zaterdag 20 mei 2017

IJsbaan

Hein Tunnissen
IJsbaan
De laatste tijd zit ik steeds vaker achter mijn bureau te tekenen en te rekenen. Het is namelijk zo dat ik onderhand alle materialen bij elkaar heb gesprokkeld om de replica van Drachten ‘De Bunker’ te bouwen. En aangezien ik wel begrijp dat half slotcarminnend Nederland mee zit te gluren; stiekem hopend dat ik de aangekondigde verbeteringen niet voor elkaar krijg (hihihihi!), wil ik er alles aandoen om de wereld versteld te doen staan.
Zo was er deze winter maar kortstondig ijs, zodat er naar rato ook maar vrij kort geschaatst kon worden. Wij schaatsen op de skeelerbaan van Alteveer, die des winters ijsbaan wordt, mits het vriest. Rond die baan staat een supergeluidsinstallatie en die bracht mij op het idee! Wat wil het geval? Er is geen echo en je schaatst het geluid niet tegemoet of andersom schaatsend, het geluid haalt je niet in. Dit staat zelfs helemaal los van de snelheid waarmee je schaatst. Niet helemaal stomtoevallig ken ik de man die dit systeem heeft ontworpen, electronically speaking. De kwestie is de afstand: hoe verder weg van de versterker, hoe later het geluid hoorbaar. Soms is die vertraging zo extreem, dat je niet meer kunt verstaan wat er wordt omgeroepen. Knap dus, als je dat zo kunt rondsturen dat die echo achterwege blijft. Waar je ook bent, hoe hard of zacht je ook schaatst.
Een slotracebaan lijkt in zijn meest eenvoudige vorm wel een beetje op een ovaal, zoals de Jaap Edenbaan of de skeelerbaan in het Groningse Alteveer. Dat er soms wat bochten in zijn gehaspeld, doet in wezen niet ter zake. Feit is dat de aansturing op een bepaald punt begint (aansluiting van de controller op de baan) en dat er dus ergens een maximale afstand is tussen controller en auto. Rijdend verandert die afstand steeds. Anders gezegd: de auto zal recht voor de neus van de coureur sneller & feller reageren dan in de Tarzanbocht een eind verderop.
Terwijl het laatste ijs onder onze ijzers wegsmolt, reed ik met de grote elektronicaspecialist van Alteveer een paar gezellige rondjes over de skeelerbaan onder het genot van Marianne Rosenbergs ‘Ich bin wie du’. Hij begreep mijn punt onmiddellijk, wat te verwachten was van zo’n genie. “Dus je wilt voor die analoge rijders overal dezelfde reactietijd op de baan ongeacht of ze met een knijpertje of een drukkertje rijden?” Ja, zei ik! Voor de meer moderne racers speelt het niet, want die rijden digitaal en dan is de spanning op de baan overal hetzelfde. De kwestie is dan alleen dat bij een opeenhoping van auto’s voldoende stroom beschikbaar moet zijn, maar dat is een kwestie van bekabelen.”
“Nou ja,” sprak hij, “er is natuurlijk wel sprake van verlies. Kijk maar eens naar het hoogspanningsnetje van Nederland en hoeveel verlies daar optreedt. Ik zou je in ieder geval aanraden om de vier trafo’s niet bij elkaar te zetten maar netjes gelijkelijk te verdelen over de baan, zoals de trafohuisjes van ons net. Dan zijn de afstanden al beduidend korter.” Ik stond paf van zo’n helder inzicht!
“Over die analoge kwestie moet ik even nadenken. An sich is het geen lastig probleem, maar een vertraging bij het aansluitpunt van de controller van één duizendste seconde mag natuurlijk geen gevolgen hebben voor de beschikbare stroomsterkte. Als zo’n autootje twee ampère nodig heeft, moet die sterkte wel beschikbaar zijn. Daar moet ik even over nadenken.”
Niet zo heel lang daarna, ik was thuis al weer aan het rekenen en tekenen, ging de telefoon. Ik heb een schakeling bedacht, maar ik weet niet precies hoeveel koppelingen er zijn, met andere woorden om hoeveel baandelen het per track gaat. Want als de baan helemaal zonder onderbreking zou doorlopen zoals bij een houten baan met Litze, dan is er dus geen sprake van eventjes een kleine weerstand bij een overgang. En daar is per definitie sprake van want de stroom moet wel overspringen van het ene baandeel naar het andere. Zie het maar als een hordenbaan in het stadion.” Tuurlijk, stom dat ik daar niet aan heb gedacht!, verweet ik mij zelf. Het genie sprak: “Ik ga ervanuit dat die verbindingen mechanisch sterk en maximaal zijn. Ik zal de weerstand per verbinding berekenen en dan vervolgens het tijdverlies per verbinding om die aldus in de schakeling te kunnen compenseren. Tel ze even, wil je?”


