zondag 3 september 2017

Krant

Hein Tunnissen
Krant
Wij, de vrienden van Amazingslotcarracing te TE, hadden enige tijd geleden een erg leuk en informatief stuk (‘artikel’) in het Dagblad van het Noorden, meestal aangeduid met DvhN. Wij waren er bijzonder tevreden over, ook al omdat de fotograaf bijzonder goed zijn best had gedaan en een paar prachtige platen had gemaakt van de buiken van de mannen achter de racetafel met een controller in de knuist alsof het een wijwaterkwast betrof, benevens een qua toonzetting goed uitgebalanceerd verhaal waarin werd gepoogd uit te leggen dat deze sport inderdaad een sport is, helemaal niet kinderachtig en op ons niveau om den drommel niet eenvoudig.
Zo zien wij dat namelijk zelf ook! Tot weken later werden wij te pas en te onpas op straten en pleinen aangesproken, waarbij de jasjetrekker of schouderklopper aan dat verhaal refereerde. Waarbij wij meestal moesten constateren dat men, helaas, nauwelijks een letter gelezen had, maar vooral naar onze kekke Ferrari’s had gekeken die op de foto’s waren afgebeeld. Nu is het inderdaad wel zo dat een krantenfotograaf al snel de neiging heeft om de camera met het onderwerp-in-beweging mee te trekken, zodat het object (wielrenner, raceauto, dressuurpaard etc.) scherp wordt afgebeeld, tegen een wat wazige achtergrond. Precies andersom dan de mens normaal gesproken ervaart, maar dat is nu eenmaal de krantenaanpak.
Het gevolg was onbedoeld, dat niemand zag dat het weiland op de achtergrond in werkelijkheid gewoon een stuk groen goedkoop karpet van Kwantumhallen is, dat daar vooral ligt om alle rommel onder de racetafel te verhullen. Exact, zoals decor in het theater dat doet. Nee, dat wij door deze publicatie nog lang geen BN’ers waren, werd ons steeds meer duidelijk. Maar veel erger is dat die luitjes daar in Eindhoven (Lees: Best) keer op keer kans zien om volle zalen te trekken en de kolommen van de courant te halen. Ditmaal het Eindhovens Dagblad, in de volksmond ED. Nu is dit een krant van zeer geringe importantie met nauwelijks meer dan 100 betalende lezers, maar toch wederom een verhaal, photo’s daarbij, vermelding op de website en Facebook met al die overdreven likes. Paul voor en Paul na! Wat een stelletje hielenlikkers!
Meer nuchter beschouwd moeten wij constateren dat het met zo’n prachtige ruimte en twee magnifieke banen natuurlijk helemaal niet zo’n kunst is om een beetje PR te bedrijven zodat je in die krant komt. Dat verhaal van PSV kennen die Eindhovenaren onderhand wel: huilen met de pet op. En wat nog veel erger is: ze kunnen niet tegen hun verlies. Dat raakt meteen aan de kern van het verhaal over de testdag in Best: beheersing, beheersing en nog eens beheersing! Ik ga hier verder niet uitleggen wat daarmee wordt bedoeld, maar de winnaars onder ons begrijpen dit wel.
Zo hadden wij laatst een race waarbij het ons ons zo godsgruwelijk tegenzat, dat wij elkaar al met Mclaren begonnen aan te spreken. Vlak voor de race demonstreerde ik een leuke gadget op mijn controller met een auto, die -let wel- tot dat moment meer dan fantastisch reed. De truc is dat je de trigger vol intrekt, nadat je de remknop hebt ingedrukt. Op het moment dat de lampen uitgaan, laat je die knop los en de auto raast naar voren. Kijk maar, riep ik nog vol bravoure!
Bengs! Vol in de muur, hele schoen krom, as krom, voortrein ontzet en de motor uit zijn veren geslingerd. Niet echt de conditie om een endurance te beginnen. Tenzij je een ramp wilt zien.
Later mochten wij de reserveauto inzetten (van de vrouw een onzer, weinig kilometers dus) en omdat wij op dat moment al meer dan 36 rondes achter lagen, besloten wij tot de harde aanval, namelijk het uit de baan rijden van de tegenstander, door in de bocht er even de schouder tegenaan te zetten. De tegenstander gaf geen krimp en wist zich moeiteloos te beheersen. Iedere bocht bleef hij even een stukje achter ons rijden, om ons meteen daarna soepel te passeren. Over beheersing gesproken! Nee, hard rijden met een slotcar is geen kunst, maar beheerst rijden, daar gaat het om. Maar zoiets lezen die analfabeten natuurlijk toch niet in het DvhN.
Enige dagen na de Beste Testdag was ik op bezoek bij een slotcarracer in ruste. Waar ik het aan te danken had weet ik niet, maar ik mocht mee het Walhalla in en wat daar niet allemaal stond! Niet te kort! Ik vind persoonlijk dat die inktkoelies van De Limburger daar weleens een verhaaltje over mogen schrijven. Want je moet niet alleen weten wanneer je je moet beheersen, je moet vooral ook goed weten wanneer je moet stoppen. Met of zonder remknop.



