zondag 12 augustus 2018

Varilux

Hein Tunnissen

Varilux
Als je een wolf tegenkomt, zoals mij gebeurde, dan heb je een probleem. Zo vlak bij de Duitse grens rennen die beesten gewoon van hot naar her wat gemakkelijk kan sinds de EU dat mogelijk maakte. Vrij verkeer van personen, goederen en wolven. Het probleem is natuurlijk dat die wolf beschermd is en ik niet. Kun je om lachen, maar als dat beest naar je kuiten hapt en je geeft hem een ram voor zijn harses, tien tegen één dat je door Bromsnor wordt ingerekend! Tja! Gelukkig vreten wolven vooral schapen half op en dat is een dingetje dat mij op het juiste been zette! Subsidie!
Kijk, een boer beziet de lucht, het is gruwelijk droog, of gruwelijk nat. Het vriest of het dooit, de zon schijnt niet of tussen de wolken door, maar altijd is er wel een meteorologische reden om subsidie aan te vragen. En nu dus de wolf. De boer moet zich beschermen tegen de beschermde wolf en dat begint dus met subsidie. Zeg je bijvoorbeeld tegen een boer dat hij met zijn spuitmachine zes meter uit de kant van de sloot moeten blijven, dan hoest hij meteen “Subsidie!” En sinds de komst van de wolf is deze agrarische Pavlov weer helemaal opgebloeid.
Slotcarracers daarentegen zijn van die mannetjes die altijd denken dat zij zelf hun broek op moeten houden. Met het onderhoud van hun clublokaal, de energierekening, de aanschaf van nieuw meubilair of zelfs de huur van het clubhuis, dan wel die in gebruik genomen etage van het Parochiehuis in de Kerkstraat. Welnu, een boer moet ontzettend hard lachen als hij zoveel domheid gewaar wordt. Dat flitste door mijn kop toen ik bij Nieuw-Weerdinge die verdomde wolf tegenkwam. Die zak liep er gewoon wat te flierefluiten en ik ben ervan overtuigd dat hij niet veel meer te doen had dan een ommetje maken omdat de wolvin het nest een goeie beurt wilde geven. Terwijl hij juist zin had om haar eens een goeie beurt te geven. Een beetje nijdig was ie dus wel, dat zag ik meteen.
En subiet dacht ik dus: ‘Roest, subsidie!’ Thuisgekomen het fenomeen eens geGoogled en ja hoor, geld zat! Het enige dat je moet doen is een officieel clubje maken door een vereniging op te richten of een stichting. Ik zou het eerste doen omdat het ’t meest praktisch is. Daarna moet de secretaris een officiële oprichtingsvergadering organiseren, waarna de penningmeester van de club het geld op de rekening kan laten bijschrijven. Simple comme bonjour!
Hoe fijn kan het wel niet zijn! Het is bijvoorbeeld algemeen bekend dat wat oudere mannetjes net zoals ik ’s avonds wat meer moeite hebben met accommoderen. Dat is het vermogen van de ogen om zich snel aan te passen aan licht-donker situaties. Die leeftijdgebonden handicap valt gemakkelijk te omzeilen met meer licht en vooral een betere uitlichting van de racebaan. Onze baan bijvoorbeeld wordt sinds deze zomer uitgelicht door één bouwlamp van 1.200 watt en twee of drie staande booglampen van messing die vermoedelijk door de Kringloopwinkel in de vuilnisbak waren gegooid. Het gevolg is dat je het ene moment recht tegen de zon in moet kijken en meteen daarna met al die sterren en schitteringen nog op het netvlies, de schemering in rijdt die zich vooral kenmerkt door rode vlekken en snel geknipper van de ogen door een teveel aan traanvocht dat zich als matglas over het oog verspreidt.
Zo heb je onder ons ook de tobbers met de Varilux brillenglazen. Nou, dan heb je een probleem bij het slotcarracen. Sta je daar bij voortduring met je hoofd te knikken om het scherpste glasdeel te zoeken, mis je net op de barst je auto en dus die bocht! Vriend Evert Pluim maakt van zijn hart geen moordkuil als het om zijn Varilux gaat. Zachtmoedig, nooit een onvertogen woord, maar wel godverdomme die kutbril! Zo ook vriend Marco van Evert die alles en iedereen bij elkaar kankert naar goed Haags gebruik als het om die kleine kloteschroefjes gaat. Waar zit ie dan? Waar dan? Ik zie niks!
Mij kun je een hoop verwijten, maar gelukkig gaat het nog prima met de ogen. Maar ik onderken het probleem wel omdat een oogarts dat mij vertelde. Hij zei dat hij slapend rijk werd van dat leuke gezellige schemerlicht in de Hollandse huizen. Hij, Chinees van geboorte, was niet te beroerd om tegen een vorstelijk honorarium een leuk leesbrilletje van Kruidvat voor te schrijven. Hoe minder licht, hoe minder je ziet. Dat geldt voor iedereen, maar als je ouder wordt is het een graadje erger.
Wat weten we nu? Er is een club, een slotraceclub die voorziet in een maatschappelijke behoefte, maar waarbij zich een oplosbaar probleem aandient dat samenhangt met de uitgeoefende sport. Dientengevolge is subsidie de oplossing voor de kwestie. Dus heren, gebruik je boerenverstand en speel voor geldwolf!
  

