zondag 21 oktober 2018

Aan den lezer !

Hein Tunnissen

Aan den lezer!
Hoewel je natuurlijk een blog schrijft om iets te vertellen of te beschrijven, kun je natuurlijk ook best eens wat achteroverleunen en de lezertjes een vraag stellen. Dat van die ´lezertjes´ is niet denigrerend bedoeld, maar ik krijg dat woord niet meer uit mijn kop sinds een collega (v) dat woord te pas en te onpas gebruikte voor degenen die ons magazine lazen. De lezertjes dus. Schreef je een gruwelijk lastig verhaal over de Miljoenennota vanwege de derde dinsdag in september (de lezertjes: ‘Oh, u bedoelt Prinsjesdag?’), en dan klepperde zij er meteen dwars overheen dat zij bang was dat diezelfde lezertjes het niet zouden snappen. Als zij het al zouden lezen, natuurlijk! Wat heb jij, zuchtte ik dan. “Een leuk verhaal over de vissen in de Hofvijver!” Daarmee had zij dan een diepte-interview gedaan. Leuuuuuukkkkkkkkk!
Enfin, ik heb van die samenwerking veel opgestoken. Daarom dus een vraag aan de lezertjes: “Welke slepers zijn het beste?” Het stellen van deze vraag is volgens mij gerechtvaardigd omdat dit blog 208 is en de snelle rekenaars onder de lezertjes weten nu meteen dat ik dit vier jaar doe. Vier maal 52, waarbij dat laatste getal staat voor het aantal weken per jaar. So far, so good! Een gek kan meer vragen dat zeven wijzen kunnen beantwoorden en dat geldt zeker voor deze eenvoudige vraag. Zijn het de gladde rvs-slepers van NSR, de roodkoperen van Slot.It, die hele dikke paardenstaarten van Carrera of die hele goedkope mikmak daar tussenin van allerlei andere merken? Je weet het niet! En voor zover ik weet is er ook nooit behoorlijk onderzoek gedaan naar deze kwestie.
En van het één, komt het ander! Is het bijvoorbeeld zinnig om de uiteinden schuin af te knippen en wat uit te rafelen? Moet je ze regelmatig schoonmaken door er wat WD40 op te spuiten of is een vriendelijke oliesoort een beter idee? En hoe zit het met de bevestiging van de draadjes? Met een schroefje of een busje? Solderen of gewoon door een gaatje schuiven en vast wurgen? Ik vind het raar dat niemand ooit de vraag stelt of met een antwoord komt. Die gewoon zegt: Ik vind de dunne rvs-slepers op rol het beste. Het meest kostenefficiënt, ze genereren het beste contact en de verbinding met de draad is in alle gevallen sterk en betrouwbaar. De slijtvastheid is enorm en ze nemen weinig vuil op. Daarnaast zijn deze slepers vriendelijk voor zowel Litze, kopertape als de metalen strips van de plestic banen. Eigenlijk heb je er na montage geen omkijken meer naar!
Ho, ho! Ik zeg niet dat het zo is! Moge dat duidelijk zijn? Het gaat om de vraag en waarom die eens gesteld zou moeten worden. Als slotcarracers naar beter streven, zo niet het beste voor ogen hebben, dan is het handig de inserts te laten voor wat ze zijn en te beginnen bij het punt waar het meteen pijn doet. Tijdens veel wedstrijden wordt tussentijds aan de slepers geprutst. Er is bijvoorbeeld een soort HEMA-kwaliteit die de neiging heeft om te klappen, zodat de slepertjes in kwestie als een soort gewei naar voren steken. Het kan niet anders of sommige lezertjes hebben dit wel eens ervaren.
In deze jubileumblog wil ik een lans breken voor de feiten. Vroeger, toen ik nog nieuwsgierig was naar alles, was ik lid van een clubje jongens dat modelbouw vliegtuigen bouwde. Het begon met een clubhuis. Op een zondag reed ik met een clubgenoot een beetje zenuwachtig richting de Udenseweg om bij een huis aan te bellen. Een man deed open en wij vroegen hem maar meteen of wij zijn  leegstaande garage in het dorp mochten betrekken als clubhuis. Dat mocht en hij pakte de sleutel van het rekje. Veel plezier, jongens! We kregen gadsamme niet eens een kopje koffie, realiseerden we ons toen we weer naar huis fietsten. Hoe dan ook: in het clubhuis werden vliegtuigen gebouwd op basis van wetmatigheid. Een toestel dat het niet deed, werd keihard op de pijnbank gelegd en nagemeten. Dit is het balanspunt en jouw balans ligt dáár! (Zes millimeter verderop!) Of: je hebt een spanwijdte van 1,60 meter en een gewicht van 1950 gram. Dat kan natuurlijk niet!
Omdat ik toen al argwanender was dan de duivel, bouwde ik ooit een miniatuur vliegtuigje volgens de wetmatigheden van onze club. De spanwijdte was maximaal 12 centimeter, denk ik. Het hele bouwproces duurde zowat anderhalf uur en meteen daarna gooide ik ‘m de lucht in. De rest van de avond cirkelde hij mooi rond op de thermiek van de gaskachel. Pas in de lente stortte hij neer.
Ik vind het dieptreurig  dat slotcarracers geen kernwaarden hebben, waaraan een goede slotcar moet voldoen. Ik laat spoilers, spiegels, inserts en brandblussers maar buiten beschouwing. De moraal van dit verhaal is dus dat de lezertjes nog niet van mij af zijn!  Nog heel veel te doen!  
  