    

zondag 27 augustus 2017

Rijrichting

Hein Tunnissen
Rijrichting
Zij die een gloeilamp (huh?) in een fitting kunnen schroeven of een ledlamp vast kunnen klikken, kunnen meestal ook wel uit het hoofd een hotelschakeling tekenen. Zo’n rare grap waar niemand bij stilstaat: de lamp die je boven aan de trap hebt aangemaakt, beneden in de gang uitmaken. En dat oneindig vaak, in willekeurige volgorde. Elektra blijft dus boeiend, maar is soms ook verrekte lastig. Denkend aan die hotelschakeling geef ik u de volgende sudoku:
‘Hoe kan een auto op een analoog circuit een wissel passeren? Kan hij dan alleen maar rechtdoor rijden, waarbij de wissel wordt genegeerd of moet hij na de wissel verder rijden op een andere track en hoe weet de controller dat dan?’
Het is een lastige kwestie omdat de fabrikant onder de wissel allerlei dunne draadjes heeft aangebracht die de stroom van de ene track naar de andere moeten brengen of waarmee zogenaamde deadspots worden omzeild.  Ninco-wissels bijvoorbeeld zitten vol met deadspots, om gek van te worden. Hoe dan ook, het is een lastige kwestie omdat je vroeger helemaal niet over dit soort kwesties hoefde na te denken. De stroom op track één, was na een rondje rijden nog steeds de stroom op track één, en bij een viersporenbaan had je dit dus vier keer naast elkaar. Alles strikt gescheiden, alles keurig overzichtelijk. Bij een wedstrijdje rijd je dan twee of vier heats, waarbij je je controller per heat in de juiste aansluiting klikt. Simple comme bonjour!
Wij te TE doen niet anders, waarbij iedereen mooi op een rijtje staat in de dezelfde volgorde als de stopcontactjes. Ordelijke mannen, dociele sukkels! Maar haal je het nu in je botte harses om op diezelfde baan digitaal te gaan racen, dan wordt het een heel ander verhaal. Je hebt dan namelijk te maken met òf Ninco, òf Scalectrix Digitaal òf Carrera òf Slot.It, of een combinatie hiervan.
Iedereen die ooit in Italië is geweest, weet dat je de stekker van je scheerapparaat niet zomaar uit het stopcontact moet trekken, maar dat je met de andere droge (!) hand dit inbouwstopcontact pal naast het wasbekken moet tegenhouden. Er zijn namelijk twee mogelijkheden: of je trekt een stuk muur met dat stopcontact de badkamer in, of je trekt dat hele stopcontact inclusief twee meter bedrading rechtstreeks los van de meterkast zes verdiepingen lager. In het laatste geval is kortstondige elektrocutie waarschijnlijk; in het eerste geval houd je er op zijn minst een gekneusde voet aan over vanwege die klont steen die meekomt. In Spanje kan iemand exact hetzelfde overkomen, met dat verschil dat er geen spanning op het stopcontact staat. Gewoon niet aangesloten. In principe is dat dus wel veiliger.
Slot.It Italië en Ninco Spanje. Die twee verbinden is natuurlijk de goden verzoeken. Ooit las ik op een slotcar-website de vragen van belangstellenden en ik moest op een bepaald moment zo verschrikkelijk hard lachen dat mijn vrouw mij korzelig vroeg of ik me niet zo verschrikkelijk wilde aanstellen. Zij wist niet waarover het ging, maar toen ik het haar had uitgelegd (zo goed en zo kwaad als dat ging), moest zij zelf ook zó hard lachen, dat de buren er beslist iets van gedacht moeten hebben. Onze bed sprong namelijk gewoon op vier poten door de slaapkamer!
Enfin. De vraag was: “Ik heb mijn slotracebaan aangesloten op de transformator (rood) door de pennetjes in de gaatjes bij het startstukdeel te duwen. Het regelaartje heb ik met het driepolige stekkertje in de aansluiting daarnaast geduwd. Nu rijdt de auto achteruit! HOE KAN DAT?” Ik heb die beste man meteen een mailtje gestuurd dat hij de pennetjes van de transformator moest omdraaien. Ten overvloede schreef ik nog: ‘Plus en min, hè?’ Maar dat bleek hij wel goed te hebben gedaan.
De vraag van vandaag: Wat is er dan wel fout gegaan bij deze slotcarracer? Het antwoord zal ik zelf maar geven, want dit verzint u niet. De auto stond verkeerd om! Stomtoevallig boven op de witte pijl op de baan die aangeeft wat de rijrichting is. Op die website stonden nog tal van andere grappige vragen en opmerkingen die mijn vrouw en ik samen hebben liggen lezen, wat wel een beetje jammer was want we hadden eigenlijk hele andere plannen. Maar daar is niets meer van gekomen.