zondag 5 augustus 2018

Inserts

Hein Tunnissen

Inserts
Wat kunnen we vaststellen? Na een paar weken rijden, raggen en rossen op de Nordschleife te TE, weten wij als geen ander dan de zesspoors Carrerabaan, vooral een slotcarracebaan is waar je hard kunt rijden. Technisch niet echt lastig. Ook weten wij dat we nog wel een paar jaar vooruit kunnen want uit de data van de computer blijkt zonneklaar dat een rondje niet meer hoeft te kosten dan een seconde of vijf plus nog wat. Zitten de snelste rakkers van onze club in de acht, dan is duidelijk dat wij nog wat te doen hebben voordat wij Tom Peters de oren hebben gewassen. Drie seconden minder is een opgave, laat ik het zo zeggen.
De consequentie van dat harde rijden is schade en je mag blij zijn dat een flinke knalpartij bij wat krassen blijft of een afgebroken spiegeltje. Nu is het wel zo dan de diepe wens om nog harder te gaan bij ons allemaal leeft en gelukkig hebben wij het besef dat die snelheid geen verband houdt met het uiterlijk. Op de Facebook-pagina Slotcar Flohmarkt van Duitse komaf doet dat ongerepte er wel toe. Dat blijkt uit vrijwel iedere advertentie, ook als het om een licht beschadigde auto gaat. Denk aan twee minuscule putjes in een hoekje van het spatbord vlakbij de koplamp. De vergrootglas-app van je telefoon biedt uitkomst als je ze wilt zien. Direct veertig euro goedkoper en de eigenaar put zich uit in diepe verontschuldigingen. Want men wil: ‘Wie Neu!!’
Op onze Nordschleife duurt ‘Wie Neu’ hooguit twee rondjes en als je helemaal geschuffeld bent en je nieuwe auto meteen inzet voor de wedstrijd, dan weet je dat de kornuiten hem wel even in elkaar zullen beuken. Ik heb de faam dat ik iedereen eruit wil tikken. Dat is beslist niet waar, maar ik kom niet naar de clubavond om te klaverjassen (waar ik trouwens een gruwelijke hekel aan heb, aan dat gekaart, laat ik het zo zeggen!). Nee, ik rij op het scherpst van de snede en niks mooiers dan in de bocht inhalen. Beetje drift en vol het gas erop! En dan is een piepklein tikje voldoende om de balans te verstoren. Niet zelden lig ik zelf met een knal tegen de boarding op apegapen, maar dat is natuurlijk het risico dat je moet incalculeren.
Als je ’t één bij het ander optelt, dan kun je concluderen dat de schoonheid van de slotcar alleen belangrijk is bij de aankoopbeslissing. Daarna is het een bijkomstigheid. Daarom trof het me zo dat er bij andere clubs enorm wordt geleuterd over allerlei details, die er bij ons echt niet toe doen. Ik geef een voorbeeld. Iemand zet een auto op de baan. Stikvol met lood, halve interieur weggeslepen, coureurtje verwijderd en nooit meer teruggeplaatst, spoiler ontbreekt (want die valt er toch maar af) en dankzij EVO-6 zo verlaagd dat de bodemplaat hoorbaar over de baan sleept. Bij ons allemaal geen punt! Rijden met dat ding!
Andere clubs gaan zo’n auto eerst keuren. Gaan ze met zo’n douanespiegeltje onder de bodemplaat kijken en ze tillen ‘m op tot ooghoogte om te checken of er a) remschijven zijn gemonteerd en b) inserts zijn gemonteerd. Zit het coureurtje in zijn stoeltje, brandblussertje onder handbereik? Heel belangrijk, laat ik het zo zeggen! Bij ons niks van dat alles en ik vind dat verdomd prettig en ik houd ook van het realisme. Een slotcar is op zijn allerbest een stukje speelgoed en op zijn aller-allerbest een slecht afgietsel van de werkelijkheid. Daarom vind ik het dus reëel, dat er naast de internationale verplichting tot inserts, ook duidelijk zichtbaar moet zijn of de bolide flippers aan het stuur heeft, schakelhandle aan het stuur of juist een zwengel tussen de voorstoelen. Kijk dat zijn details die er toedoen, laat ik het zo zeggen.
Op Marktplaats verkocht een mevrouw het speelgoed van haar ex. Wie was daar? Ik! Zij schreef met onverholen sarcasme: Coureurtje is hoofdje kwijt, zeker te hard door het bochtje gegaan! Even dacht ik dat zij de zus van Robert Doornbos was die ook alleen maar in verkleinwoordjes spreekt, maar dat was niet zo. Auto in kwestie was een Ford Lotus van Fleischmann, waarbij het inderdaad regelmatig voorkwam dat bij een crash de coureur werd onthoofd. (Oplossing: gaat boren, staafje lijmen, op elkaar drukken, klaar). Nu moet ik zeggen dat ik die auto kocht, maar dat is niet waar want toe we allebei uitgelachen waren, kreeg ik ‘m van haar cadeau. Maar wat bleek bij thuiskomst? Het binnenspiegeltje zat er nog in en zoals iedere slotcarcoureur wel weet zijn die slotcars van Fleischman (groen, rood, oranje of blauw) goudgeld waard als dat binnenspiegeltje nog op het raampje zit. Als daar honderdvijftig euro voor neergeteld wordt, dan vraag ik me af wat een auto met vier inserts wel niet opbrengt. Daarom gisteren mijn Mosler voorzien van loden remschijfjes achter inserts. Op de Nordschleife zie je die niet eens, maar wel volstrekt legaal het zwaartepunt omlaag gebracht, laat ik het zo zeggen!     

