op Nincobanen met minder allure, hoewel dit mijn eigen invulling is. Wij kunnen er zelf trouwens ook wat van, want twee van onze leden rijden eigenlijk nooit meer thuis. Zij verkeren vrijwel ieder weekend in de Heimat, in de wereld van Carrera. In eerste instantie nog een beetje schuchter net over de grens bij Ter Apel, maar die tijd hebben ze gehad. Frankfurt am Main, München, Regensburg, Freiburg, Nürnberg en Hamburg liggen feitelijk allemaal op weekendafstand. Kost natuurlijk wel wat benzine, maar zij zien dat als training!
Lang voordat ik begon met slotracen, speelde ik aan de Maas. Mijn vader was in de uiterwaard geboren, dus zo gek was dat nog niet. Soms ging mijn opa ook mee, maar die wilde altijd vissen. Hij gooide dan zijn simmetje over de Maas naar de andere oever. Daar zat de meeste vis wist hij. De visser tegenover hem gooide zijn simmetje bij mijn opa voor de voeten omdat in zijn ogen daar de meeste vis zat. Het duurt niet lang meer of de Duitsers komen bij ons slotracen omdat wij in hun ogen veel mooiere racebanen hebben dan die Strecken van dat eeuwige Carrera. Ze moeten wel natuurlijk flink betalen voor die mooie banen van ons. Maar ze kunnen comfortabel overnachten in Hotel ‘Het Wapen van Tweede Exloërmond’ en ze kunnen ’s avonds ook nog lekker uit eten gaan bij Chinees-Indisch restaurant Tong Ah, waar ze om die reden een heerlijke vette haring serveren. Matjes, zeggen de Duitsers als ze maatjes bedoelen. Die Duitse belangstelling ist selbstverständlich sehr gut voor onze clubkas; dat weten die liebe Gäste natuurlijk. Ook dat ze nooit van ons kunnen winnen, maar dat vindt niemand erg. Een hobby mag wat kosten!