Wat ik wil zeggen is dit: niet iedereen heeft verstand van elektriciteit en velen beginnen al misselijk te worden als het issue ‘gelijkstroom of wisselstroom’ te berde wordt gebracht. Laat staan het ontwerp van een hotelschakeling voor een woonkamer met vier deuren en evenzoveel schakelaars. Met die mensen zal ik het dan ook niet hebben over mijn vermetele poging om Ninco-wissels in een Fleischmannbaan in te bouwen op basis van aanwijzingen van Slot.It. Na zes dagen onder mijn tafel met draadjes te hebben zitten prutsen kan ik nu alléén en waarschijnlijk voor eeuwig alléén, met één regelaar op alle vier de tracks rijden, zowel linksom als rechtsom. In Rome wordt dit wonder met aandacht bestudeerd! 

zondag 20 augustus 2017

Muzak

Hein Tunnissen
Muzak
Ieder mens heeft weleens last van een zoemend oor. Een flinke klap op dat oor of pijnlijk diep wroeten met een wattenstaafje geeft vaak de gewenste opluchting. Dat zoemen of suizen treedt bij mij vaak op als ik te TE aan de racetafel sta. Ineens, zonder enige waarschuwing vooraf, begint het suizebollen. Gek genoeg meestal in één oor en dan ook nog het rechter. Op een nacht, toen ik naar huis reed na weer een bijzonder gezellige avond, nam ik mij voor om een week later het probleem te analyseren. Want gek genoeg heb ik er thuis nooit last van en ergens anders eigenlijk ook niet. Het is dus niet echt een leeftijd-dingetje.
In mijn smartphone noteerde ik suizebollen, want dat is wel een leeftijdgebonden manco: na een week nog weten dat je iets moet doen, maar absoluut niet wat! Mijn vrouw heeft er verschrikkelijk veel last van en kennelijk is het besmettelijk, want ik begin het ook te bespeuren. Enfin, die vrijdag, twiedeletwiet in mijn broekzak en dat was het alarm ‘suizebollen’! Grappig genoeg was het fenomeen al begonnen. Ik startte maar eens met de vraag ‘Waarom alleen rechts?’ De gaskachel kon het niet zijn want die ruischt vooral in het linkeroor. Daarbij heeft Marcus Aurelius besloten die kachel uit te schakelen sinds Kamp voor Sein Kampf naar Grunn afreisde. Een helpende hand en dus nobele daad, zo kunnen we wel stellen.
Maar wat was er dan rechts? Door intensief te luisteren meende ik eerst dat het de ACD-regelaar van Alphons was, maar die reutelde eigenlijk meer dan het ruisen waar het mij om te doen was. Ik (draadloze Slot.It) deed een flinke stap opzij en hoorde Muzak! Ik weet niet of u dit verschijnsel kent, maar Muzak is iets verschrikkelijks. Althans, in de vorm die wij thans nu kennen. Het is negeer-muziek, het is muziek die je voortdurend doet afvragen ‘Hoor ik nou wat?’, het is muziek waarvan je eigenlijk niet weet waar je ‘m hoort. Zoals kauwgom zonder smaak of het vlees van plofkippen zonder een dikke fledder saus. Iedere vorm van dynamiek is weggecomponeerd en het neuzelt dus maar door.