zondag 29 juli 2018

Uitbuiken

Hein Tunnissen

Uitbuiken
Mijn vrouw heeft helemaal niks met waarzeggerij, de tekens van de dierenriem, yoga, wichelroedes, macrobiotiek of andere rare verzinsels die het leven meer diepgang moeten geven. Daarom ben ik met haar getrouwd. Andere vrouwen in mijn leven hadden die hersenkronkels wel en logischerwijs ben ik daarom uiteindelijk niet me ze getrouwd. Tja, je moet ergens een lijn trekken. Ik schrijf dit op omdat ik juist in een periode verkeer dat ik wat reflecteer op mijn leven. Niet ernstig, ongeveer een maand. Begin juli ben ik jarig, eind juli en dat is dus nu zo ongeveer, Marcus Aurelius, de ceo van Amazingslotcarring te TE. Tussen die twee data is de rest van de club jarig. Ik gooi het maar even op een grote hoop en wellicht is er een dissonant die zijn geboorte in september regelde, maar veruit het grootste deel in juli!
Je zou er bijgelovig van worden. Ik denk dat de hexen van weleer wel een verklaring zouden hebben voor dit bijzonder merkwaardige verschijnsel! Ik bedoel: er is een clubje, deze of gene wordt lid en aan het eind van de rit blijkt dat iedereen in juli jarig is. Weird! Het heeft namelijk enorme consequenties. Ik noem het verjaardagscadeau. Het is gebruikelijk dat je van je vrouw een stuk of tien prachtige auto’s krijgt voor bewezen diensten gedurende het afgelopen jaar en dat je die dan op de club vol trots laat zien. Bij ons is dat echt een vervelend ding, want als je pas halverwege met je tentoonstelling bent, komt er alweer een nieuwe jarige binnen met ook zo’n pakket waardoor je eigenlijk een beetje aan je lot wordt overgelaten. De nieuweling is Kwatta natuurlijk, maar ook hij zal overtroefd worden. Hoe dan ook, dit systeem verklaart waarom Marcus Aurelius als laatste jarig is. En ik als eerste. Door ervaring wijs geworden geeft mijn vrouw mij ook nooit meer dan één auto. Meer heeft echt geen zin.
Ondertussen weten we dus nog niet het fijne van de juli-cyclus. Een tuthola van vroeger die altijd erg goed was in het verklaren van mijn dromen (“Je bent nog niet toe aan jezelf, dat is zonneklaar!”) gooide meteen de hoorn erop. Voor de jonge lezertjes, dit betekent dat zij abrupt het telefoongesprek beëindigde, maar later belde zij terug met de verklaring dat zij had geweten dat ik het was en toen dermate schrok van het feit dat ik het ook echt was, dat zij niet anders kon! Nadat ik haar rustig pratend de kwestie had uitgelegd, verklaarde zij het verschijnsel uit de toevallige stand van de maan tijdens de conceptie en de daaruit voortvloeiende gezamenlijk behoefte aan lachen, bezigzijn met handen en voeten en een voorliefde voor alcoholische dranken. Die toestand met die maan kon ik niet helemaal duiden, maar de rest leek mij zeer passend.
Weer met beide voeten naast de racebaan is er wel een andere kwestie die ik zou willen aanstippen en dat zijn de respectievelijke buiken dankzij de overmatige consumptie van taart. Reken even mee! Je gaat van huis, voldaan door de avondmaaltijd en dan kom je in het clubhuis. De eerste vijf kwartier is het gewoon taartstukken schuiven, een maand lang! Dat ga je zien, neem dat van mij aan. Een enkeling zegt dat het verband houdt met zijn vak (wij beschikken over twee chefs), een ander trommelt voortdurend tevreden op zijn buik en zegt dat het nu eenmaal zijn constitutie is en weer een ander valt ons voortdurend lastig met zijn Strava-fietstochtjes. Foto’s van grote spiegeleieren met spek en de fiets tegen een hekje. Dat hij zijn taartconsumptie niet wegtrapt, is daarmee wel verklaard.
Nu de praktijk. Alphons P., zonder enige twijfel de meest genereuze slotcarracer ooit als het om lekkernijen gaat, heeft een traditie opgebouwd om op zijn verjaardag in juli op oliebollen te trakteren. Vijf maanden later doet hij dat trouwens weer en dat in combinatie met de door hem georganiseerde oliebollenrace, een bijzonder vermakelijk festijn waarbij hijzelf rondrijdt met een VW-bus met oliebol. Omdat het ook hem ditmaal een beetje te gek leek (de hittegolf was aanstaande), deed hij het deze maand af met een enorme appeltaart die was gebakken door zijn vrouw Ciska. Toen die taart zeker voor de helft was weggeschoven, kwam ik binnen met ook een paar appeltaarten om mijn verjaardag te vieren.
Omdat de maand pas net begonnen was, vond Tineke het raadzaam - terecht - eenieder van ons krachtig toe te spreken dat de traktaties beter op elkaar afgestemd moesten worden. Goed gesproken, maar probeer dat maar eens. We hebben de appeltaart van Louis nog niet achter de kiezen of Marcus komt alweer met een paar dozen Apfelstrudel binnen wandelen. Wel keileuk natuurlijk, dat ongeremd taart vreten en met volle mond over nieuwe autootjes lullen! Gelukkig is het bijna augustus, alles weer normaal!