zondag 14 mei 2017

Pandora

Hein Tunnissen
Pandora
Onze founding father van Amazingslotcarracing te TE beschikt sinds enige tijd over twee vernuftige machines die hij ten faveure van het slotcarracen heeft aangeschaft. Ook voor u dus! Wat hij daarmee kan, wilt u weten? Dat is een terechte vraag. Met de ene machine kan hij computergestuurd frezen (ik zeg het nu even in simpele mensentaal) en met de andere kan hij een plaat vacuümtrekken. Stel, u heeft net zoals in de echte autotechniek een mooie auto geboetseerd. Piekfijn met alle kleine details zoals deurgreepjes, roostertjes en stripjes. Daarvan zou u wel graag een kapje willen hebben. Kom naar TE en geef uw kleimodel aan de grote meester. Hij plaatst de bonk in een soort Doos van Pandora, roept enige bezwerende kreten en trekt aan de handle. Met wat gesis en geblaas heeft u wat later de beschikking over een natuurgetrouwe kopie van uw kleuterwerk. Strak, smetteloos en natuurgetrouw. Met behulp van een enorme vacuümpomp is een verwarmde plaat kunststof over uw model getrokken: Hatseflats!
Dan is er nog de tweede machinerie die aangestuurd door een computer kan frezen. U maakt een mooi tekeningetje van een chassis, inclusief uitsparingen etc en dat voeren wij Hap!, Hap!, Hap!, aan de computer. Drukken wij vervolgens op de knop On, dan gaat de machine geheel zelfstandig aan de slag en freest bijvoorbeeld uit een plaatje aluminium cq messing van 3 mm dik een hartstikke leuk chassis, passend bij het kapje dat we eerder op de avond bij elkaar hadden gezogen.
Het gaat te ver om te zeggen dat we het helemaal gehad hebben met de Mario Spaghetti en Pablo Paella, maar een regelrechte aanval op de markt is dit natuurlijk wel. Twee zaken spelen hierbij een rol. Om te beginnen innovatie. Natuurlijk zijn er slotcarracers die het hart van een angsthaas hebben en daarom gezapig voort willen sukkelen & slieren over hun met bloem bestrooide rallybaantje in de hoek van de kamer met vergezicht op de bergen. Maar er zijn ook figuren onder ons die echt de rand van de tafel willen opzoeken. Die vage grens van het toelaatbare. En in dat geval kun je niet gaan zitten wachten op de derde wereld binnen Europa.
Over enige tijd zal onze club een uitbreiding ondergaan die zijn weerga niet kent. Digitaal, analoog, sleutelplekken, een snackcorner met drankjes, een loket voor technologisch advies, overal zwarte pitpoezen (Jaja!) en een bedrijfsleider om uw gewaardeerde tekeningen en zelf gekleide modellen te beoordelen op uitvoerbaarheid. Van gips mag trouwens ook. U neemt een flinke bak, stort die vol met gips en drukt daar de kap van uw Mosler die u lichtjes met olijfolie heeft ingevet, in. Als het gips is uitgehard, klopt u uw kapje los, waarna u de ontstane mal gebruikt om uw model te maken. Kan klei zijn, maar ook papier-maché. Dat is ons om het even.
Tegen de tijd dat wij de markt op gaan met deze twee baanbrekende technieken om zowel NSR als Slot.It te dwingen tot een nieuw beleid, zullen wij u tegemoet treden met bloedstollende prijzen, waarover wij nu helaas nog niets kunnen zeggen. In afwachting daarvan kunt u natuurlijk alvast naar hartenlust gaan nadenken of experimenteren met uw eerste zelf ontworpen slotcarmodel. Alleen al het maken van een goed uitslagje voor een strak chassis is een welbestede avond. Kiest u voor één vaste bodemplaat met daarop wat onderdelen of wilt u liever een samengesteld chassis? Aan u de keus! Kijk, wij doen er alles aan om deze sport voor eens en voor altijd uit het gore sop te trekken en er wat leuks van te maken. Aan u de beslissing om mee te gaan in deze revolutie of om thuis achter moeders pappot te blijven zitten en iedere donderdag weer mismoedig naar uw clubhuisje te gaan met die kinderlijke kleuren gemarkeerde banen. Zijn we daarvoor onderhand niet een beetje te oud?
Zelf ben ik alweer een flinke stap verder, want voor de replica van de Drachtse (Drachtener?) slotcarracebaan ‘De Bunker’ heb ik een soldeerrobot aangeschaft die alle overgangen (4 sporen!!) na montage nasoldeert en voorziet van flinke einden snoer voor het doorlussen. Nadat dit werk is gedaan wordt de complete track als een kip aan het spit omgedraaid. Volgens de fabrikant heeft de robot bij dag en nacht doorwerken, slechts drie weken nodig om alle overgangen te solderen en door te meten. Belangstelling voor t´een of t´ander? Volg vanaf Holsloot gewoon track 34 naar TE.