zondag 14 oktober 2018

Biertje

Hein Tunnissen

Biertje
Omdat ik thuis een spannend, maar erg leuk karweitje had, kon ik die avond niet naar onze club. Dat kon natuurlijk wel, maar ik wilde mijn karweitje afmaken. De voorbereidingen had ik de dagen daarvoor getroffen en nu kwam het aan op starten (Zou er iets gebeuren?) en bij goede afloop daarna ‘op het inregelen’. Ik wist dat ik daar onmogelijk bij weg kon lopen. Daarom liet ik Marcus Aurelius, onze CEO, weten dat ik de eerste wedstrijd in ieder geval verstek zou laten gaan. Omdat wij elkaar goed kennen en wij op een soortgelijke wijze een klap van de molen hebben gehad, wist onze chef onmiddellijk dat ik die avond niet zou verschijnen. Dat was helemaal juist en de avond was voor mij een enorm succes. Met veel data, flikkerende ledjes, uitlezen van meters en het aanbrengen van minuscule veranderingen die het succes alleen maar groter maakten.
Enfin, belangrijk is dat allemaal niet. Wel dat er die clubavond over van alles en nog wat werd geouwehoerd, maar voor vooral over een nieuw te bouwen baan voor tractor pulling. Eerlijk waar: ik schrok me kapot! Ik dacht ‘Je bent even niet in de buurt en ze gaan meteen de gekste dingen doen die boeren!’ Nu weet ik niet of u ooit in Onstwedde bent geweest of in de Mussel, maar daar doen ze dus aan tractor pulling. Het komt erop neer dat ze op één zaterdag drie hectare grasland, waar je normaal gesproken geen poot in mag zetten zonder een riek in je kont te krijgen, volledig aan gort rijden met zelfgebouwde trekkers die vooral heel veel zwarte rook uitstoten en dus CO rondsproeien alsof het snoepgoed is.
Omdat mijn vrouw en ik wensten te integreren, gingen wij desondanks naar het tractor pulling terrein in Onstwedde. Rond tien uur ’s ochtends zat iedereen aan de traditionele houten picknick bankstellen bier te drinken en dreuge wurst mit kruutnaogel te knagen. Tegen elf uur moest de eerste een plas. Omdat de banken op een bijzonder intelligente wijze aan de tafelpoten zijn vastgemaakt, moest iedereen naast hem ook opstaan om de plasser de nodige ruimte te geven om zijn voeten over de bank te hijsen. Dit tafereel herhaalde zich nadien elke twee à drie minuten en ik begon toen het idee te krijgen dat mijn vrouw het integreren verre van zich wierp.
Omdat ondertussen enkele trekkerpiloten alvast wat aan het oefenen waren in het rook uitbraken, zei mijn zoon: Als dit alles is, kunnen we beter naar huis gaan. Hij was toen erg in de ban van Lego Technics®, dus begrijpelijk vonden wij dat wel. We kochten een troost-ijsje en vonden een bankje langs de honderd meter lange sleepbaan. Afgezien van af en toe een ontploffende trekker, gebeurde er geen ruk en daarom gingen wij gezwind naar huis.
Maar dit nu, dreigde de nieuwe core business van onze leuke slotcarraceclub te worden. Een circa vijf meter smalle lange baan, als een soort ruggengraat verankerd in een vijf meter lange tafel. Tijdens het taart eten zou die baan natuurlijk afgedekt worden door een afneembaar blad, omdat anders de trekkers zich een baan zouden moeten worstelen door klodders slagroom, uitgespuugde nootjes, afgevallen cakeklonten en vermoedelijk nog meer stukken gekonfijte appel. En godbewaarme, naarmate de week vorderde, nam de euforie over de nieuwe trekker pullingbaan alleen maar toe.
Het was niet gemakkelijk om niet een paar snerende opmerkingen te maken over het enthousiasme dat als twee druppels water leek op wat wij in Onstwedde hadden mogen aanschouwen. Tristan Hoijtink vroeg zich af of voor deze baan ook echt zand zou worden gebruikt of iets van meel omdat het minder weegt en gemakkelijker schoon gemaakt kan worden. Antwoord: Nee, Groninger klei! Kets: Valt me tegen, dacht eerder aan veen. Kets: Veen droogt te snel uit, wordt een speciaal soort zand. Kets: Oké! 😊😊
Of dit alles nog niet genoeg was, was er die week ook nog een enorm gekrakeel over geschikte rallyauto’s. Iemand opperde iets over een Fly en die schijnt een PB gehad te hebben om wel even serieus te blijven. Wat is een rallyauto? Dat is een auto met twee poppetjes erin. Eentje om te sturen (Slot-car!) en de ander om kaart te lezen (Slot-car!) Dat gezeur over die rallyauto’s ging bijna 24/7 door en dat maakte dat ik de vraag stelde of het de bedoeling was om over twee dagen een race met rallyauto’s te gaan rijden. De onderliggende grom was: Had niet iemand dit op het Forum even kunnen aankondigen, zodat de niet-aanwezigen iets meer tijd hadden om in hun kist te zoeken naar een auto met a) twee poppetjes en b) inserts. Aha, die aanval trof doel. Ik geloof dat het Job Renken en Erik Hoijtink waren die onmiddellijk de poppetjes, de brandblusser, de binnen- en buitenspiegels, de verplichte extra koplampen, spoiler en inserts wegstreepten. Ook de banden waren vrij. Over de motor werd door Job nog wel gezegd dat die toch wel enigszins moest passen onder het gebruikte lexan-interieurtje. Kortom, regels zoals je bij tractor pulling verwacht. Biertje, dan maar?