zaterdag 14 januari 2017

Ouwe Meuk

Hein Tunnissen
Ouwe Meuk
Het was zaterdagmiddag en een of andere afspraak die wij hadden, ging om een of andere reden plotsklaps niet door. Dus tijd over! Niks te doen! Hoera! Wat een luxe! Mijn vrouw en ik stapten ginnegappend in de auto en besloten een rondje rond te rommelen. Bij de eerste vintagehal (brocante, antiek, tweede ronde, oude zooi) stonk het dermate muf naar zwarte schimmel dat we feestelijk bedankten. Bij de tweede outlet voor afgedankte spulletjes was het niet veel beter, maar het rook er wel een stuk frisser. Ik zocht nog even naar een design bureaulamp, maar de meesten waren elektrocutie-klaar. Wat dan ‘Getest’, betekent laat zich raden! Op weg naar de derde rommelmarkt wisten we al dat we qua vrijetijdsbesteding een verkeerde keuze hadden gemaakt, maar er was toch nog een klein voorvalletje dat die slome zaterdagmiddag wel weer erg leuk maakte. Gelijktijdig ook wat triest stemde.
Kijk, het zit namelijk zo. Hier in het noorden probeert iedereen het hoofd boven water te houden door het (vermeende) succes van een ander één op één te kopiëren. Zo stikt het hier in de woonwijken van de gediplomeerde en ISO-gecertificeerde teennagelknipperijen en even zo vrolijk rochelt het hier van de duurzame houtzagerijen en de tweedehands goederenmarkten. Zeg maar indoorkofferbakverkoop van de firma Ouwe Meuk. Hier alleen al in het dorp hebben we er zes, verdeeld over twaalf hallen en in de regio zijn er opgeteld al gauw enige tientallen. Ze zijn onveranderlijk chaotisch, zompig en onwaarschijnlijk duur. Tja, antiek is nu eenmaal duur hè?
Wat dan wel weer grappig is, want in heel veel gevallen zijn Action, Marskramer, de Blokker en HEMA stukken goedkoper en beter. Daarbij stinkt het er niet zo. Maar niet zo leuk natuurlijk. Zo trof ik bij het verlaten van de derde sjoek op de grond een flink uitgescheurde kartonnen doos met wat rechte baanstukken, twee auto’s, twee knijpertjes en vooral veel bochten aan. Van het merk Polistil en daarom zal nu wel menig oud jongenshart sneller gaan kloppen. Toen ik een baanstuk oppakte, boog het meteen 90 graden door, dus kennelijk had het zijn beste tijd gehad. De beide autootjes waren van een onbestemd merk, mogelijk Ferrari, maar ik sluit niet uit dat het Ford Anglia’s waren zonder dakje.
Kennelijk was vader Jos ooit op een van de autootjes gaan staan, want de beide asjes zaten volledige krom in hun lagertjes geklemd en toen ik goed keek zag ik ook dat de bandjes een beetje dwars uitstaken zoals je vroeger wel zag als de Turkse familie met de Mercedes Benz 200D (koelkast & wasmachine op de imperiaal) de straat uit reed op weg naar Ankara. Het andere autootje was er zo mogelijk nog erger aan toe. Je hoefde niet gestudeerd te hebben om meteen te zien dat er een naaldhak dwars door de motorkap was gegaan, waarna die vermoedelijk met nogal wat geweld was teruggetrokken. Ik stelde me meteen een huiskamer voor waar een jongetje met betraand gezicht naar zijn autootje zat te kijken, terwijl zijn moeder met overslaande stem kijft: “Ruim je rommel dan toch ook op! Ik had wel dood kunnen zijn!” Waarna de vader de andere auto een ferme schop geeft zodat de bolide tegen de hete kolenkachel smakt. Als ik ‘m goed bekijk, zie ik dat het voorspatbord inderdaad flink gesmolten is. Krijst die moeder weer: “Waarom doe je dat nou?”, zonder te willen begrijpen dat hij haar alleen maar wilde helpen.
Enfin, in de zestiger jaren, de glorietijd van de slotcar, gingen ouders nog niet zo liefdevol met hun kroost om. De essentie van zo’n doos was dan ook vooral dat het speelgoed de kinderen zelf voor een paar uur opruimde, zodat de ouders zich even ter ruste konden leggen. (…) Zo’n doos trof ik nu dus aan. Vermoedelijk vijftig jaar oud en later onverwacht opgedoken van onder een stapel oude koffers, de afgedankte kinderwagen en nog wat oude skai keukenstoelen met de waarde van brandhout. De vraagprijs was 45 euro. Zegge: vijfenveertig euro, waarmee maar weer eens bewezen is dat antiek zijn waarde behoudt. Ook dat sommigen de waarde niet kennen, want ik zag op Marktplaats een Polistilbaan compleet, in de originele doos, twee leuke autootjes, trafo, zelfs de piepschuim binnendoos nog heel. Onvoorstelbaar. Iemand bood tien euro vijftig, wat vrij logisch is want je moet van MP altijd ietsje meer bieden dan de vraagprijs. Keurig dus!
Mooie prijs, lijkt mij, voor die oude meuk! Voor de verzamelaar, voor de liefhebber, zegt de verkoper slim! Correct, want het rijdt voor geen meter! Het is antiek!