zondag 7 mei 2017

Gereedschapje

Hein Tunnissen
Gereedschapje
De Jeanette in mijn auto is soms behoorlijk irritant. Ze zegt dan bijvoorbeeld dat de omtrekverlichting defect is. Sinds ik die heb vervangen door LEDjes met Canbus, zijn de rapen helemaal gaar. Het stroomverbruik is zo gering, dat de boordcomputer geen spanning signaleert en dus Jeanette opdracht geeft mij te verwittigen dat die omtrekverlichting defect is. Vooral op een wat langere rit is dat behoorlijk irri. Jeanette uitschakelen is geen optie want dat krijg je de ding-dong van de Amsterdamse metro en dat is nog veel erger. De LEDjes opgeven is ook geen optie, want die gloeilampjes van Philips hebben een levensduur van minder dan zes weken en het vervangen is een heidens karwei. Bumper eraf, halve front slopen, koplampunits uitbouwen, oppassen met koplamphoogteverstelling, oppassen voor hoogspanning Xenon en dan peertje vervangen. Toch gauw twee uur werk. De oplossing school in een kabeltje van 50 cm met fitting waarin zo’n rottig lampje past. Die draad schakelde ik parallel met de omtrekverlichting (stadsverlichting) en het lampje zette ik vervolgens vast op de accubak. Hoppa! Computer belazerd en Jeanette hield haar mond! Cool! Het vervangen van dat ene pielepeertje is een fluitje van een cent.
Zie hier de rampspoed van de moderne auto. Je kunt nergens bij en de computer trekt om de haverklap de verkeerde conclusie. Was vroeger het sleutelen aan auto’s vooral een kwestie van zwarte handen, vandaag de dag is het een kwestie van nadenken. Eigenlijk wel zo leuk. Zo heb ik een vriend die graag zwarte handen maakt nadat hij heeft nagedacht. Hij is dus keigoed. Neem het vervangen van de distributieriem. Op een bepaald moment is één zijde van de motor zo ver uit elkaar dat er alle reden is te veronderstellen dat het nooit meer goed komt. Belangrijk is daarbij de positie van de krukas, die alvorens verder te kunnen werken, in de positie van dat moment geblokkeerd moet worden. Mijn vriend HJ heeft daar een handig gereedschapje voor bedacht. Hoe belangrijk dat is? Zonder dat gereedschapje is de kans groot dat je de motor nooit meer aan de praat krijgt, alle computers ten spijt!
Met slotcars is het precies zo. Laatst had ik een bolide in de vingers en een bevriende medecoureur keek over mijn schouder aandachtig mee, onder het mompelen van sussende woorden als ‘brede belangstelling’, ‘nooit te oud om te leren’ en ‘spionage’. En dat het hem menens was, bleek wel uit het feit dat hij de bolide gewoon uit mijn handen trok en vergoelijkend tot mij sprak: ‘Hij draait wel wat zwaar, Hein!’ Even was er bij mij wat ergernis te bespeuren (“Kakel op, vent!”), maar toen ik de bolide zelf weer vast mocht houden, constateerde ik dat 007 helemaal gelijk had. De boel liep gewoon aan!
Sindsdien heb ik ook een handig gereedschapje in de racekist in de vorm van een set voelermaatjes die ik ooit voor een paar stuivers bij Ouke Baas in de Amsterdamse Van Ostadestraat kocht omdat ik zeker twee keer per week de ontsteking van mijn VW-Kever 1200 moest afstellen. De Ninco look-a-like schudde stationair lopend namelijk zo hevig, dat die mechanische tijdschakelaar steeds weer verliep. Met een voelermaat was het secondewerk; ik kon het bij wijze van spreken doen terwijl ik in de Rijnstraat voor het rode licht stond te wachten. Later werd er handige lijm uitgevonden, die om die reden dan ook secondelijm wordt genoemd.
Afijn, een set voelermaatjes uit een lang vervlogen tijdperk, is fantastisch goed bruikbaar om de achteras van je slotkarretjes af te stellen. Heel wat avonden hield ik mijn autootje vlak voor de TL-lamp in ons clublokaal om te zien of er nog een klein streepje licht tussen achterwiel en pignon viel te ontwaren, het teken dat het bandje niet aanloopt. Ik geef toe: een methode van lik-me-vestje, want daarna heb je zeker een half uur tranende ogen van het turen en gaan je maten weer bezorgd doen: Gaat het wel? Zal ik nog een kopje koffie inschenken? Een betere manier van afzeiken is nauwelijks denkbaar, geloof ik.
En gaat natuurlijk niet alleen om de scheiding pignon en achterband, maar evenzeer om de horizontale beweging van de achteras, omdat je banden en tandwielen niet dermate strak op moet sluiten dat daardoor de hele aandrijving zwaar gaat lopen. Tikje speling, maar ook niet te veel. Ach, wat een mooi stukje gereedschap is het toch. Nu nog iets verzinnen om snel de vier lagers van een metalen chassis strokend en haaks te krijgen. Want uiteindelijk gaat het om de exacte positie van de as hoewel zonder nokken. Toch HJ eens polsen.