zondag 7 oktober 2018

Poloshirt

Hein Tunnissen

Poloshirt
Het klassieke beeld: een rijtje slotcarracers actief aan de baan. Wat opvalt is dat ze hun eigen houding en gedrag hebben. Ikzelf heb ontdekt dat ik liever een beetje apart van dat rijtje sta. Dat kan ik sinds ik mijn SCP van Slot.It draadloos heb gemaakt. Soms sta ik zelfs op een hele andere plek dan door de ontwerper van de baan bedacht. Maar er zijn bijvoorbeeld ook slotcarracers die heel dicht bij de baan blijven omdat zij een heel kort pielesnoertje hebben. En je hebt de leuners. Die hebben wij zeker een stuk of vijf. Ze hangen over de baan, steunend op de ellebogen. Een andere categorie is de verzameling wijdbeens-typen. Die planten hun voeten zeker een halve meter uit elkaar, waarbij ze de indruk wekken dat hun voeten zuignappen zijn. De uitbuikers zijn over het algemeen de luitjes met rugklachten die een houding zoeken om het één in evenwicht met het ander te brengen.
Met die groep heb ik geen medelijden. Als slotcarracen een sport is, dan is het natuurlijk flauwekul te denken dat je met één keer per week met wat rondjes rijden kampioen kunt worden. Nee, natuurlijk niet! Je moet de sportzaal in! Trainen, gewichtheffen, cardio, buikspieren sixpacken, rug soepel maken en rechten! Je kunt natuurlijk niet volstaan met de buik over de broekriem hangen en dan er maar het beste van hopen.
Natuurlijk vind ik dit eigenlijk geen issue, omdat ik vind dat iedereen zelf moet weten hoe hij voor vuilniszak speelt, maar het viel mijn vrouw wel op. Ze zei: “Godsamme klere, het is wel een stelletje uitgezakte hobbezakken in afgewassen T-shirts hè? Ze zei er nog net niet achteraan ‘die vrienden van jou!’ Dat was dus het signaal voor iets wat ik ooit als beginnend journalist leerde ‘waarnemen en beschrijven’. Zie hierboven. Aangezien ik mij deze techniek in een recordtijd eigen heb gemaakt door vooral naar knappe vrouwen te kijken, kan ik inmiddels eigenlijk alles tot in detail beschrijven wat ik zie en het zal niemand verbazen dat ik hierdoor dingen zie, waar anderen vermoedelijk helemaal niet opletten. Neem de voeten. De Nederlandse cineast Bert Haanstra maakte ooit de fenomenale film ‘Bij de beesten af!’ en daarvoor ging hij onder andere met zijn camera plat op het strand liggen om voorbij wandelende voeten en kuiten te filmen. Allemachtig, wat een horrorfilm!
Nu wil ik niet zeggen dat ik dit gruwelbeeld iedere vrijdagavond ook zie, maar het is wel weinig elegant. Of laat ik het anders formuleren: vrouwen raken er niet echt opgewonden van, mijn vrouw in het bijzonder dus. Is dat erg? Nee! Is dat een signaal? Welzeker!
Voordat u helemaal ontploft van ingehouden verontwaardiging, speel ik even handlanger van de duivel. Ik ben een toevallige surfer die op internet wat las over slotcarracen, de club en de leuke clubavonden in het bijzonder. Ergens knettert er wat in mijn hersens, ik denk aan mijn kleine jongens-jeugd en denk: Dat was fun, hoe zou dat nu zijn? Daarom besluit ik te gaan kijken. Ik stap het clublokaal binnen en de eerste minuten zie ik eigenlijk helemaal niks. Ja, er is een baan en daar vliegen wat gekleurde muizen overheen. Daar staat een rijtje ongeschoren mannen in zwabberbroeken, korte broeken, hemd uit de broeken, tattoos en weinig trouwringen. Gefocust, dat wel. Nadat ik wat gewend ben geraakt, kopje koffie heb gedronken, wordt het beeld wat duidelijker. Het zijn vooral hele aardige mannen, die allemaal hun eigen verhaal hebben. Leuk, gastvrij, open en bereid om je helemaal in te wijden in de grote kunst van het slotracen. Jammer, dat het er niet uitziet!
Nu ben ik niet de enige die dat zo ziet. Ik herinner me een Classic Cup-wedstrijd waar leden van Slotracing Almere aan meededen, allemaal in een clubshirt. En er zijn meer clubs die voor die richting hebben gekozen. En dat is om de drommel helemaal niet gek! In feite heeft iedere sport zijn eigen kledinglijn en dat maakt de boel een stuk aangenamer om naar te kijken. Er zijn zelfs sporten (paardrijden dressuur) waar hele strikte eisen aan de kleding worden gesteld. Dat gold vroeger ook voor tennis (wit), maar die richting is losgelaten sinds de opkomst van de kleurentelevisie.
Op internet zijn nog wel foto’s te vinden de kleding van KST, Keistad Slotracing Team, maar die aanduiding gaat een beetje verloren in het sponsorgeweld dat ook nog op het T-shirt is gedrukt. Nee, dan zijn die donkerblauwe poloshirts van SRA een stuk gedistingeerder. Maar dat is een persoonlijke opvatting. Geen T-shirts dus, maar polo’s. Voor als je jezelf en je sport serieus neemt, want kleren maken de man, heren!
Laat dat laatste maar weg, hoor ik mijn vrouw roepen!  