zondag 8 januari 2017

Techport

Hein Tunnissen
Techport
Omdat mijn vrouw en ik helemaal in de ban van techniek als beste studierichting zijn, kostte het ons weinig moeite onze kinderen op de stoep van het technasium te smijten en tijdens het wegrijden nog te roepen: “Doe je best, anders zwaait er wat!” Dit laatste bleek ik verkeerd begrepen te hebben, want mijn vrouw zei gewoon: “Hè, zwaai nou even!”, maar dat verstond ik dus kennelijk niet goed. Enfin, onze bloedjes worden toptechneuten die wij quasi achteloos op de achterbank mee naar Delft nemen (Kijk jongens, de TU!) of voor wie wij bijna onmerkbaar op de Randweg Eindhoven wat langer dan nodig de voet van het gaspedaal lichten om hen een blik op de Campus TUE te gunnen. Ze vinden het allemaal best, onze snotneusjes!
Gelukkig begrijpen zij wel dat wij helemaal gelijk hebben en ze doen dan ook echt flink hun best. Niet alles lukt en niet alles is even gemakkelijk, zodat wij soms moeten helpen. Hoera! Het belangrijkste vak van het techanisum is O&O, wat staat voor onderzoek en ontwerpen. Het is een vak dat een grote mate van zelfstandigheid vereist, zodat de docent onbekommerd zes weken uit zijn neus kan gaan zitten vreten. Maar het schort aan het samenwerken in groepjes, want er zijn altijd van die leerlingen die het gedrag van de docent gaan na-apen. Ruzie in de hut en dat moeten wij dan weer sussen. Dat gaat het beste door het werk van de dwarse leerlingen over te nemen.
Op zoek naar een oplossing voor één van de vele technasium-opdrachten die ik nog voor Kerstmis af moet hebben, stuitte ik bij toeval op Techport. Dat blijkt een soort samenwerkingsverband in de regio Haarlem-IJmond te zijn, waarbij kleine techneutjes samen aan een project werken. In dit geval de bouw van een elektrische auto, een slotcar. Dit alles onder toeziend oog van de mannen van Slipstream Slotracing in Cruquius, onder de rook van Haarlem. Ik citeer: de doelgroep is 6-8 jaar, met een maximum van 18 leerlingen, die meedoen aan de Slotcar Challenge. Ontwerpen, nadenken, bouwen en racen!
Pak een zakdoek en lees mee: De Slot Car Challenge is een programma waarbij leerlingen intensief samenwerken aan de bouw van een elektrisch aangedreven slot car. Als team nemen ze het op tegen de teams van klasgenoten in een spannende racecompetitie op de indrukwekkende modelracebaan bij Slipstream Slotracing.
Vooral bij dat ‘elektrisch aangedreven’ kreeg ik het even stevig te kwaad. Ik schoot gewoon vol. Als dit niet over slotcarracen in zijn mooiste vorm gaat, dan weet ik het ook niet meer. Wij van Amazingslotcarracing te TE doen alles, maar dan ook werkelijk alles om kinderen voor techniek te laten kiezen in plaats van Latijn, maar dat je dit zelfs op kon pakken via een TechPortal met medewerking van de provincie en zelfs Tata Steel, dat onderstreept toch wel dat wij gewoon hele domme Drentse boeren zijn. Die lui praten net zo gemakkelijk over lesbrieven, werkbladen, gastlessen, competenties en bedrijfsbezoeken als wij over een pignon! En ze pakken het niet kinderachtig aan: Win een mountainbike met de snelste rondetijd!
Lees nog even mee: “Samenwerken krijgt tijdens de wedstrijden vorm doordat de leerlingen de rol als teamleider, coureur, monteur en baanofficial vervullen. Zo wordt duidelijk wat de leerlingen leuk vinden en waarin ze goed zijn. Ze ontdekken hun talenten, leren overleggen, luisteren en leren zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. De leerlingen bouwen de slotcar op, stellen de auto af en moeten tijdens de race een pitstop maken om de banden te wisselen. Het team dat de taken het best verdeeld (verdeelt, red) en onder hoogspanning de zenuwen beheerst, wint. Vooral voor jongens is dit een echte uitdaging. De ervaring leert namelijk dat meisjes meestal met de hoofdprijs naar huis gaan!”
Is dit niet wonderschoon? Daar waar de meesten onder ons denken dat het over pakweg 15-20 jaar wel afgelopen is met de slotcarracerij, blijkt stiekem dat een hele nieuwe generatie zich aan het warmlopen is om de lauwerkrans van ons over te nemen. En niet alleen dat: het zijn juist de jonge vrouwen die hier hun slag slaan en de mannen naar huis sturen. Dat is toch wat!
De website (techportal.nl/doeprogramma/challenges/slot-car-challenge/) zegt: De leerlingen krijgen bij binnenkomst uitleg hoe een slotcar in elkaar zit. Ze leren ook hoe ze met zo’n snelle racewagen behendig over de baan kunnen rijden. Na een korte oefenperiode start de competitie. Elke challenge is er een winnend team. Aan het einde van het schooljaar worden de zes snelste teams uitgenodigd voor de finale. De coureur die dit schooljaar de snelste rondetijd neerzet, wint een mooie Kawasaki mountainbike!