Marcus Aurelius heeft ooit een soort van Action-audioinstallatie gekocht waarbij de kwaliteit vooral schuilt in de vormgeving van de boxjes en het front van het eigenlijke apparaat waarop die dingen moeten worden aangesloten. Met een wat blauwig gekleurd display. Nu is dat beslist een verstandige aankoop geweest want dat ding doet het al zo lang als ik daar over de vloer kom, maar hij heeft ‘m ooit afgestemd op een of andere non-descripte zender met muzak die je nergens anders kunt ontvangen. Toen ik dat eenmaal had begrepen, was het geruisch meteen over. Godzijdank! Eerlijk gezegd was er nadien niet de gelegenheid om er verder op in te gaan, maar hij heeft mij later nog weleens verteld in welke uithoek van Westerwolde deze Quasimodo Radio Luxemburg van het Grunninger platteland is gevestigd.
Persoonlijk word ik er helemaal gestoord van. Ik ben meer als de Stig die bij zo’n slordige 285 kmh ontspannen naar Symphonie nr 3 van Brahms of naar de wat minder populaire werken van Vivaldi luistert. Of ik zou kiezen voor een stevige rockopera of voor lekkere Boogie Woogie, gespeeld door het Rob Hoeke Boogie Woogie Quartet. Mijn auto bijvoorbeeld heb ik dan ook vooral uitgekozen vanwege het af fabriek ingebouwde Cabasse Auditorium (made by Bose). Good Lord, wat een sound! Hoe dan ook: met muziek rijd je beter, met muzak word je seniel met oorsuizingen.
Om te voorkomen dat mijn kompanen straks aan de door mij gebouwde Fleischmann 4-sporenracebaan ook last van hun oren krijgen, heb ik onverwijld op de computer het programma Spotify geïnstalleerd. Het geluid naar keuze van deze ultramoderne Jukebox wordt weergegeven via een dikke Quad Amplifier die het geluid naar bijpassende boxen stuurt. Wat heb ik gedaan? In de rommelbox met losse Fleischmannbaanbrokstukken vond ik nog wat kombochten. Door er vier aan elkaar te klikken krijg je al bijna een speaker! Is dat niet grappig? Het gat binnenin heb ik opgevuld met een ronde schijf van 20mm watervast multiplex waarin Model 8 van Bose past. Dat is de befaamde plafondspeaker van dit merk. Vooral bedoeld om in winkelcentra royaal en zonder enige terughoudendheid muzak over de hoofden uit te strooien. Bij mij dus niet! Dat wordt eerder Carrerarock van Kraftwerk met ‘Fahren, fahren, fahren auf der Autobahn’.