zondag 30 april 2017

TiTaTovenaar

Hein Tunnissen
TiTaTovenaar
Toen ik echt nog de ballen verstand van slotcarracen had, dat wil zeggen van de techniek achter deze af en toe best aardige sport, kocht ik vlakbij de Duitse grens twee Carrera’s in de 24-uitvoering. Zoals gebruikelijk bij dit Autobahn-merk krijg je echt waar voor je geld want beide auto’s wegen een ton per stuk. Er zit van alles in, op en aan, waarvan je je af kunt vragen of dat belangrijk is. Evenwel, onze buren willen niet anders en die zien dan ook het liefste een slotcar als een volmaakte TiTaTovenaar-  verkleining van de werkelijkheid. Ik was niet verrast, want eerder kocht ik voor mijn Fleischmannbaan voor een paar stuivers twee F1-bolides (Williams en Red Bull - 1:32) van hetzelfde degelijke merk. Die bleken zelfs een schakelaartje te hebben voor achteruitrijden, pardon, de baan andersom nemen. De magneten in deze beide bolides waren zo krachtig dat je de auto moeilijk op de baan kon zetten: ze klikken gewoon al vanaf enige hoogte in het slot!
Na een uurtje sleutelen waren beide rollators er een stuk beter aan toe, maar het bleven lachwekkende vertoningen ten opzichte van de racers van Hornby. Enfin, leuk voor de kinderen. Mij was de ervaring meer waard. En bij de twee 24-ers kwam die goed van pas. Eerst alle elektronica van Siemens en Blaupunkt eruit gesloopt en daarna iets verzonnen om de motor zonder die techniek weer aan de praat te krijgen. Vervolgens de boel een beetje recht afgesteld en vooral veel overbodig interieur weggegooid. Inclusief het canvasrolletje met gereedschap voor het reservewiel. Daarna was er nog een heikel puntje, want de beide Bisons komen pas tot leven bij 18 Volt en onze club doet het met 12 (was ooit 14). Vol gas rijdend moeiteloos met staar te volgen natuurlijk, maar nauwelijks enig remmend vermogen. Na een paar avonden gesukkel, het knoopje doorgehakt. De Ferrari 575 GTC Giesse kreeg een Plafit-onderstel op banden van Scaleauto en de Aston Martin DBR9 Gulf een vergelijkbaar Scaleauto-chassis dat net voldoende opgerekt kon worden om de banden passend in de wielkasten te krijgen.
Met zoiets beland je in een volkomen nieuwe wereld. De cracks vertellen je onmiddellijk dat je nieuwe chassis helemaal krom is en dus helemaal opnieuw gemonteerd moet worden om alles precies recht en haaks op elkaar af te kunnen stellen. Hetgeen inderdaad waar is. Vanwege dit slordige feit ben je wel een paar clubavondjes verder voordat je body en onderstel kunt samenvoegen, er vanuit gaande dat je al eerder zo slim was irgendwo passende banden te bestellen, want als we het dan toch over een afgrijselijke ramp hebben, dan zijn het die banden wel. Je voelt je toch een beetje als Alonso die in zijn schuurtje naar het reservewiel van de caravan zoekt om die zondag nog een wedstrijdje te kunnen rijden. Eerlijk gezegd heb ik toen wel een paar keer een andere sport overwogen!
Nog erger dan de niet-verkrijgbaarheid van banden is de voorraad Moosgummi in Holland. Niet dus! Wij hebben ons suf gepiekerd over een goede vertaling, want die is van groot belang om überhaupt te kunnen informeren. Schuimrubber, maar dan anders. Open polyvinyl is het ook niet. Maar wat dan wel? Het is stevig, buigzaam, sterk en het laat zich uitstekend verlijmen zonder op te lossen. Zonder Moosgummi geen kap op het chassis. Een uiterst precies karweitje met twee componentenlijm dat, mits goed voorbereid, tot een geweldig huwelijk leidt. Omdat de open tijd van de lijm zeer beperkt is, heb je maar weinig tijd voor correcties. En er is maar één stand goed! Ik heb een paar keer droog geoefend om te weten hoe ik de beide delen het beste kon samenvoegen, zonder alles onder de lijm te smeren en de meeste kans te hebben op een goed resultaat. Belangrijk is dat de bodemplaat van het chassis precies gelijk valt met de onderkant van de body. Overal!
Gelijktijdig moet je met vier ogen de banden in de gaten houden, want die moeten precies op de juiste plek in de wielkasten komen zodat later de speling van het chassis in bochten niet tot afgrijselijke schuurpartijen leidt. Al dat opgehoopte slijpsel achter de banden ziet er misschien wel cool uit, maar is niks anders dan bewijs van gekluns. Ja, het klinkt hard, maar het is wel de waarheid. Uithuilen en opnieuw beginnen! Of een andere sport kiezen. Met die Aston ben ik nog niet klaar, maar die Ferrari loopt inmiddels werkelijk als een zonnetje. De verlichting brandt en de balans nadert zijn optimum. Dat maakt het dan toch wel weer erg mooi, dat verdomde slotcarracengedoe!