dinsdag 2 oktober 2018

Wetenschap

Hein Tunnissen

Wetenschap
Slotcarracers heb je in veel soorten en maten, ook met een zeer uiteenlopende belangstelling voor de verschillende facetten van de sport. Je hebt de ralleyrijders, de racers, de liefhebbers van Amerikaanse bakken, dragracing, klassiekers of open wheel-fanaten. Vergeet ik gemakshalve de groep van digitale adepten of de hybride rijders, de bezetenen van techniek of de ietwat verstrooide wetenschappers, waartoe ik Markus Goetz en mijzelf reken. Nu zijn er nog wel een paar die continue de ‘Waarom?’-vraag stellen, maar dit is wel een minderheid vergeleken met de andere categorieën.
Neem de grip-kwestie. Alweer jaren geleden verbaasden Markus en ik ons over het merkwaardige verschijnsel dat een racebaan de ene avond veel grip kan hebben en een andere absoluut niet. Of dat het verschijnsel grip pas na tien uur ’s avonds ineens de kop opsteekt, om na één uur ’s nachts werkelijk fenomenale proporties aan te nemen. Toen wij de zaak nog niet wetenschappelijk benaderden, lachten wij om dit verschijnsel en profiteerden daar zonder enige gêne volop van. We hadden in die tijd ook geen last van betweters of zwamneuzen die dat natuurlijk konden verklaren op basis van hun kennis, opgedaan in de vierde klas van de lagere school. Niet gehinderd worden door kennis is voor spreker een zegen, maar voor zij die net iets meer kaas hebben gegeten een regelrechte gruwel. Ik stipuleer nog maar even: Markus Goetz en ik.
Het werd dus tijd voor onderzoek, de basis van wetenschap nadat de waarom-vraag is gesteld. Wij legden temperatuur bi/bu, vochtigheid, weersgesteldheid en luchtdruk (spoiler!) vast in grafiekjes, maar de conclusie bleek niet te trekken. Zoals vaak, speelde ook hier het noodlot (noem het toeval) ons in de kaart. Op een avond reed ik, zonderling als ik ben, op één baan met siliconenbandjes die ik een beetje neurotisch erg regelmatig ontdeed van vastgekleefd baanvuil. Omdat we met zijn tweetjes waren, Markus en ik, was er ook niemand boos op het feit dat ik met die bandjes reed en ook steeds op dezelfde track. Ik vind dat ik dit moet melden om te voorkomen dat ik straks door de slotcarracewereld  wordt weggezet als een achterlijke asociale zool, bij voorkeur zonder dat iemand vraagt: Waarom?.