Blog opgedragen aan Robin van de Zedde, de jongste oud-coureur van Amazingslotcarracing.


zondag 1 januari 2017

Facebook

Hein Tunnissen
Facebook
Ik moet Paul van den Hurk eens bellen! U kent hem? Ik niet, althans nooit ontmoet. Hij is de founding father van SRC Eindhoven, een springlevende club die ooit achter zijn huis begon, later naar Best verhuisde en nu sinds enige tijd naar weer een andere locatie is overgegaan. Het lijkt het bedrijfsleven wel, want als ik zijn Facebook-pagina goed interpreteer hebben ze zonder slag of stoot Fastlane in Everdingen overgenomen. In ieder geval de 6-spoors Carrerabaan van die club. Die komt in die nieuwe ruimte naast de 6-spoors Slot.It Oxygen Nincobaan die de club al had. Reken er nog een toiletgroepje bij, wat ruimte om wat sleuteltafels weer te zetten, en een flinke enigszins verhoogde hoek voor de wedstrijdleiding om alles in goede banen te leiden en je hebt het over een flinke supermarkt. Niks benauwd gedoe: 350 vierkante meter! Schrijft Roel Bozon over die Carrerabaan: “Een mooie opstap naar een houten baan te zijner tijd!”
Ik denk dat die opmerking in Everdingen als een beste dreun is vervaren. Komen er een paar gabbers uit Eindhoven op een zaterdagmiddag je hele baan opvouwen en inpakken, zegt een of ander typje opgewekt bij wijze van compliment dat het een leuk opstapje is! Met andere woorden; het is nog even behelpen, maar het komt goed! Zo erg zal het toch wel niet zijn? Ik denk dat ze in Eindhoven (Lees: Best) heel blij mogen zijn, want tot nu toe hadden ze niks anders dan Ninco, de bandenvreter. Ofwel Ninco de Hobbelmaarlaan. Wel gebouwd volgens de opzet van het Japanse Suzuka, een baan met een viaduct en een lekker lang recht stuk. Geen slechte keuze als je het mij vraagt, zeker niet als de ruimte die je tot je beschikking hebt een pijpenla is.
Maar het allermooiste van die baan is toch wel de mogelijkheid om digitaal te rijden, met Slot.It Oxygen. ‘Bridging the gap’ zeggen de Italianen niet zonder trots, want met het systeem kun je echt alle kanten op. Het past ook op Carrerabanen en het zou me niks verbazen als onze Hurk ook die oude baan uit Everdingen ombouwt tot een hypermoderne digitale slotracebaan.