zondag 23 april 2017

Rammelaar

Hein Tunnissen
Rammelaar
Het blijft een aardig verhaal: Een man is zo wanhopig over een rammeltje in zijn auto dat hij zich in de kofferbak laat opsluiten, waarna hij zijn vrouw beveelt hem over alle slechte wegen te stuiteren die er rond hun huis maar te vinden zijn. Als hij het rammeltje bijna heeft gelokaliseerd, roept hij zijn vrouw toe te gaan slingeren. Dat zien een paar agenten die de vrouw prompt staande houden. De man, die dat natuurlijk niet kan zien, schreeuwt woedend dat ze door moet rijden. Enfin, het ritje eindigt op het bureau met een fikse boete. Moraal van het verhaal, mannen houden niet van rammeltjes (vrouwen misschien ook niet, maar die laten zich meestal om die reden niet opsluiten in de kofferbak) en alles in de auto moet muurvast zitten. Kwartslag voor dol!
Hoe anders is dat bij slotracers. Ik heb er zelf verschrikkelijk aan moeten wennen. Je draait de metrische schroeven van je karretje vast en vanaf dat punt weer minstens anderhalve slag los. Want de kap bijvoorbeeld moet kunnen bewegen ten opzichte van het chassis. Lees: Flink rammelen! Zo ook de motorsteun. Die moet ook al los-vast aan het chassis worden gemonteerd zodat ook tussen deze twee onderdelen de rammel gegarandeerd is. Soms zie je dus iets merkwaardigs. De coureur pakt zijn autootje op en dan lijkt het net op het chassis met de wielen nog even blijft staan. Zoveel speling dus!
Nu kun je die schroeven met een normale schroevendraaier, recht of Philips, vastzetten maar je kunt er natuurlijk ook een momentsleutel voor gebruiken. Die zijn er al voor de grubs. In eerste instantie dacht ik dat de zotheid nu helemaal toegeslagen had, maar bij nader inzien adviseer ik iedere slotcarracer om zo’n krachtinstelbare grubmoordenaar te kopen, want als er één schroefje is dat zich heidens kan aanstellen, dan is het die grub wel. Wat een klere dingen! En ieder merk natuurlijk weer zijn eigen maat, zodat je gedwongen bent het hele alfabet te kopen in zowel inch als metrische uitvoering. Nu ik erover nadenk, dit is inderdaad wel de meest zwarte kant van het slotracen, die rottige grubschroefjes! Vreselijk!
Hoe het ook zij, de rammelarij van de slotcar heeft wel een functie. Nu berijd ik meteen mijn stokpaardje: het rammelvrij maken van de grootste rammelbak ooit: de Ninco-slotcar!  Omdat de echte techniek van het slotcarracen, namelijk een chassis met een apart los te nemen subchassis voor de aandrijving (motormount, motor en tandwielconstructie) nog nauwelijks is doorgedrongen tot deze fabrikant van veel te duur kinderspeelgoed, moeten we zelf aan de slag om er nog wat van te maken. Juist omdat de hele zooi onder de body één geheel vormt, kan een Ninco dus nooit mee komen met de echte auto’s. Stuitert als een bronstige eland van de baan.  Daarom is het des te leuker die kleine monstertjes onder handen te nemen. Het lijkt wel een contradictio in terminis, want je moet dus enerzijds de Ninco-rammel wegnemen en anderzijds de boel zo los op elkaar stapelen dat het ten opzichte van elkaar flink kan bewegen zonder dat er sprake is van gerammel!