Welnu, naarmate avond vorderde merkte ik dat de grip beter werd en ik minder hoefde te tapen. Min of meer gelijktijdig kwamen er nog wat losse leden binnen dwarrelen en toen onze bezetting onderhand maximaal was (4-5), ging ik naar huis. Gewoon bedtijd. Logisch ging iemand anders op de vrijgekomen track rijden en die ervoer een enorme grip. Om kort te gaan: die nacht werd het baanrecord gereden op de door mij met siliconenbanden gereinigde track. Zonder enige twijfel de beste grip ooit en daarmee bedoel ik dat bijvoorbeeld de Solexbocht bijna met vol gas genomen kon worden, waardoor de tijden scherp naar beneden doken. Wij lachten: “Dat komt natuurlijk door die olie uit die siliconenbandjes van Hein!”. Wij dachten: “Wat een zeldzaam geouwehoer over die siliconenbandjes!”
Anyway, terug naar de wetenschap. Dat begon met een analyse van wat er precies was gebeurd en dat bracht Markus ertoe een gerenommeerde fabrikant van slotracebanen te vragen: Welke baan heeft de beste grip? Het antwoord kwam per kerende post. Omdat er op ons forum onlangs iemand weer wat begon te roepen, schreef ik een antwoord op de vraag ‘Waarom?’
‘De glanzende motorkap van een auto ziet er onder een microscoop min of meer uit als tandenschuim. Veel putjes, veel bultjes. Met polijsten en was krijg je hoogglans: de putjes worden opgevuld, de bultjes afgeslepen. Een goed gepoetste slotracebaan is qua oppervlak te vergelijken met een goed gepoetste en gewaxte motorkap. In theorie is de baan helemaal vlak vergelijkbaar met een spiegel. Het deel van de band dat de baan raakt, wordt hierdoor niet groter, maar de hoeveelheid bandoppervlak dat de baan raakt neemt wel toe. Dit kunnen we vertalen. Een normale band heeft sleuven en kanaaltjes voor de afvoer van regenwater. De hoeveelheid bandoppervlak dat het wegdek raakt, neemt daardoor af. Dat verlies wordt genomen omdat de veiligheid bij regen toeneemt. De beste band bij droog weer is daarom de slick: de maximale hoeveelheid bandoppervlak van het deel van de band dat het wegdek raakt, heeft contact met het wegdek.
Rubber slotcarbandjes worden geslepen om oneffenheden weg te halen en aldus het raakoppervlak te vergroten. Dat lukt redelijk goed, maar dit effect is veel beter bij siliconenbanden die van zichzelf een goed gesloten oppervlak hebben. Daarbij is de band zacht, waardoor de aansluiting met de baan meteen goed is. Schuimbanden worden geslepen om het oppervlak gelijkmatiger te maken, het oppervlak wordt vergroot door de 'holtes' op te vullen met olie of een olieachtige substantie. Ik denk dat cohesie hier een rol speelt. Door met een geslepen schuimband op een spiegelglad oppervlak te rijden krijg je een maximaal contactoppervlak en dus de meeste grip.
Als een baan meer grip heeft of krijgt door rubbersporen, dan betekent dit dat het rubber de baan polijst ofwel de putjes en de bultjes opvult. Glas of plexiglas zijn spiegelglad en bieden daarom een maximaal oppervlak (grip) aan de band.’
Roept u maar!