Op de Facebook-pagina van Paul kun je het allemaal zo’n beetje volgen. Weinig tekst, veel foto’s. Ik heb bijvoorbeeld nog geen idee waar ze nu ergens aan het timmeren en knutselen zijn. Wel weer in Best (Lees: Eindhoven), geloof ik. Ergens lees ik: vijftig meter verderop. De ruimte wordt gehuurd! Aha! Daar kun je uit afleiden dat die luitjes alle vertrouwen in de toekomst hebben en dus helemaal niks doemdenken over onze sport! Gewoon een flinke club, twee dikke banen en rustgevend laminaat op de vloer. Dat alleen al! Dat je het lef hebt om tweehonderd pak laminaat te kopen voor een gehuurde ruimte! Enig idee hoeveel doorsnee woonkamers je daarmee vol kunt leggen?
Ik houd daar wel van, de zaken een beetje flink aanpakken. Maar goed, daarom wilde ik niet bellen. Ik wil er vooral naar toe en ik hoop dat er dan iemand is die mij wat kan vertellen over dat Oxygen-systeem. Kijk, dat je zelf het wiel uit moeten, dat is me onderhand wel duidelijk. Maar ik verbaas me er altijd over dat ervaring, goed of fout, niet wordt gedeeld! Voor een beter begrip: ik bouw een Fleischmannbaan (The best you can get!) om naar een digitale variant met Ninco-baanwissels. Het is niet anders, want Fleischmann is nooit verder gekomen dan zo’n volstrekt belachelijke chicane. Of nog erger: een kruising! Ik zal u niet vervelen over het aanpassen van die wissels en nog minder over de kunst om Fleischmann aan Ninco te koppelen.
Wel gaat het om de vraag wáár je die wissels plaatst en waarom dáár? Ik ben benieuwd of SRC Eindhoven daarover heeft nagedacht. Of dat men later tot de conclusie is gekomen dat een bepaalde plek minder gunstig is dan indertijd gedacht. Het zou zelfs zomaar kunnen dat een bepaalde wissel in de wedstrijd uiteindelijk nauwelijks wordt gebruikt, omdat de wissel de heren coureurs weinig voordeel biedt. Kan zomaar. Wie zal het zeggen?
Bij mij begon de digitalisering toen ik mijn controller draadloos maakte. Je weet niet wat je overkomt als coureur zijnde. Ineens is er geen enkele noodzaak meer om tussen de anderen te staan. Je kunt gewoon anywhere staan. Daarbij is tegenwoordig alles draadloos, waarom onze racerij dan niet? Kortom, ik ga die Van de Hurk eens mooi uitwringen. En dan wil ik ook weten waarom zij nog steeds zestiger jaren-banaanstekkers gebruiken. Misschien zit daar ook wel een hele diepe & mooie gedachte achter. Heel hard lachen kan altijd nog!