zondag 22 juli 2018

Basispakket

Hein Tunnissen

Basispakket
Op Slotcar Flohmarkt kocht ik bij NSU Bernie twee auto’s op basis van een 32-Plafit chassis. Een Renault 8 Gordini en een Simca 1000 Rally. De Gordini is van wonderbaarlijke schoonheid, de Simca is wat minder. De kleur is niet goed, want de Simca hoort gewoon oranje met zwart te zijn. Toch een leuk oma-duck-autootje. Wat vooral erg grappig is, zie je pas als je met je neus op de auto duikt. De carrosserie is van dik polyester. Eerlijk, ik had nog nooit zoiets gezien. Sindsdien vind ik het een schande dat ik gewoon met die twee museumstukken rondrijd, maar ik doe het toch. Verachtelijk, maar waar!
NSU Bernie evenwel, is een aardige man die zijn werk ’s avonds aan de keukentafel voortzet. Overdag bouwt hij de NSU Prinz 1000 in grote getalen om tot supersportcar, inclusief openstaande motorkap. ’s Avonds doet hij min of meer hetzelfde met slotcars, waarbij het zijn specialiteit is een formaat motor in te bouwen waarbij de achteras nog net niet breekt. Behoorlijk realistisch dus. Enfin, we raakten bevriend op Facebook en ik kon hem vlot volgen met allerlei gekleurde NSU-tjes op allerlei shows en racepartijen tot in alle hoeken en gaten van het grote Duitse Rijk.
Wat ik nu zo grappig vind, is dat Duitsland echt het land is van de dure en vooral ontzettend stevige auto’s, maar daarnaast een voorliefde heeft voor het tegenovergestelde absurde, zoals een NSU Prinz met een achtcilinder 4 liter Mercury motor op de achterbank. Iedereen de grootste lol en op de Autobahn allemaal duimpjes omhoog als zo’n son of a bitch met 205 km/u achter een BMW met groot licht zit te knipperen. Lachen! Het doet mij vooral denken aan de onwaarschijnlijk tolerante houding van Duitsland na de val van de muur, toen een tsunami van Trabantjes over de Autobahn rolde. Met 85 km/u op de linkerbaan en zonder gemopper remden die Duitse BMW’s en Mercedessen van 205 km/u terug naar 80 om gelaten te wachten tot de Trabby na twaalf kilometer rokend en stinkend de rollator op de rechterbaan had ingehaald. Een nog langzamere Trabby dus!
Zo’n situatie is in Nederland ondenkbaar! In de Tweede Kamer zouden vragen worden gesteld (alsof dat wat oplost!), Blokker zou meteen middelvingers met zuignap voor op het dashboard gaan verkopen en de ANWB zou een representatieve steekproef onder 36 leden in de Achterhoek houden en daarover uitgebreid in de Kampioen publiceren. Conclusie: Zeer Gevaarlijk Voor Onze Leden!