Het meest eenvoudige is de kap losschroeven en de rest weggooien. Nu kunt u met de kap in de hand naar Putten afreizen om daar een leuk chassis van NSR of Slot.It te scoren en de daarbij behorende motormount. Beide merken hebben zo hun eigen opvattingen over vering en ik kan zeggen dat ze allebei uitstekend werken met wel de aantekening dat die drie veertjes van NSR wel van platina moeten zijn als we de prijs in ogenschouw nemen. Bij Slot.It ben je voor iets meer dan vier euro het heertje. Thuisgekomen verzint u een list om chassis en kap los-vast te verbinden. Dat zal nog niet meevallen, maar een beetje doorzetter krijgt het voor elkaar. Wees overigens wel kritisch en laat je door Klaas niet zomaar een setje tandwielen aansmeren volgens de opvatting ‘Alles is beter dan Ninco!’. Maak een doelbewuste keuze!

Als de bolide dan gereed is, komt de proef op de som. Alles beweegt, maar rammelt niet. Zet voordat u de baan op gaat de bouten en moeren vast met een momentgrubsteeksleutel zodat de spanning rondom precies gelijk is. Een chassis trek je sneller krom dan je denkt. Slijp vervolgens de banden zuiver rond en schuur de hoek tussen het loopvlak en de buitenste wangen ietsje af. Stel de spiegels af, zet de ruitenwisser recht naar achter en fluiten maar. Een nieuw leven voor uw oude rammelaar. Mooi toch?

zondag 16 april 2017

Advies

Hein Tunnissen

Advies                

Eén van de lastigste dingen bij het slotracen is de kwestie van het hoofd koel houden. Lastig omdat je bij tegenslag geneigd bent als een bezetene te gaan racen, waardoor het alleen maar slechter gaat. Ik had dat tijdens een wedstrijd Group C. Had ik uiteindelijk na veel moeite qua maat de juiste banden onder de bolide, schuift dat ding alsof ik over een ijsbaan reed. En niet alleen dat! De-slotten anywhere! Eerst was ik verbaasd, later kwaad, onthutst, verbeten, en uiteindelijk zelfs wel een tikje boos op die rot kar! Pleurt toch op!

Van mijn vrienden kreeg ik allerlei goede adviezen die natuurlijk nergens opsloegen, maar ja, mannen zijn onderling niet zo heel erg goed in het uiten van gevoelens, laat staan troosten. God bewaar me, zeg! Toch kwam de oplossing uit die hoek. Marcus Aurelius die met enige verbazing mijn gekluns bezag, zei: ‘Geef es hier dat ding!’ En warempel, het ding ging als een speer! Tot overmaat van ramp wilde Johnny Be Good zich ook nog even bewijzen en ook hij reed als de duivel met mijn halsstarrige voertuig. Het troosten bestond dus vooral uit het tot in den treure herhalen dat die auto zó fantastisch reed. Wat een super auto is die Slot.It Toyota 88C toch!