zondag 25 december 2016

Aftunen

Hein Tunnissen
Aftunen
Sinds kort hebben wij, de vrienden van Amazingslotcarracing, een besloten Facebook-pagina om tussen de bedrijven door van alles naar elkaar te kunnen toeteren. Lief en leed, maar ook verstandige dingen om de sport naar een hoger niveau te tillen. Zo was er laatst een lid dat de zaken wel heel erg serieus opvat, zo aardig om een tooltje te posten, waarmee je de effecten cq resultaten van een ander tandwieltje kunt bekijken. Wat je met een simpele computer al niet kunt doen! Het kwam mij echt verrekte goed uit, want ik had een week eerder besloten om de hele meuk tandwielen en alle verheven gedachten die ik daarover heb ontwikkeld, in de prullenbak te gooien. Waarom?
Kijk, ik rijd sinds jaar en dag met de Slot.It haardrogercontroller die door menigeen wordt verguisd en daarom is vervangen door een nog veel duurdere controller die ‘dus’ veel beter is. Moge zo zijn, ik lig er niet wakker van. Natuurlijk is er wel wat met die Slot.It aan de hand en dat wil ik hier wel verklappen. Dat is het gevoel op het gas. De meeste controllers hebben een veersysteem waarbij een of andere yoghurtflessenschraper over een weerstand krast, om aldus meer of minder spanning naar het torretje te voeren. Resultaat: harder of zachter. Omdat het een volslagen mechanisch systeem is, is er ook een voelbare weerstand. Dat heeft zo zijn nadelen, maar er is ook een voordeel: de agressie valt mee. En dat is nu net de kwestie bij de haardroger: de gashandle maakt geen mechanisch contact. Een magneetje schuift op een hele korte afstand langs een sensor en je voelt dus niks.
Sinds wij iedere avond minstens één wedstrijd rijden, moest ik daarom hard omschakelen. Net als in de F1 is een wedstrijd rijden heel iets anders dan kwalificeren. Ik reed mijn eerste wedstrijd met een Mosler in kwalificatiestand. Waardeloos! Nog erger was dat de haardroger ook in die stand stond. Pas tegen de tijd dat ik de vierde heat reed, had ik de knoppen op mijn SCP-1.1 zover teruggedraaid dat de Mosler een beetje begon te presteren. Met name bij het uitkomen van de bochten was de agressie veel te groot. Nog weer een paar wedstrijden later, kwam ik tot de conclusie dat ik nog een stap moest zetten. De tandwielen. Even pratend over Slot.It: er is inderdaad een enorm verschil tussen een geel, een groen, een zwart of een blauw kroonwiel. Dat zijn de kleuren die ik links en recht heb ingezet en mijn conclusie is nu dat tijdens de wedstrijd er maar één kleur van toepassing is. De gele.
Mentaal vergt dat een enorme omschakeling. Uren, avonden, weekenden bezig geweest met allerlei theorietjes over welke combi tandwielen nou het beste is, in combinatie met welke motor en met welke banden, welke vering (zacht, middel of hard) en hoeveel slagen je de metrische schroeven van je kapje terug moet draaien om de juiste speling te krijgen tussen chassis en kap. Om gek van te worden eigenlijk! Tegelijkertijd verlost de standaard-combinatie van Slot.It je van een enorme hoop gezeik en gepruts, omdat in de wedstrijd natuurlijk de snelheid wel belangrijk is, maar in het slot blijven gewoon doorslaggevend is.
Ik noem onze Zwitserse maestro Markus Goetz, CEO van onze club. Als hij de zaak onder controle heeft, staat hij wiebelend van het ene been op het andere, het hoofd dertig graden gekanteld en de controller op borsthoogte stoïcijns zijn rondjes te draaien. Waarbij hij dus in no time gruwelijk op ons uitloopt. Ronde na ronde. Je ziet gewoon: alles is in balans. Maar laatst ging het mis. In zeker drie heats kreeg hij de slag niet te pakken en vloog zijn zwarte bolide om de haverklap uit het slot. Op een bepaald moment was de auto zelfs niet meer van plan verder te rijden. Ja, ja, dat was voor ons wel een gniffel-momentje! Zelf merkte ik dat ik (met beduidend lagere snelheid in het bochtige deel van ons circuit) in no time op hem begon in te lopen.
In de wedstrijd ligt de rondetijd te TE op 8,7 tot 9,1 seconden. Vlieg je eruit dat kost je dat al gauw het dubbele, reken maar op 20 seconden. De zorgvuldig opgebouwde voorsprong smelt dus als sneeuw voor de zon. Daarmee is snelheid niet alles, want het risico van uitvliegen neemt exponentieel toe. Onze Zwitser die nog niet bang is voor de duivel en zijn mallemoer, werd toch wel een beetje penuwachtig en deed er een schepje bovenop. En hoppa! Daar lag hij weer op zijn dakje! Moraal van het verhaal: met dat tooltje ga ik mijn auto aftunen en wedstrijden winnen. Zeker en vast!