Aangezien wij een Zwitserse & lankmoedige praeses hebben, plaatste onze club direct na de vooraankondiging een grote order voor zes NSU 24-mobielen van het merk BRM, te tunen door Fokko. Vanwege de theoretische gelijkwaardigheid op de baan is het namelijk belangrijk dat één persoon dat doet, zodat de onderlinge verschillen zo klein mogelijk zijn. Of blijven!
Enige weken later was het zover. Musselkanaal-Oost was onder een complete berg bandenslijpsel verdwenen, maar de auto’s waren wel ready to race. Iedereen keek er naar uit en toen onze ouwe Tante Bep ook zover was (Er heeft zich een fout voorgedaan en Windows moet opnieuw opgestart worden) brak de hel los. Of eigenlijk niet want de auto’s leken wel bananenschillen op de velgen te hebben. Gelukkig ging het evenmin hard, zodat je lekker door de bocht kon slieren waarbij de auto gewoon lekker op de schoen ging hangen. Een compleet nieuwe tak van sport was geboren en onze marshalls hadden hun handen vol aan het overeind zetten van abrupt omgevallen auto’s.
Desondanks, want helemaal waarheidsgetrouw hebben die NSU’s van BRM een detail dat echt bijzonder realistisch is, namelijk wat schuin uitstaande achterbanden. In werkelijkheid lijkt het een beetje alsof de auto door zijn onderstel zakt vanwege die 12-cilinder van NSU-Bernie, maar dat is dus niet zo. Die schuine stand (negatieve camber) verbetert de aandrijving. Althans, dat zeggen de mannen die er verstand van hebben. BRM heeft dat typische detail in de slotcar meegenomen en het ziet er inderdaad bijzonder grappig uit omdat je het onmiddellijk van de Autobahn herkent. Schuine banden? NSU Prinz!!
Helaas, moet ik zeggen maakt het bij een slotcar geen ene fuck uit. Niet dat dit erg is! Het gaat vooral om de clubfun en die leveren de auto’s in hoge mate. Bijvoorbeeld het gekke verschijnsel dat de auto opspringt, uit het slot schiet, een klein huppeltje maakt en gewoon weer terug in het slot valt om verder te rijden alsof er niks aan de hand is. Nee, behalve dan dat de coureur zo verbijsterd is dat hij bij de eerstvolgende bocht gewoon rechtdoor raast omdat de hersenen nog niet gereset zijn. Hè? Hij was er toch uit? En hij rijdt gewoon door! Hè? Hoe kan dan nou?  Het feit dat sommigen onder ons hierdoor van slag raken, duidt op proactieve vorm van dementia praecox. Onbegrijpelijk dat sommigen over een achterlijke sport spreken! Ik zeg: opnemen in het basispakket!   

  

zondag 15 juli 2018

Is dat zo ?