zondag 13 augustus 2017

Massa

Hein Tunnissen
Massa
Af en toe kijk ik nog weleens op de website van Fleischmann Paradijs. Meestal wip ik dan ook even aan bij Fleischmann-Zutphen. Gewoon effe koekeloeren. Beide webshops hebben nog steeds heel veel materiaal en onderdelen van het roemruchte merk, dat nu alleen nog bestaat dankzij de elektrische trein. Ik blader door de verschillende webpagina’s met de nodige scepsis: ‘Wie wil dit nog?’
Maar als je dan de reacties leest van die tevreden klanten, dan krijg je toch het gevoel dat slotracen nog niet helemaal morsdood is. Van de andere kant is ook wel duidelijk dat de verkoop geen topinkomen oplevert, hoewel de prijzen soms best wel pittig zijn. Beide websites richten zich op de massa, de tapijtracer, maar is dat niet de hond in de pot? Mij doet het vooral denken aan Post.NL dat - met dank aan email en Messenger - gestaag op de afgrond afstevent en daarom de prijzen van de postzegels verhóógt.  Zelf zou ik dan meer de neiging hebben die prijzen juist te verlagen, zodat de consument eerder redeneert ‘Ach kom, laat ik nog eens een verjaardagskaartje sturen!’ in plaats van die valse Facebook-groet ‘Proficiat!’ of het synoniem ‘Gefeliciflapstaart!’
Op Marktplaats verschuilen zich een paar mannen die het economische verhaal een stuk beter begrepen hebben. Rob, Ralf, Sytze en Martin vragen hele redelijke prijzen voor hun racebaanartikelen waaruit je kunt afleiden dat zij ook wel begrijpen dat het geen booming business is. Of wordt. Neem nu Martin! Die bood onlangs de lange bochten (3112) van Fleischmann aan voor zeven vijftig pro stück! Je wilt niet weten hoeveel de grote jongens daarvoor vragen! Dat gaat in de richting van verdubbeling. De verdediging luidt dat het een zeldzaam baandeel betreft. Ach ja, al die duizenden jonge kinderen die een vier- of zesspoorsbaan onder de eettafel willen uitleggen moeten natuurlijk allemaal die 3112 hebben, want die zat nooit in de dozen! Flauwekul natuurlijk! De waarheid is dat de markt vrijwel is opgedroogd. Voor degenen die zonodig een wat grotere baan willen aanleggen: er zijn er nog zat!
Ik weet dat omdat ik sinds enige weken het tapijtracecircuit volledig ben ontstegen. Had ik eerst een tweespoorsbaan van Fleischmann onder het dakbeschot van bescheiden afmetingen (rechte eind 10 meter), sinds kort beschik ik over de grootste particuliere slotracebaan van Nederland. Niet mijn woorden, maar een uitspraak van een gast die zowat steil achteroversloeg bij het zien van die baan. Het is een kopie van De Bunker in Drachten (Fleischmann) en ik heb er de fouten uitgehaald, maar dat beweer ik dan weer zelf. Het aardige van het verhaal is dat het mijn tweede baan is en dankzij mijn eerste geknutsel is de tweede procenten beter. Kan dat dan? Ja! Natuurlijk is ieder baandeel gelijk en eigenlijk ook even oud, waar je het ook koopt. Maar de ondergrond en de manier van op elkaar aansluiten, maken het verschil. Neem nu het rechte eind van Drachten. Dankzij die enorme hoeveelheid delen 3100 kost het geen enkele moeite om er een bocht in te leggen. Of omdat stuk racebaan als een ruggengraat te laten slingeren, terwijl het toch de bedoeling is dat juist dit deel van die racebaan snaarstrak is. En het aardige is dat je dat hóórt! Sinds een paar jaar luister ik dan ook vooral naar banen. Zo hoorde ik, maar niet van horen zeggen, dat de baan van SRC Eindhoven één van de betere Nincobanen is. Het geheim wil ik wel verklappen: er moet massa zijn om de vibraties op te vangen. Hoe meer massa, hoe minder trillingen, hoe beter de baan.
Terwijl ik nog aan het bouwen was, sprak één van mijn oplettende FB-toeschouwers bewonderend: “Veel lijm!” En inderdaad onder de racetafel lagen overal witte druppels weggelekte houtlijm. Tientallen. Die steek ik straks wel weg, geen zorg daarover! Het punt is dus dat mijn slotracebaan vol en vet is gelijmd en daardoor een enorme massa heeft. Houten scheepsschragen met daarop 12 mm spaanplaat, waar dan weer 10 mm gipsvezelplaat op ligt. Het geheel staat op een vloer van B52-beton. Niks beweegt! En daarom beweegt het autootje zo mooi!  