maandag 24 september 2018

Inserts

Hein Tunnissen

Inserts
Onze club, die hard op weg is één van de grootste clubs van Nederland te worden, beleeft een ommezwaai. Het komt door onze nieuwe Carrera Slotracebaan, beter bekend als de oude baan van Tom uut Zwanenburg, dan wel de Nordschleife, voorheen standplaats Amsterdam Noord. Die baan biedt de mogelijkheid om heel hard te rijden en om wedstrijden met 24-ers te houden. Dat komt denk ik vooral door de ruime bochten waardoor het niet echt veel moeite kost om elkaar te laten leven. Er zijn ook wel circuits waarbij dat beslist veel minder het geval is. Nu is hard rijden wel echt een dingetje van onze club. Zodoende wordt er steeds naar mogelijkheden gezocht om de lat nog hoger te leggen. De laatste stap binnen dit proces zijn de 24-ers van BRM en dan vooral de bolides met een alu-chassis die out of the box echt gruwelijk hard rijden. Alles wat je er nadien nog aan prutst, maakt het alleen maar erger. Lees sneller.
Een tweede bijzonder ding van onze club is het individuele incasseringsvermogen. Ik geloof niet dat hier een behoorlijke engelse term voor bestaat, maar het komt erop neer dat je als coureur niet meteen begint te huilen of te schreeuwen dan wel te vloeken als je auto een gruwelijke beuk te verwerken krijgt. En dat gebeurt met zes 24-ers in wedstrijdverband. Natuurlijk is onze baan voorzien van een paniekknop in de vorm van een aan/uitschakelaar van de HEMA, maar de praktijk wijst uit dat de reactie van de scheids vrijwel altijd als mosterd na de maaltijd komt. Niettemin troosten wij ons met de gedachte dat daarmee erger wordt voorkomen, hetgeen ook vaak het geval is.
Nu lijkt het er echter op dat dit racen, rijden om te zien wie de snelste is, zijn langste tijd heeft gehad. Wij hebben al de eerste auto’s op de baan gezien die af fabriek zijn voorzien van modder- en vuilstrepen, quasi schades en andere sporen die duiden op een verhitte strijd in de wedstrijd. Markus Goetz werd door Tom Peters op dit fenomeen gewezen, die aangaf dat dit een nieuwe ontwikkeling is die een hele andere kant op gaat dan het kip-zonder-kop-om-het hardst-rondjes-rijden. Daarmee komen ook wedstrijden in beeld waarbij het uiterlijk van de auto en de manier waarop hij is gebouwd minstens zo belangrijk zijn als de eerste plaats. Voorwaar erg grappig!
Binnen onze club heeft dat uiterlijk vertoon een enorme boost gekregen door Job Renken. Deze herintreder heeft na jaren stilstand de draad weer opgepakt en nadat hij ons enige maanden duidelijk had gemaakt dat hij de knijptechniek nog niet was verleerd, begon hij ons door te zagen over mooie kapjes, veel stickers, metalliek (Gronings, bedoeld is ‘metallic’, red.) en hoogglanzende vernis. Tot onze verbijstering bleek hij een ware tovenaar met zwart en oranje en nog voordat hij naar adem hadden kunnen happen stond er ineens een aantal auto’s in Jägermeister-outfit op de baan, waarvan wij nauwelijks konden geloven dat die niet rechtstreeks uit een of andere Italiaanse fabriek waren gerold. Totdat Job ons wees op hele kleine minuscule foutjes, bijvoorbeeld een klein oranje spikkeltje dat per ongeluk op de zwart gespoten tankdop was gekomen. Ja, nu je het zegt, heel erg jammer!
Het airbrush-virus greep om zich heen. Jobs buurman Nick liet zich zelfs fotograferen toen hij zijn Mosler in Marlboro-kleuren had gespoten, waarbij hij een beetje sip keek omdat het helrode van dit sigaretten-imago een beetje doorgespikkeld (‘nevel gelekt’) was op het maagdelijke wit. Nu is het natuurlijk al een enorme vondst om zo’n volstrekt uit de tijd zijnde gewoonte als roken in te zetten voor een prachtige slotcar, maar het onderstreept natuurlijk wel dat slotcarracen een cultuurhistorische bezigheid is die levend gehouden moet worden. Voor mij airbrushte Job een Mosler-kapje van NSR en de kap van een Zonda (Bedankt JeeWee van Capelleveen voor het delen van deze tip!) van MB-Slot. Beide auto’s in metallic blauw met oranje en zwarte en zilverkleurige accenten. Het gruwelijke is nu dat deze auto’s bijna te mooi zijn om mee te rijden, maar een standplaats in de vitrine is natuurlijk nog erger. Dus wij roepen naar elkaar dat je schade toch niet ziet, als je maar hard genoeg rijdt.
Hiermee waren wij helemaal gelukkig zoals je eigenlijk alleen maar ziet in een vrolijke jongensclub, maar helaas liep het slecht af! Want begint er een of andere snukkel serieus te wauwelen over inserts. Nou, dat had ie beter niet kunnen doen! Sindsdien wordt er uit nijd alleen maar over wieldoppen geouwehoerd. En waarom? Omdat de originele inserts (wieldoppen) van BRM-wielen niet in de schuimbandjes van Scaleauto passen. De kans is dus groot dat na de wedstrijd alle deelnemers worden gediskwalificeerd! Bedankt hoor, Johan Post!