Hein Tunnissen

Is dat zo?
Laatst hadden wij bij onze club een even verrassende als verontrustende situatie: op onze houten baan viel domweg niet te rijden. Iedere auto, van n’ importe welke fabrikant, slierde als een dronken lor over de baan. Dat was vreemd, want de baan was schoongemaakt. Grappig vond ik vooral dat de situatie iedereen aanzette tot goedmoedig kankeren en zeuren, maar dat niemand riep: “Waarom? Dit ga ik uitzoeken! Dat wil ik weten!”
Nu is dat wel een typerend dingetje van slotcarracers, vermoedelijk omdat het mannen zijn. Zij weten namelijk altijd al hoe het zit. Basta! Zo praat je immers ook tegen je vrouw en zij knikt dan wijselijk. Ongeacht of het over een valse tackle bij voetbal gaat of het antwoord op de vraag waar grip op een slotcarracebaan op gebaseerd is. De rondgetoeterde theorie steunt niet op onderzoek of nadenken, maar op de basale roestvaststalen opvatting ‘Ik heb gelijk!’. En dat gelijk wordt alleen maar groter als de onzekerheid toeneemt.
Daarom is het ook zo jammer dat wij niet een overkoepelend instituut hebben dat de ondankbare taak op zich heeft genomen om onwaarschijnlijk gezwam in de ruimte om zeep te helpen. Een instituut dat zegt: ‘Dit gaan we uitzoeken, over een half jaar hoort u meer van ons!’ Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat dit instituut alles zelf uit moet zoeken. Men kan een bepaalde vraag gewoon uitbesteden aan onderzoeksinstituten zoals TNO of het Massachusetts Institute of Technology. Ik noem maar eens een dwarsstraat.
Dat ik dit te berde breng, heeft natuurlijk alles te maken met mijn beroep en aangeboren wantrouwen. Ik vraag altijd en overal: ‘Is dat zo?’ En dat doen die instituten ook. Die vinden – heel anders dan mannen dus – helemaal niks totdat zij een antwoord hebben gevonden. Zo hoorde ik laatst iemand op onze club tegen Markus Aurelius zeggen: “Dan moeten we ze gewoon verbieden!” Potverdorie, krachtige taal voor iemand die hooguit voor de derde keer achter onze racebaan stond. Nu raadt u al waarover dit gaat: het gebruik van siliconen banden.
Ik geef u een paar overwegingen en ik mag hopen dat de Nederlandse slotcarracerswereld daarna eens serieus gaat nadenken en onderzoeken over hoe het zit, voordat weer dat typisch mannelijke trekje de kop opsteekt, namelijk ‘Ik weet hoe dat zit, omdat ik dat toevallig nou eenmaal heel goed weet!’
De slotcarracer wil twee dingen: snelheid en grip. Ach ja, een kinderhand is gauw gevuld! De twee hebben weinig met elkaar te maken, hoewel je zou kunnen zeggen dat de vraag naar grip toeneemt, als de snelheid toeneemt. Ik bepaal me hier tot die vermaledijde grip. Die is afhankelijk van de baan en de gebruikte banden. Evenwel, de rookie die bij ons dan maar meteen voorstelde om siliconenbanden te verbieden, kwam met een nagelnieuwe 24-BRM Ferrari de baan op. Reed voor geen meter, grip nul. Omdat het ding toch zowat honderd pop had gekost, was de man zwaar aangeslagen. Ik zei troostend: ze rijden nooit goed, out of the box. Hij bleek echter al Scaleauto schuimbandjes te hebben en die werden dus gemonteerd. Daarbij adviseerde ik hem om de vering wat losser te zetten. Tot ieders verbazing vloog dat ding ineens als een kogel in het rond, zo zeer dat verschillende leden ter plekke besloten dat zij ook zo’n auto moesten hebben.
Echter, ik vind dat die Scaleauto schuimbandjes verboden moeten worden. Rubber, PE en PU trouwens ook. Die banden zijn namelijk weinig duurzaam en dus kwalitatief zó slecht dat zij allerlei rotzooi op de baan achterlaten. Zwarte strepen, marbles en vettigheid zodat er met siliconenbanden eigenlijk niet meer te rijden valt. Je moet voortdurend die meuk van je banden halen en dan krijg je ook nog te horen dat je de bandiet bent omdat je de grip weghaalt! Wat is dus de kwestie? Niet de schuimbandjes zijn goed, niet rubber is goed of PU of PE, nee, het gaat om de manier waarop die banden van die chemische snotlaag profiteren.
Nu de echte theorie. Een ultra gladde baan zoals plexiglas, glas of een extreem goed gepolijste en gelakte houten baan geeft de meeste grip. Waarom? Omdat het vrijwel gesloten oppervlak (daarom glanst verf) het grootste contactvlak biedt met de band. Hoe meer contact, hoe groter de grip. Siliconenbandjes sluiten het beste aan bij dat gladde oppervlak. Die theorie geldt ook voor andere banden, alleen krijgt hun meer poreuze oppervlak om die reden minder contact en dat betekent dus minder grip. De slijtlaag op de baan is dus niks anders dan een middel om dat contactoppervlak te vergroten. Voordat u nu preventief begint te schelden, vraagt u zich af: ‘Is dat zo?’