zondag 18 december 2016

Manipuleren

Hein Tunnissen
Manipuleren
De Mosler-competitie die wij in clubverband rijden, is ongekend spannend. Vooral voor mij want ik moet het om de haverklap opnemen tegen mijn eigen auto’s. Dat zit zo. Ooit toen ik begon met dat hele slotcarrace-gedoe, kreeg ik kennis aan JeeWee van Capelleveen die mij op een vriendelijke wijze te verstaan gaf dat de Mosler de enige auto was. Altijd tuk om wat te leren, knoopte ik dat goed in mijn oren en begon een kleine verzameling van het aanbevolen type. Omdat onze hoogleraar niks had gezegd over de setup, besloot ik zelf tot een eenvoudige verdeling: AW, SW en Inline.
In de tijd die volgde, zocht ik naar verschillende setups die bij verschillende banen zouden passen. Mijn thuisbaan van pakweg 50 meter, exclusief pitstraat, fabrikaat Fleischmann, is toch wel heel andere koek dan de MDF-baan van Amazingslotcarracing te TE. Daar heb je gewoon heel ander materiaal voor nodig. Mijn anglewinder rijdt thuis de sterren van de hemel, maar presteert bij de club maar heel matig. Omdat andere leden kennelijk nog nooit van Jee Wee hebben gehoord, hebben zij andere voorkeuren. De één heeft een Porsche van Fly, de andere is juist dolgelukkig met een of ander Fordje van Scaleauto. Allemaal leuk, maar je schiet er natuurlijk geen f*ck mee op als je wordt uitgenodigd voor een Mosler-wedstrijd. Kijk, en dan ben ik niet te beroerd om effe een Moslertje uit te lenen, zodat ik ronde na rond kan zien hoe mijn auto’s presteren als zij achter een andere controller hangen. Zeer leerzaam.
Zo ben ik tot de conclusie gekomen dat de Inline-Mosler veel beter presteert, dan ik dacht. Die auto leende ik uit aan collega Paul, die er met zijn Slot.It SCP 1.0 volkomen op zijn gemak zijn rondjes meedraaide. Maar zijn tempo lag zo laag, dat ik er zeker vijf uitvliegers aan heb te danken, want dan lette ik meer op zijnmijn Inline Mosler, dan op mijn eigen SW waarmee ik op dat moment in de wedstrijd zat. Hoe kan dat?, vroeg ik mij vertwijfeld af.  Daar kwam nog bij dat ik mij zeker wist te herinneren dat Markus op een avond toen wij met zijn tweetjes wat langs het circuit stonden te dollen ongevraagd zei: ‘Die rijdt ook goed!’ en een goed verstaander weet dan dat hij daarmee een zeer fors compliment uitdeelt. Ik herinner me dat nog zo goed omdat ik die week het kapje had overgespoten in fris rood en toen ook dacht ’Hij gaat als een speer en dat kan niet aan de verf liggen!’.
Maar bij Paul ging hij dus niet. Om de vergelijking met een rollator te trekken, is niet fair maar gezapig mag ik het toch wel noemen. Enfin! Een week later, Paul was afwezig voor een wedstrijd in BRD, trok ik meteen die Mosler uit de kist om te weten waarom dat ding zo sukkelde. Wat dus helemaal niet zo bleek te zijn. Sterker nog, hij ging als een raket en ik durf er wat onder te verwedden dat het mijn best uitgebalanceerde Mosler is. Zelfs punten beter dan de AW die in bepaalde kringen toch geldt als het onverslaanbare Monster.
Toen bekroop mij een hele gemene gedachte. Sinds een jaar of wat heb ik ook twee Audi’s R18 TDI van NSR. Eén met licht, de andere zonder. Ook die Audi’s hebben het aureool tot de snelste auto’s van de slotcarracerij te behoren, wat ik niet onderschrijf. Aardige LMP’s, maar gruwelijke kwispelaars in welke setup dan ook. Doen nog het meeste denken aan de oude VW-kever die ook nogal graag wilde uitbreken vanwege die boxermotor helemaal achter de achterwielen. Bijna verveeld rondtoerend met die snelle Inline-Mosler van NSR, bedacht ik kwaadaardig dat ik (natuurlijk zonder iemand iets te zeggen) de setup van de Mosler zomaar kon kopiëren naar de Audi. Zou dat wat zijn? De uitdrukking zegt ‘Never change a winning horse’, maar over klonen heb ik in negatieve zin nog nooit iets gehoord, anders dan bij het schaap Dolly.
Thuisgekomen dook ik achter mijn kleine slotcarracewerkbankje en inventariseerde mijn spulletjes. Ik had geluk! Exact een half uur later stonden er twee NSR-chassis naast elkaar. Met dezelfde motormount qua kleur (lees: stijfheid) en hetzelfde chassis qua idem. Twee inlinemotoren, zelfde tandwielen. Een beetje zenuwachtig zette ik de Audi op de baan. U gelooft het niet! Ik ook niet, maar het is wel waar! Die Audi van NSR is weliswaar door mij genetisch gemanipuleerd, maar wat een bloedstollend monster! De les is dat je moet eerst kijken om het te zien (Vrij naar JC: Als wij de bal hebben, kunnen hun niet scoren)!