Dankzij het gesar van beide mannen kreeg ik een brainwave die werd aangeslingerd door de heer Good die zich verstoutte mij te adviseren eens een andere controller te nemen. Knip! Nu moet de lezer weten dat de heer Good op een bepaald moment precies zo’n zelfde controller bezat, maar dat hij er helemaal gestoord van werd omdat bij hem de knopjes steeds in een andere positie gingen staan. Ook tijdens het racen. Hopeloos ding dus. Niet dat hij er zelf aan zat te draaien; het was meer een onzichtbaar kaboutertje dat hem steeds zat te plagen. Hup, stonden die knopjes weer helemaal verkeerd!

Nu ben ik niet van het bijgeloof, trollen en kabouters en nog minder geloof ik dat Telemetry iets te maken heeft met de telepathie waarmee tegenstanders op afstand jouw controller zeggen te kunnen ontregelen. Bullshit! Maar ik dacht wel: John, je hebt gelijk, ik moet eens helemaal terug naar af en de zaak opnieuw opbouwen.

Daarom regelde ik onze clubbaan voor mij alleen. Gewoon om te testen. Terug naar af, een soort reset voor de controller en voor mijzelf. Nu heb ik al heel wat dingen in mijn leven gedaan die goed voor mij uitpakten, maar dit was er ook eentje. Ik draaide alles op nul en draaide de middelste knop zó, dat de Mosler begon te rijden op het moment dat ik de trigger ook maar een fractie indrukte. Ik noteerde: 3. Vervolgens reed ik een rondje. Het was de hel, maar ik wist nu waar ik moest wezen, namelijk bij de knop Power Trim (anti-spin) ofwel de agressie-regelaar. Op basis van wat ik gelezen had en ook een beetje leunend op mijn ervaring draaide ik die knop een flink eind rechtsom. Eigenlijk had ik de oplossing meteen te pakken.

Wat was de truc? Door de bochten lineair aan te remmen, ging ik daar weliswaar vlotjes doorheen, maar moest ik na de bochten als een randdebiel accelereren om weer op wedstrijdsnelheid te komen. Typisch een fout dingetje dat allengs was ontstaan door dat wedstrijdjes rijden. Door de trigger snel tot honderd procent in te trekken, springt de wagen subiet uit het slot.

Omdat het allemaal zo vlug gaat is het lastig te zien, maar mijn conclusie was dat het probleem niet in de bocht, maar juist daarna lag. Door de Power Trim in te stellen op 8 (0 - 10) en de Min Speed op 5 procent (0 - 50), de Brake op 18 Sweep (max 25) en de Curve op 5 (1 - 10) op een met dipswitches vast ingesteld percentage van 35, was mijn hoofdpijn helemaal opgelost.

Degenen onder u die nog rijden met zo’n rood of groen duimdrukkertje van Fleischmann of met zo’n grappig pistooltje van Scalextric, begrijpen hier natuurlijk helemaal niks van, maar zij kunnen op basis van dit verhaaltje wel de conclusie trekken dat er in de slotracewereld véél veranderd is.


Go backwards, to go forward en dat bleek ook hier verstandig. Niet verstandig is om bij het eerste scheutje tegenwind naar een andere techniek te zoeken. Ga eerst bij jezelf te rade! Dus kennelijk bouwde ik in de loop der tijd een houding op in de trant van ‘dat regel ik wel even bij’. Zonder in de gaten te hebben dat ik de weg al lang helemaal kwijt was. Bedankt John, voor je waardeloze advies!

zaterdag 8 april 2017

Gezellie!

Hein Tunnissen
Gezellie!

Alweer enige tijd geleden reden Marcus Aurelius en ik samen naar Best om daar eens op ons gemak naar de prestaties van SRC Eindhoven te kijken. Ik was zo attent geweest een extra kan koffie in een thermosfles over te hevelen, zodat Marcus na Zwolle, meteen nadat wij de scherpe afslag naar de A50 als een goed uitgebalanceerde slotcar hadden genomen, de koffie kon serveren in twee Hellendoorn-warmhoudbekers die gebroederlijk naast elkaar in hun klemmetjes boven het uitklaptafeltje stonden. Frans comfort, merkte Marcus terecht op. Aan mij de eer geen botsing te veroorzaken, want dan zou de airbag de koffie tot ver achter in de auto slingeren. Melk? Nee, alleen suiker!