zondag 8 juli 2018

Mooi

Hein Tunnissen

Mooi
Behalve echte buitenstaanders (treintjesgekken, bestuurders van rollators en lijntrekkers), weet iedereen natuurlijk wel hoe buitensporig veelzijdig onze sport is. Het gaat natuurlijk wel een stukje verder dan met veel kunst- en vliegwerk een of ander rot autootje in het slot te houden. De banden moeten op gezette tijden worden gereinigd, smeermiddelen moeten minutieus worden aangebracht of de ruiten moeten worden gewist. Dat zijn dan nog maar de eenvoudige handelingen: je zou ze zelfs aan een vrouw kunnen overlaten, denk ik wel eens. Nee, de moeilijkheden stapelen zich al snel op als het om de techniek gaat en hoe je je in de discussie ter club staande houdt als het gaat om een pinion van tien of elf teeth! Wat zeg je dan om het een te kiezen boven het ander?
En denk eens aan de kwestie van de kap. Voor veel slotcarracers is de kap wel het allerbelangrijkste en vaak herken je deze bengels aan het feit dat zij altijd een pakje tissues (zakdoekjes) onder handbereik hebben. Jaja, de tranen wellen snel op als het autootje met zijn fraaie kapje weer een gigantische buiteling heeft gemaakt. Nu is dat ook erg pijnlijk moet ik zeggen. Van strak in de lak, naar kras, breuk en scheur is een dramatisch moment. Dat zich trouwens ook niet gemakkelijk laat reconstrueren. Hij deed dit, toen ging hij daar en wie kwam daar toen aan? Bengs! De meeste andere clubleden knikken dan beleefd zonder er een hol van te begrijpen, maar zij weten dat je de gedupeerde slotcarracer nooit tegen moet spreken. Want anders heb je even later een hartstochtelijk jankende slotcarracer over je schouder hangen.
Nu wil ik hier niet een lans breken voor het emotieloos in elkaar beuken van leuke slotcarretjes, maar enige laconiek gedrag is wel op zijn plaats. Ik noem even Job Renken, een clublid van Amazingslotcarracing te TE (en dus NIET van Kleineautootjesclub Leeuwarden), die onwaarschijnlijk vaardig blijkt te zijn met de airbrushspuit. Dat wisten wij ook niet toen wij hem onder contract namen, maar wij wisten meteen ‘Dit is geniaal!’, toen hij de eerste resultaten op onze Facebookpagina publiceerde van zijn nieuwe project, namelijk de Jägermeisterbolide vs 1.0. Behalve dat de lak onwaarschijnlijk mooi en strak wordt opgebracht, weet deze Renken ook de stickers (livery, red.) fantastisch op de body te positioneren. Tikje schuin, meelopend met de carrosserielijn of juist goed passend in dat kleine hoekje onder de koplampen. Kijk, the devil is in the detail! Ook hier! Zit plakplaatje niet helemaal goed, dan weet je meteen dit is geen echte BMW! Veel slotcarracers slaan deze tak van sport daarom maar meteen over en mompelen dan zoiets als: ‘Niet belangrijk!’ Zo niet onze Job Renken! Die schotelt ons een adembenemend mooie foto van een adembenemend mooi gespoten Porsche voor en zegt dan in het bijschrift: Niet helemaal gelukt. Moet over. Morgen verder.
De zinnen zijn kort en ontdaan van iedere emotie. Vergelijk de brieven van Van Gogh nadat hij zijn oren had afgesneden of sla er het dagboek van Pablo Picasso op na die na de datum steeds schrijft: “Het was me het dagje wel!’ (Era mi día). Hoe dan ook, om te voorkomen dat u denkt dat ik de arme man een liter stroop om de mond smeer omdat ik heel toevallig nog twee white kits had staan: zeg ik nu meteen dat die gedachte een schop onder de gordel is. Het ligt namelijk heel anders.

Heer Renken wil te zijnen huize ook graag een bescheiden racebaan om zijn voertuigen voor de clubavond uit, te kunnen testen. Wij kwamen daarover te spreken en ik liet hem belangeloos weten dat ik nog wel wat Fleischmann-zooi had staan. Zoals dat gaat, wilde hij eerst een rondje, toen een achtje, maar toen hij dat ontwerp had gezien, wilde hij nog een extra bochtje hier, een keerlus, een haarspeld daar, een recht eind van koninklijke afmetingen en de natuurlijke de hele zaak franco thuis. Geen punt, dacht ik, maar ik tekende daarbij aan het even tijd zou kosten.