zondag 6 augustus 2017

Held

Hein Tunnissen
Held
Voor mij ligt een klein boekje, de catalogus van de firma Slot.It. Het boekje telt 75 pagina’s en heeft een handzaam formaat. Daarmee ben ik wel positief genoeg geweest over dit Italiaanse bijbeltje dat veel slotcarracers in hun racekist koesteren. Wat meteen opvalt is dat Nederland geen distributor heeft. Kennelijk zijn wij afhankelijk van een buurland, zeer waarschijnlijk Duitsland, hoewel het boekje in het Engels is geschreven. Nu kun je zeggen: ‘Wat doet dat er nou toe?’, maar een beetje vreemd is het wel. Nog vreemder is dat op negentig procent van de producten geen fatsoenlijke code staat waaraan je het product kunt herkennen als het al een half jaar in je kist heeft gelegen. Welke SCP-cartridge (€65) is dit in godsnaam?
Laatst had ik zo’n kwestie. Een slotcar viel enorm tegen en ik besloot dat er een kleinere motor in moest. Gelukkig had ik nog een NSR (staat er op), type Shark (staat er op) van 22,5k (staat er warempel ook al op!). Dat is handig! Bij de firma Slot.It is dat niet zo. Ze rusten alle motoren uit met een oranje of een rode dop en succes ermee! Ik heb al eens geprobeerd om het aantal omwentelingen per minuut (onbelast, 12 volt) te tellen, maar dat mislukte.
Gelukkig is het in het duurdere segment een stukje beter gesteld. De Flat-6 kun je krijgen in een gele, oranje of zwarte jas met tekst! Hoera! Ook de Boxer heeft zo’n bestickering. Wat dan wel weer een puntje is: de beschrijving of de toelichting faalt volledig en daarmee wordt duidelijk waarom het zo’n klein handzaam boekje is: nul tekst. Ik bedoel er moet een reden zijn waarom je een gesloten can koopt, eentje met twee gaten of juist met een langgerekte koelsleuf, de GT Racing. Nu hoopt Slot.It natuurlijk dat ik, door twijfel overmand, alle Flat 6-uitvoeringen die voor handen zijn koop en dan proefondervindelijk ga vaststellen welk motortje het beste voldoet. Dat het een achterlijk duur merk is, wist ik al, maar dit gaat mijn vrouw toch echt te ver. “Dit zijn honderd procent China-producten!”, roept zij, “een centenkwestie!”
Sinds wij echter wedstrijden rijden die wat langer duren, weten wij ook dat de motoren dan wat korter leven. Kennelijk is die koeling een puntje om rekening mee te houden. En wat staat er dan in die beschrijving? Flat-6RS 25K 25.000 rpm 240g*cm @12V – different opening case. Ja, dat zie ik ook wel. En ik begrijp ook dat er een verband is tussen 25k en 25.000 rpm. Bij sommige motoren staat ook nog ‘No Pinion’, maar het grappige is dat niet één van die Boxers of Flats een pinion heeft! Daarbij: ik ben niet blind! Ook zo grappig om te weten is dat de oranje Flat-6 S in gesloten uitvoering kennelijk de winnaar (mijn conclusie, iets anders kan ik niet verzinnen) heeft opgeleverd: European Group C Championship 2013-2014 Motor. Of iedereen heeft toen verplicht met zo’n motortje gereden, dan kan natuurlijk ook nog het geval zijn. Ik vraag me dan meteen af: Waarom die? En niet de andere, precies dezelfde met langgerekte koelsleuf, waar ter aanbeveling dan wel weer bij staat: No Pinion. Dit model vermeldt “Double Side – open en closed”. Prima, maar waarom is dat? Moet de gesloten zijde naar de baan gekeerd zijn, of juist onder het kapje liggen zodat de hete luchten gemakkelijker kunnen opstijgen? Of is dat juist onverstandig vanwege naar binnen klauterende marters? Je weet het niet en je komt het ook niet te weten. Dat is hinderlijk.
Verdomd hinderlijk zelfs, want je wilt je goeie geld het liefst meteen in één keer goed uitgeven. Dat soms het kwartje toch valt, blijkt als je de moeite neemt om de Slot.It website te exploreren. Onder het chapiter Instructions, FAQ, vind je een toelichting op de Wheel Product Codes, zodat je gemakkelijk bandjes kunt kiezen en bestellen. Inderdaad, zoiets bedoel ik met productinformatie. Daarbij is het dan wel eeuwig zonde dat wij onze wielen steevast bij de Spaanse concurrent kopen die dit systeempje al een halve eeuw eerder op de rails had.

Onderhand mag u denken dat ik een ongelooflijke azijnpisser ben, maar dat is meestal niet zo. Ik wil alleen even expliciet maken dat Maurizio Ferrari niet mijn dikke vriend is (Dear Maurizio, Thank You Maurizio, Great Job, Maurizio!) waarvoor velen op Slotcar Forum hem houden. Ik zou graag zien dat de zaak 180 graden kantelde en dat de toon meer die van ‘Dear Customer’ zou zijn. Sommigen onder ons geven per maand rustig meer dan duizend euro uit aan hun piele autootjes en aanverwante zaken. Best, maar de meesten doen dan niet en kunnen dat niet. Dan is vijftien euro ex verzendkosten best een flink bedrag. Vooral als je geen idee hebt wat je koopt en waarom je dat doet. Het is wel de praktijk en degene die dit eerlijk aan zijn vrouw durft op te biechten, is wat mij betreft de held van de dag! Degene die dit aan mijn vrouw durft te klikken, kijk ik nooit meer aan!