zondag 16 september 2018

België

Hein Tunnissen

België
Out of the blue kreeg ik een mailtje van de beheerder van Slottrack.BE met de mededeling dat het nieuwe seizoen weer voor de deur stond. Nu krijg ik persoonlijk altijd een beetje de rilkikker van dat ‘nieuwe seizoen’, omdat wij van AST vinden dat het leven te kort is om het op te delen in seizoenen. Wij racen het hele jaar door. Anyway, beheerder schreef te hopen dat het forum aan belangstelling zou winnen, waarbij hij grootmoedig de hand in eigen boezem stak, want druk, druk, druk en andere smoesjes om niks op het forum te schrijven. Ik mag dat wel, want ik vind het a) goed om het eigen falen aan de kaak te stellen en b) dat slotcarracers elkaar veel meer moeten steunen in het vinden van de beste setup. En daar ontbreekt het nogal eens aan. Iedereen doet zijn ding, maar graag in zijn eigen kleine holletje.
Wat je ook vaak ziet is dat er nogal wat gezwetst wordt. U denkt dat ik overdrijf? Ik noem het fenomeen ‘grip’. Over grip wordt zo onnoemelijk veel gekletst, dat het bijna adembenemend is. Ik bedoel hiermee iets beweren zonder bewijs of zonder argumenten. Vaak zelfs zonder enige kennis van zaken. Ooit, ik had nog echt de ballen van verstand van slotcarracen (zie a), was ik met enkele andere leden van onze beginnende club Amazingslotcarracing te TE te gast in Drachten. Wij prutsten daar gezellig wat mee onder het oog van die vooral nors kijkende motorrijders, maar toen wij allemaal riant in de pan waren gehakt, mochten wij dan wel zelf wat afkneuteren op hun racebaan. Heel even had ik het idee dat dit het leukste moment van de dag was, want het gaf mij de gelegenheid om mijn spiksplinternieuwe Mosler te testen. Omdat ik dat gelezen had, had ik die auto voorzien van prachtige helblauwe siliconenbandjes, die ik had overgenomen van Jeroen den Broeder (ex-Best) die ze had gebruikt voor een heuse bandentest.
Toen nu mijn Mosler in één van de bochten zesmaal over de kop sloeg en zieltogend op zijn dak stil bleef liggen, viel er meteen & direct een doodse stilte totdat één van de leden van de motorgang krijste: “WAT IS DAT?!!” Nu moet u weten dat die motorrijders hun Fleischmannbaan van grip hadden voorzien door een zelfbedacht tweewekelijks met de rolkwast op te brengen zwaar vervuilend chemisch middel dat bestaat uit een mengsel van gelijke delen terpentine en roze Parmaplak, dat na een week drogen een plakkerige zwart glimmende laag op de baan achterlaat die iedere vorm van drift onmogelijk maakt. Zeker als het om siliconenbanden gaat. Vandaar dat mijn auto rondtolde als een stalen knikker in een flipperkast. Die dodelijke krijs vergeet ik nooit meer! Nog minder de ervaring dat je als slotcarracer van alles kunt roepen, zonder enige vorm van bewijs of redenering: siliconenbandjes lekken olie en vermoorden alle grip op iedere baan!
Godlof voor de slotcarracers die zeggen: “Ik doe het altijd zo, maar ik heb geen idee of het zin heeft. Maar ik voel me er happy bij!” Zo ken ik iemand die zijn slotcars voorziet van onafhankelijk van elkaar draaiende voorwieltjes. Het is nogal een gepruts om dat voor elkaar te krijgen waarbij het grootste gevaar is dat je met secondelijm de hele voortrein aan elkaar lijmt zodat er op de keper beschouwd helemaal niets meer onafhankelijk van elkaar draait. Enfin, hij heeft daarin een grote mate van kunst bereikt, maar hij zal nooit zeggen dat dit de enige methode is om een slotcar goed door een bocht te trekken. Dat is prijzenswaardig.
Hoe anders is het als het om de grip van de baan gaat. Het gezwam is niet van de lucht en persoonlijk schep ik er altijd veel plezier is door dan quasi nonchalant te vragen: Hoezo, leg eens uit?, waarna meestal meteen blijkt dat spreker de kok heeft horen fluiten omdat hij ook niet weet waar de lepel hangt. Echoput gelul tweeduizend dus en zo lang niemand iets zegt of de wenkbrauwen fronst, kun je van alles ongestraft beweren en mij is inmiddels wel duidelijk geworden dat dit op onwaarschijnlijk grote schaal gebeurt.
Ik citeer de mail van Slottrack: “Tijd om de banen af te stoffen, de borstels te kammen en de bandenspanning te controleren. Na een heel zwak racejaar van mijzelf, amper een paar rondjes en een paar kleine experimenten met de elektronica heb ik zelf héél weinig bijgebracht in de wondere wereld van het slotracen. (…) Maar terug met volle moed inpikken waar ik gestopt ben. Dus verder werken aan mijn racedisplay en nog een paar projecten die momenteel enkel nog maar op papier bestaan. Hopelijk volgen jullie allemaal en gaan we lekker dit forum terug opwaarderen en werken aan een community waarin héél veel informatie uitgewisseld wordt onder de lage landen. En kunnen we elkaar terugvinden op het forum.”

De kern van dit verhaal is dat je iets vertelt en dat aanvult met waarom. Niks meer, niks minder. Om tranen van in je ogen te krijgen, zo mooi deze confessie!