Omdat wij een flinke stoot geheime plannen ter verbetering van onze slotcarraceclub koesteren, hadden wij geen gebrek aan gespreksstof. Zo memoreerden wij de ooit gedane uitspraak van Klaas Bos die was gebaseerd op de ervaring dat de club uiteenvalt als de 24-ers binnenkomen. “Reken op ruzie!”, kort samengevat. Om dit nu te voorkomen hebben wij in het geheim besloten dat er minstens één baan bij moet komen waarop de analoge olifanten met elkaar de strijd aan kunnen binden. Dat het Marcus menens is, bleek wel uit het feit dat hij de maten daarvoor uit het hoofd kent en dat hij - op uitnodiging daar - in Duitsland de afstand tussen de tracks opmat. Hé, die bleek in Nederland toch wel wat groter te zijn!

Veel meer kan ik er niet over zeggen, maar wel nog dat wij minstens zoveel waarde hechten aan de hele soesa om het slotcarracen heen, als om dat vaak bejubelde wedstrijdelement. Is leuk, maar het is slechts een facet. Terwijl wij zo rustig voort zoefden, waren onze jongens in Delfzijl ook in de Jap gekropen om richting Veendam te toeren. Zij hadden ‘s middags wél een wedstrijd te gaan, waarvan Alphons later verslag deed op zijn blog. Grappig: Zij reden met zessen op een tweesporenbaan, terwijl wij met zijn tweeën op weg waren naar een zessporenbaan.

Te Best was het een gezellige drukte. Echt wel! Nauwelijks binnen of ik stond al vrolijk te kletsen met een Italiaan die de avond tevoren te zien was geweest in Hart van Nederland, waarbij er meewarig medelijden was met zijn polsbrace ten gevolge van het oefenen. Trainen, sukkels! Hij lachte zich de staarten, had hij die journalist even mooi bij de neus! Welnee, joh, niks aan de hand!

De sfeer zat er goed in. Het ontging de mannen van SRC Eindhoven, Paul van den Hurk voorop, wel een beetje want die waren vooral helemaal aan het eind van hun Latijn. Zo kreeg ik te horen - de wedstrijd was al in volle gang - dat zaterdagavond plotsklaps een trafo met een capaciteit van 14 A was doorgebrand en dus totaal onverwacht overleden! Heremetijd! Goede raad was duur en daarom sprong Tamar in de auto om even op en neer naar Amsterdam te kachelen voor een reserve stroomvoorziening. Diep in de nacht, de buitenlandse gasten lagen heerlijk onwetend op één oor te ronken, was het gefikst. Niets kon een mooie wedstrijddag nog ontregelen. Ik noteerde ijverig: Reservetrafo kopen, minstens 20 A.

Nu weet ik natuurlijk niet of u behalve slotcarracer ook voetballiefhebber bent (onwaarschijnlijk is dat wel), maar de hele sfeer was volkomen anders dan in en rond het stadion. Met de verliezers werd net zo hard meegeleefd als met de mogelijke winnaars. Hoewel, we hadden nog vijf uur te gaan en dan moet je wel voorzichtig zijn met victorie kraaien. Wat wij bijvoorbeeld mooi vonden was een start achter de safetycar, waarbij de coureurs de afstand tot hun voorligger goed in de gaten moesten houden. En dat viel om de drommel niet mee. Later was er even sprake van een gevaarlijke toestand (Collision Under investigation) en toen kwam die safetycar virtueel even terug. De spanning werd een stuk verlaagd, zodat iedereen gezellig voort bleef hobbelen in afwachting van hervatting van de race. Toch wel heel wat anders dan de Duitse Chaos-knop waarmee de wedstrijd om iedere klipklapper wordt stilgelegd en dader en slachtoffer (!) beide meters worden teruggezet. Nee, dan daaro in Eindhoven. Ook de coureurs wisselden staande de vergadering, de auto kwam alleen tot stilstand om eventuele schade te herstellen. En dat is dan weer kei leuk! Je bent namelijk verplicht om te rijden met alle uitsteeksels die op de bolide horen te zitten. Spoiler kwijt? Naar de pitstraat voor een nieuwe! Voor het eerst heb ik ervaren dat de droogtijd van secondelijm gewoon uren duurt! Wat een rare sensatie. Maar wel gezellie!