zondag 30 juli 2017

Jordi

Hein Tunnissen
Jordi
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan en dus was het weer zo ver: op Marktplaats stond een Mosler van NSR. In Gulf-jas, altijd leuk. De onderkant was bijzonder en het chassis, maar vooral het subchassis, verraadde dat het om een al wat ouder model-sidewinder ging. Maar uitgerust met een Shark 22 kon het best een leuk autootje zijn. Of worden. De eigenaar was eerlijk over de staat waarin het geheel verkeerde en ik zei dapper dat ik die ene spiegel best kon missen, omdat ik er toch nooit in kijk. Na wat gezeik over en weer van mijn kant, hadden we een deal.
Na een onwaarschijnlijk lange tijd (ik was de aankoop nog net niet vergeten), kreeg ik een mailtje van Kiala dat men het pakje had afgeworpen. Poeh! Toen ik later Jordi liet weten dat de transactie tot een goed eind gekomen was, schreef hij me terug: ‘Goed om te horen dat hij heel gearriveerd is. Ik doe altijd goed m'n best met inpakken, zeker bij Kiala, om problemen te voorkomen!’ Daar kun je het mee doen, pakketboer! Dat zal je leren om met onze kostbare pakketjes te smijten.
Die avond pakte het zo uit, dat ik zonder iemand te hinderen rustig even in de Mosler kon gaan zitten en natuurlijk keek ik ook even onder de motorkap. Oei, daar moest wel even een bietje gepoetst worden. Het subchassis ter hoogte van de magneetverstelstrook was dichtgeplakt met een stukje plakband en doordat weg te trekken, schoot het meteen lekker op want er hing van alles aan. De Mosler was duidelijk getuned: lood onder de vooras, kleine stukjes lood links en rechts voor de voorwielen en wat grotere stripjes erachter. Met een stukje tape was vóór de magneetverstelstrook een kleine, maar sterke magneet vastgezet. Kennelijk een pittige auto!
Ik besloot ‘m meteen op de baan te zetten om te kijken wat er zou gebeuren. Dat viel tegen: niks! Tot mijn verbazing ging de auto met gierende banden als de slinger van een klok naar links en rechts. De grip was zo gering, dat de magneet zonder enig probleem de auto surplace hield. Roest! Dat had ik nog nooit meegemaakt! Met de magneet in het bakje van niet meer te gebruiken magneten, ging het een stuk beter. Wel nogal wat overstuur in de bochten, maar de Gulf reed beslist niet slecht. Op de Tamiya klokte ik 36 km/u. Dat was geen verrassing, want ik had al gezien dat mijn standaard Moslerspeed er nog niet in zat, maar dat kon ook niet met zo weinig grip.
Op de werkbank ging het lood eruit, het subchassis maakte ik schoon met Dasty, de lagers met WD40 en de as wreef ik op met chromepolish. Aan de uiteinden, onmiskenbaar, wat braampjes. Eenmaal schoon en soepel, zette ik de Mosler weer in elkaar en in plaats van de Scaleauto-schuimbanden, monteerde ik air-velgen van NSR met SlotAngels.
En daar ging ie! Altijd weer leuk om te zien als wat simpele ingrepen de snelheid en de wegligging zo verbeteren. Eigenlijk is dat (afgezien van het contact met de verkoper) wel het leukste van zo’n Marktplaats-aankoop. In dit geval ging het lekker snel en dat is niet altijd het geval. Zo heb ik ook een Inline Mosler op MP gekocht en daar ben ik maanden mee bezig geweest voordat het kreng een beetje uit de startblokken wilde komen. Daarbij, en dat maakt het nog veel gruwelijker, snapte ik niet waar het ‘m inzat. Tot ik op een dag bij Klaas in Putten was en daar een blauw Mosler-chassis zag. Zo soepel als een afgeragd stuk kauwgum. Klaas wilde mij natuurlijk niet tegenspreken (blog!), maar zijn ogen zeiden: ‘Wat moet jij met dat superzachte chassis op die keiharde baan van jullie te TE?’
De rest is historie. De Inline-Mosler rijdt sindsdien met zijn blauwe chassis als een kogel. Theorie is prima, maar de praktijk is soms anders. Jordi’s Mosler ging na wat rondjes op de Tamiya en ik las 42 km/u. Nicht schlecht! Ook vind ik dat die blauwe SlotAngels wel heel erg mooi bij het lichtblauw van de Gulf-kleuren passen. Natuurlijk heb ik de velgjes iets verder naar buitengezet, zodat ze mooi zonder inkijk in de wielkasten passen. Ik zit nog wel een beetje in dubio over de wieldoppen. Er zijn slotracers die zonder inserts weigeren ook maar een meter te rijden, maar ik ben ze liever kwijt dan rijk. Ik vind ze een vitrine-detail dat je vooral kunt zien als de auto erg stil staat. En dat is niet de bedoeling. Tijdens de komende clubavond zal ik de Gulf eens lekker laten zoeven. Wedden dat ik er zo een paar kilometer per uur meer uitpers als ik zeventig rondjes verder ben? Wis en waarachtig! Tunen is vooral rijden!