zaterdag 10 december 2016

Paans benauwd

Hein Tunnissen
Paans benauwd
Soms denk ik weleens: ik lijk wel gek om zoveel geld aan die slotcars uit te geven en dan heb ik het bijvoorbeeld over een paar nieuwe softbandjes van Scaleauto voor net geen tientje. Ik had ook een motor van Ninco kunnen noemen of een nieuw lichtgewicht lexan interieurtje van NSR. Maar als ik dan naar de tweedehands handel kijk, valt het allemaal nogal mee. Te koop op MP van Carrera: 61 digitale auto’s voor €2.770,- en dat komt dan neer op circa 45 euro per stuk. Geen onredelijke prijs, gelet op de nieuwstaat volgens verkoper.
Kun je je afvragen wat een mens met 61 auto’s van het merk Carrera moet? Niks kennelijk, want de meeste zijn (zie advertentie) alleen maar getest. Als klap op de vuurpijl schrijft verkoper dan ook nog dat hij er maar vijf keer mee heeft gespeeld. Ik veronderstel dat verkoper Paans hiermee ook zijn racebaan bedoelt, die voor €1.200,- te koop staat. Laten we nou eens voor het gemak aannemen dat de vraagprijs inderdaad de helft is van de aankoopprijs, dan kom ik voor autootjes en baan vlot op €8.000 euro. Gedeeld door vijf is het wel een hele dure hobby, sodeknetter, € 1.600,- per keer. De verkoper gaat zelf uit van een nieuwprijs die nog eens €4.000 hoger ligt en dan wordt het helemaal absurd: met de racebaan spelen kost dan zo’n €2.400 per keer.
De Nederlandse Belastingdienst, die u altijd zo leuk afzeikt met een door u te betalen marktconform rentepercentage van 4,8 procent op het moment dat je bij de bank al moet betalen voor het gebruik van een spaarrekening en die zonder blikken of blozen 70 miljoen euro voor eigen gebruik uit de staatskas rooft, zou er bijna van gaan blozen. Nu weet ik ook wel dat het gewoon verdomd lastig is te bepalen in hoeveel tijd je een slotcar van Carrera moet afschrijven, maar dit gaat wel erg ver. Paans had ook vijf keer lekker op vakantie kunnen gaan.
Hier zit dus iets achter. Hier is wat aan de hand. Daarom tik ik fluks een briefje: Beste Paans, mag ik komen kijken? (Blub, sprong in de tijd) Nee! Want hij schrijft kort en krachtig: Geen zin in! Later blijkt dat hij denkt dat het om een interview gaat en dat is niet zo: Je moet daarvoor wel wat te vertellen hebben, Paans!
Goed kan niet schelen, want zonder hem gesproken te hebben kan ik Paans rustig indelen in de categorie dwangmatige verzamelaars. Vermoedelijk is hij dus nu een Kenau van een vrouw tegen het lijf gelopen die bloedeloos sommeert: “Weg met die handel, verkopen en babykamer timmeren!”  Het verzamelen van auto’s is onder ons een bekend verschijnsel zoals er ook slotcarracers zijn die liever knutselen dan racen. Die stoppen hun hele ziel en zaligheid in de bouw van tribunes, pitstraten aanpalende bebouwing en natuurgetrouwe kopieën van de natuur met bergen, watervallen en soms, voor het plezier van het mannelijk oog, langs de track een heus zwembad met zonnedek voor topless zonnende dames.
Daarnaast heb je natuurlijk de racers en de rallyrijders. Deze laatste categorie combineert vaak de hobby modelbouw met het rijden, wat niet zo raar is want om een beetje leuke rally te kunnen rijden moet er wel wat geknutseld worden. Vooral Nincobanen zijn dan bijzonder in trek omdat je de baandelen moeiteloos kunt vervormen, vol kunt smeren met pindakaas en meel (modderige sneeuw) of vrij eenvoudig kunt suggereren dat je in ruig terrein rijdt, off road dus, vanwege de fabrieksklare staat van het plestic asphalt van dit product. Met een beetje föhn van Bosch of Black & Decker maak je er in no time een berg onbegaanbaar terrein van waarvoor je werkelijk een dikke Landrover met flink wat bodemspeling nodig hebt.
Maar wat zou het mooi zijn als we elkaar binnen onze sport eens wat meer zouden kunnen vinden! Ik noem als voorbeeld de voorgenomen bouw van twee spiksplinternieuwe racebanen te TE ten behoeve van de raceclub Amazingslotcarracing. Wat zou het mooi zijn als knutselaars pur sang ons daarbij zouden willen helpen! Krijgen wij (iedereen eigenlijk) een mooie racebaan met passende bebouwing en zij hebben een project van allure waarmee zij eer kunnen inleggen. Ik zou wel ergens een streep willen trekken qua realiteit. Kijk op www.grootspoor.com onder Scenery, Figuren, pagina 9. En kijk vooral niet op pagina 29. Onwaarschijnlijk gênant! Slotcarracen? Vieze oude mannetjes-sport!