zondag 9 september 2018

Mancave

Hein Tunnissen

Mancave
Heb je als kind het geluk dat je in het ouderlijk huis een eigen kamer hebt, dan is het gevolg dat je ouders om de haverklap roepen: ‘Ga je kamer opruimen!’ Dit is dan het begin van het echte leven dat vooral bestaat uit opruimen en schoonmaken. Denk er maar even rustig over na. Mag je op zeilkamp, dan is het eerste dat je mag doen het dek zwabberen en spoelen. Ga je naar de verkennerij, dan ben je de hele dag bezig met papiertjes van anderen oprapen en de tent uitvegen. En als je dan gaat trouwen, nou, dan breekt de hel helemaal los. Kinderspeelgoed; je blijft als volwassene rondrennen om het weer allemaal te verzamelen om het achter de bank te gooien.
Ik moest hieraan denken toen ik laatst mijn mancave aan het reinigen was. Eigenlijk had ik de ruimte waarin ik mijn slotracebaan heb gebouwd, tot dan nooit zo benoemd, maar het is natuurlijk wel een echte mancave. Een intrinsieke eigenschap van de mancave is namelijk dat de vrouw geen poot uitsteekt naar het stof dat neerdwarrelt of de spinnenpoep die zich in de maand augustus overal heeft afgezet. Dat is opmerkelijk. Ze zegt bijvoorbeeld ook nooit: ‘Zou jij je mancave niet eens een beetje gaan schoonmaken?’, terwijl bij wijze van spreken de vlooien uit die lekkere ouwe bank springen of de dooie vliegen manshoog op de vensterbank liggen opgestapeld. Kortom, dingen die vrouwen over het algemeen omschrijven als ‘vies’ en mannen als ‘het is niet anders’.
Een andere eigenschap van een mancave is ook dat hij bestaat bij de gratie van het ‘Akkoord!’ van de vrouw op het moment dat je aankondigt de zolder, de kelder of de schuur in te pikken. Als man zijnde weet je dan dat één misstap de mancave om zeep zal helpen. Daar staat tegenover dat je in de mancave alles uit kunt vreten wat je maar leuk lijkt omdat zij nóóit onverwacht binnen zal komen stuiteren. Dat is een rustgevend gegeven.
Bij mij speelt dit alles niet omdat mijn mancave geen onderdeel van het huis is, maar een stukje verderop staat. Ik kan dus bijvoorbeeld ’s nachts om twee uur mijn Pioneer VSX 409 RDS (5 eindversterkers! – Prologic) rustig tot het onbetamelijke opendraaien. Dat deed ik laatst en toen flikkerde enige tijd nadien één van mijn speakers uit elkaar. Nou zijn dat natuurlijk niet van die achterlijke ‘Motional Feedback Speakers van Philips’, maar van die zware jongens die ik uit een gereformeerd elektronisch orgel heb gesloopt en waarmee je dus een katholieke kathedraal omver kunt blazen. Omdat het oog ook wat wil heb ik er vier Fleischmann-kombochten omheen gelijmd, waar ik twee Fleischmann Ford Lotussen op vast heb gelijmd. Het ziet er aardig uit, maar door die gruwelijke rif van Pete Townshend, donderde dus een van die trechterkappen omlaag. Niks aan de hand, heb ik weer hersteld, maar dat is een verhaal apart.
Waar het omgaat is dat ik toen ik die speaker weer ophing, met mijn kop in het spinrag verstrikt raakte en dat was het signaal. Poetsen. Meteen bleek ook dat er overal dooie vliegen lagen, gemummificeerde Atalanta’s, spinnenpoep en andere insectenzooi zoals volledig uitgedroogde  Hoornaars met een buitenboord bengelende angel zodat menige vrouw zou denken: Pottertje piep, die is niet slecht bedacht!
Toen ik aan het poetsen sloeg, bleek ook Markus Goetz (praeses ASR) aan de slag te zijn gegaan, hoewel hij zich vooral beperkte tot onze houten slotracebaan. Nu vond ik dat een hele verstandige move, want enige tijd eerder was de baan door de vreemde klimatologische omstandigheden in onze clubmancave zo glad geworden, dat de auto’s als dronken lorren in het rond slierden. Daar kwam bij dat Fokko vakantie had en die had bedacht dat dit een mooie tijd was om even de puntjes op de ie te zetten. Dus hij ging met Dasty en Scotchbrite aan de slag. Typisch zoals mannen dat doen: twee bochtjes van de elf. De rest was voor Markus. Natuurlijk kwam van onze poetsende voorman meteen een foto op Facebook. Waarna zich op ons forum een discussie ontspon over het verschijnsel grip vóór of na poetsen. Over dit fenomeen zal ik nog berichten, maar de schoonmaakwoede greep als een veenbrand om zich heen, want ook Johan (“Nooit schoonmaken, alle grip weg!”) en Hans van de Kleine Autootjes Raceclub Leeuwarden togen met sop aan de slag om hullie baan weer in orde te maken voor het nieuwe seizoen. Ook hier dus stevige bedrijvigheid in de mancave van Hans, want zo moeten wij die Friese club eigenlijk wel zien. Want ook hier merken de gasten nooit op: ‘Moet hier niet eens schoongemaakt worden?’ Idem dito in Tweede Mond, ex aequo bij Circuit Deux Chevaux, my place (mancave).
Geen gezeik aan je kop over schoonmaken en opruimen; ik denk echt dat dit het allerfijnste is van de mancave. Afgezien van een knoert van een versterker van Pioneer, natuurlijk.