  

zondag 23 juli 2017

Chaos

Hein Tunnissen
Chaos
Dit moet ik u vertellen! In dat grote land naast ons (met een katapult schiet je vlot een Drentse kei over de grens) zijn ze dol op slotcarracen en ze geven er gruwelijk veel geld aan uit. Soms komen er verzamelingen op de markt waarvan ik denk: zoveel auto’s hebben wij in Nederland samen nog niet eens! Allemachtig, die lui kunnen er wat van. Kijk, je hebt van die figuren die zich toeleggen op het per se willen hebben van een bepaald type slotcar. Zeg de Mclaren F1 GTR. Om zoiets lachen ze zich in Duitsland helemaal suf. Daar verzamelen ze minimaal alle Porsches van alle merken en dan in beide toegestane klassen: 32 en 24 en dat weer in alle mogelijke voorkomende uitvoeringen en kleuren. Dat gaat om duizenden auto’s.
En het allerergste is nog wel dat die auto’s er allemaal piekfijn uitzien. Een krasje op het dak en de eigenaar is ontroostbaar. Maar als hij zich herpakt heeft, gaat hij schuren, plamuren, voorlakken en nat inschuren, waarna de nieuwe toplaag wordt opgebracht en dan -na minstens een week uitharden- de finish in de vorm van een hoogglanzende laag vernis. Daarna nieuwe striping en die wordt met een dodelijke precisie opgebracht. Mij zijn voorbeelden bekend van raceauto’s die natuurgetrouwer uit het schuurtje kwamen dan indertijd uit de Chinese fabriek. Dan blijkt bijvoorbeeld dat er helemaal verkeerde spiegels zijn gebruikt. Op een pootje in plaats van aan een stengeltje. Wordt meteen gecorrigeerd!
Het rijden met die auto’s is een hartverzakking.  Bij iedere bocht breekt het angstzweet je uit. Ter voorkoming daarvan liggen ze dan ook net als echte Duitse auto’s tot de nok toe vol met lood. En…, de Duitsers hebben de CHAOS-knop! En dat is echt een dingetje. Toen wij te TE voor het eerst van dit fenomeen hoorden, hebben wij het ons vier keer achtereen laten uitleggen. Nu ja, de laatste keer hoorden wij eigenlijk helemaal niet meer wat er werd gezegd, zo hard moesten wij lachen om die uitvinding.
Stel u een wedstrijd voor. De auto’s zijn na de start Gott sei Dank door de eerste bocht gekomen en dan ontstaat er op het rechte stuk een aanrijding. Voor de analogen onder ons: op een digitale baan kunnen net als op de Autobahn gemene en onverwachte kettingbotsingen ontstaan, omdat er meerdere auto’s op één track kunnen rijden. Bengs! Als het gebeurt, wordt onmiddellijk de Chaos-knop gedrückt. Alles staat stil! Zowel de veroorzaker als de aangereden auto gaan voor straf twintig meter terug! Bij ons is dat bijna een halve ronde! Dat gieren van de pret wat wij doen als wij horen over dit systeem horen praten, is natuurlijk ook leedvermaak dat onstuitbaar opborrelt omdat óók het slachtoffer terug wordt gezet. En alsof dat nog niet genoeg is: alle andere coureurs staan vrolijk een beetje uit de neus te eten totdat alles weer geregeld is.
En geloof het of niet, de Autobahn is nog niet vrijgegeven of er is alweer een nieuwe Unfall en het hele feest herhaalt zich. Er zijn auto’s die zonder enige schuld meer achteruit dan vooruitrijden en begrijpelijk duurt zo’n raceavond wat langer dan bij ons. Nu bedenk ik me echter weleens dat wij eigenlijk als beesten te keer gaan. Slechts een enkeling moppert daarover, maar meestal lachen we ons een staart. Spoiler! Spoiler! Spoiler!, hoor je dan roepen. En wat blijkt? Terwijl het hele veld vrolijk verder davert, ligt er achter de Solexbocht gewoon een complete spoiler op het asphalt. Geen idee hoe die daar terecht is gekomen. Geen idee van wie!
Een ander fenomeen dat bij ons goed zou zijn voor het hard inslaan van de Chaos-knop, is de focus op de auto. Je kijkt zo gespannen en intens naar je eigen autootje dat het je helemaal ontgaat dat ergens midden op de baan buurman op zijn plaat is gegaan. Met een enorme klap kom je daarachter. Tja, op een circuit verwacht je geen verkeerslichten en ook geen omgevallen auto’s. Gelet op de snelheid die wij nastreven, is zoiets natuurlijk niks bijzonders, maar het kan je lelijk verrassen.
Tegen de tijd dat wij de functie van de Chaos-knop helemaal tot onze kleine hersenen hadden laten doordringen, bespraken wij heel serieus en ernstig de wenselijkheid van zo’n dictatoriale safetycar. Want zo moet je het toch wel zien: de wedstrijd wordt steeds dood gelegd. Voordat je dan eens een keer je racepace te pakken hebt! Hahahaha! Voor Hollanders heeft dit wel voordelen: Duitse slotcars hebben weinig kilometers in de benen en zijn nog mooier dan Hollandse nieuwe!