Dus spoot Renken onvermoeibaar door en dat leverde steeds weer FB-rinkeltjes op, zodat wij wel moesten kijken welke bolide hij nu weer aan de Jägermeister-stal had toegevoegd. Tegen de tijd dat hij zijn eerste vrachtwagencabine aan Willem Alexander had opgedragen, had ik op de club voorzichtig gesist dat ik op zoek was naar stalkleuren. Nick geel, Markus Rode Kruis, Louis roze, Job oranje en ik koos toen maar blauw-oranje en vroeg Job mijn Zonda en Mosler in die kleurstelling te spuiten.

Het is erg pijnlijk om te zeggen, maar rijden met die auto’s staat gelijk aan iemand schofferen. Te mooi! Maar Job vindt dat het mot! Dus heb ik met superglue rondom een randje Moosgummi aangebracht zoals dat gebruikelijk is bij autoscooters, die auto’s met de slepers tegen het dak! Ok, het ziet er niet uit, maar de auto blijft wel mooi!


zondag 1 juli 2018

Tijdmeting

Hein Tunnissen

Tijdmeting
Eén van de grappen die in Windows 10 is ingebouwd, is de mogelijkheid het programma eruit te laten zien als Windows XP, Windows 98 of zelfs Win 3.1. Met alle gein die daarbij hoort. Blauwe schermen bij wijze van crash en de geluiden die erbij horen als cultureel erfgoed. Wie kent ze niet?
Maar zie, de sukkels van de slotcarracerij zijn echt van de dingen van de vorige eeuw, want hun computertjes draaien bij voorkeur op Windows XP! Ik kan me bijna al niet meer heugen dat ik dat programma gebruikte, hoewel ik zeker weet dat mijn ‘Professional’-uitvoering stukken betrouwbaarder was dan de home-versie die ik in de clubhuizen zie. De eerste keer dat ik – stom als ik was – dat de administrator bij wijze van grapje de Windows 10-grap had geactiveerd, maar na verscheidene crashes (Oh, hij is weer vastgelopen!) werd mij duidelijk dat ik via de monitor echt de historie stond te bekijken.
Ook in Tweede Mond. De enige verklaring die ik daarvoor heb -naast het onweerlegbare feit dat iedereen reusachtig happy is met die digitale hiëroglyfen- is dat in Drenthe het Stenentijdperk nog steeds overal ligt opgestapeld. Een willekeurige lezer in de Randstad denkt nu: ‘Kom, kom, ze zijn wel achterlijk daar, maar het Stenentijdperk is wel wat overdreven!’ Helaas, neen! Er zijn hier zelfs hele horden mensen die stenen in de tuin leggen bij wijze van versiering. Je kunt ze zelfs kopen en dan heten ze veldkeien. Echt waar!
Zo koesteren ze dus ook Stenentijdperksoftware op een telraam dat ze computer noemen. Als zo’n ding bijvoorbeeld start gaat hij eerst op zoek naar drive A:\*.* de floppy drive met dat hele typische geluidje ‘Krkr, kkrkk ngrrr!!’ Zo hebben wij onder de Nordschleife een pc staan die wij van Tom Peters erbij kregen. Het is een Intel 486 MMX computer met 3 mb extended geheugen, waar die oude windowsprogramma’s helemaal dol op zijn. Je kunt dan namelijk multitasken. Ga toch weg! Als je Windows Verkenner op start dan mag je blijf zijn dat je daarnaast nog Rekenmachine aan de praat krijgt!
Enfin, hoe komt dit nou? Dit hangt samen met het softwareprogramma voor de tijdmeting. Zoals Bepfe. De leverancier zit al lang op de Bahama’s, maar de volgelingen blijven vasthouden aan de leer. Het beste programma ooit, het kan alles, het is betrouwbaar en gemakkelijk te bedienen. Dat zijn zo ongeveer de jubelkreten van de ICT’ers van de club. Helaas is Windows XP de max! Zelfs Windows Vista gaat op tilt als die opgepoetste DOS-software wordt geïnstalleerd.
Mijn vraag: waarom hebben jongeren (de toekomst) belangstelling voor onze seniele autosport? Ik noem dit de zelfmoord van de sukkels! Hallo opa’s! Wakker worden! Dit is 2018!