zondag 9 augustus 2015

Racepace

Hein Tunnissen
Racepace
Alleen als je het ooit hebt meegemaakt, ken je de betekenis van het begrip. Grappig is dat het iets is waarmee zelfs Google nauwelijks uit de voeten kan. Tachtigduizend hits, maar nergens een adequate omschrijving of vertaling. Ik las ‘racesnelheid’ en dat is wel heel erg minimalistisch vertaald. Wel begrijpelijk want het begrip schuurt tegen het onderbewuste aan en een coureur die in zijn nopjes is met zijn racepace op een bepaalde dag, kan er evenmin de vinger opleggen waarom het op dat moment zo subliem gaat. Alles klopt! En dan bedoel ik ook werkelijk alles!
Vermoedelijk is het een toevalstreffer die je een heel eind kunt sturen door kunst en kunde, maar is er ook wat geluk nodig om een echte racepace te beleven. Het overkwam mij onlangs. Halverwege de avond vloog ik plotsklaps over de baan en alles ging super. Alsof uitvliegers niet bestonden. Achter mij en dankzij de racepace niet veel later vóór mij, vlogen mijn collega’s om het hardst uit de bochten, ook op plaatsen waar normaal gesproken niemand de vangrail opzoekt. Vriend Erik vloog zo ter hoogte van de kortste tunnel ter wereld bijna over de rand van de baan en de razendsnelle oranje Ford Lotus, fabricaat Fleischmann en opgetuned*) te Vledderveen (NL) bleef maar net met een achterwiel aan de vangrail hangen alvorens met een klap de diepte in te storten. In de verte wapperde de Zwitserse vlag in stilte en dat zegt wel wat over de diepte van de kloof waarin onze coureur dreigde te kukelen. Terwijl iedereen nog stil was van de schrik, reed ik onverdroten verder en ik zag in het voorbijgaan nog net kans om het lullige Vettel-vingertje op te steken waarvan ook nog nooit iemand begreep wat hij met dat gebaar bedoelt. Het viel mij op dat het ongeval mij niet raakte en dat mijn racepace bleef zoals die was.
Daarna had ik eigenlijk alleen maar met Fokko te maken die helemaal in love is met de 24-klasse en die er een heidens genoegen in schept  om met zijn metalen onderstel plesticrijders zoals ik in het bochtje behendig uit de baan de tikken. Tikje gas op het juiste moment en het zwiepertje legt de Mosler gegarandeerd naast de slotbaan. Maar mijn racepace was zo goed dat ik het moment niet afwachtte en gewoon koelbloedig gas terugnam om hem vervolgens op het rechte eind vrolijk voorbij te spuiten. Markus die het tafereeltje vanwege een gekwetst oog vanuit de coffeecorner gadesloeg, riep dan opgewekt: “Nu op drie rondjes!”
Ik moest er wel een beetje om lachen, want ik had helemaal niet de bedoeling om iedereen de oren te wassen. Eigenlijk was ik de hele avond met verschillende auto’s aan het prutsen omdat ik, net teruggekomen van vakantie, nogal wat herstelwerkzaamheden had laten liggen. Die varieerden van een loslopende schuimband tot een stroef draaiende achteras door aangekoekt vuil in combinatie met opgedroogde cardanolie. Maar omdat ik ook wel even lekker wilde scheuren nam ik dus mijn oude Mosler uit de kist en zette hem plompverloren op de baan.
Toen klopte alles. Tussen mijn oren, de grip, de baan, de afstelling van de auto en de afstelling van mijn Slot-It regelaar. Gek genoeg wist ik het meteen: dit is mijn moment. Ik kon doen wat ik wilde. Soepel passeren zonder de daaropvolgende bocht (onvermijdelijk) er zelf uit te knallen. Welnee! Beheerst remmen en daarop weer voluit accelererend verder rijden. Eerlijk, je waant jezelf een held. Je hebt goud in je handen, je denkt dat je alles kunt. Dat je de oceaan kunt besturen, de maan kunt dirigeren of zelfs alles tegen je vrouw kunt zeggen zonder dat ze je om de oren slaat.
Racepace leidt tot euforie. Amazing! Iedereen gegund, dat zeg ik er meteen bij. De fine fleur van de slotbaanracerij; je moet het meegemaakt hebben om het begrip te kunnen doorgronden. Op zo’n avond mag je naast je schoenen staat en zelfs allerlei onzin uitkramen.
*) Uitdrukking van Raymond Senna te Ees

zondag 2 augustus 2015

Zot of gek!

Hein Tunnissen
Zot of gek!

Redacties krijgen vaak telefoontjes van zotten. Of gekken. Die zien ze dan vliegen! Kom gauw, roepen zij dan, hier vliegt een UFO! Of ze zien Russische vliegtuigen boven Walcheren scheren! Dat laatste kan, want als ze in Volkel of op die andere luchtmachtbasis Leeuwarden weer eens lekker aan het toepen zijn,  vergeten ze soms in het vuur van het spel ons luchtruim te bewaken. In dat laatste geval heb je niet met een zot te maken, maar met een wakkere Nederlander. Met dit soort dingen moet je als redacteur allemaal rekening houden, want als je je vergist en de primeur gaat bijvoorbeeld naar het Brabants Dagblad, dan heb je de hoofdredacteur van de PZC wel wat uit te leggen.
Zo zat ik laatst een ontzettend saai verhaal te redigeren dat ook nog zo slecht geschreven was dat ik mijn toetsenbord maar alvast in de meest gemene rode kleur had gezet die maar denkbaar is. Wat een enorm zeik verhaal, was dat! Toen ging de telefoon: Allo? Allo? C’est Jean-Luc Thérier! Daarna een stortvloed van verontschuldigingen die mij de tijd gaf om vast te stellen: gek of stapelgek? Nu moet u weten dat Thérier een vermaard Frans rallyrijder was die in 1973 andere rallyrijders op een gruwelijke manier de oren waste in een Renault Alpine A310. Ik dacht hij wil natuurlijk meedoen met de Grasbaanraces van Ter Apel of zoiets. Je ziet dat wel vaker; helden die afzakken naar het ultieme regionale niveau. Zo trad hier laatst in Roswinkel of all places, de wereldberoemde George Baker op. Toegang: 2 euro! Enfin, dat was het allemaal niet, het ging om mijn blog over mijn Autodroom Renault Alpine A310. Zijn auto zogezegd!  Samen met navigator Jacques Jaubert reed hij keer op keer naar goud.
Ik nam de gok en zei: “Qui est à l’appareil? Vous êtes Monsieur Thérier?” Zoals iedere Fransman was hij ontzettend blij dat ik een beetje Frans sprak, want omdat de Fransen zelf nauwelijks een woord over de grens spreken, gaan zij uit verlegenheid al gauw een beetje bot doen. Speciaal naar Nederlanders die behalve met een enorme zak aardappelen ook altijd met een karrevracht vooroordelen de grens oversteken om zich vervolgens gedurende twee of drie weken zo onbeschoft mogelijk te gedragen. Vooral op de péage in hun geliefde Opel Kadett.
Ik mocht Jean-Luc zeggen en ik bedacht me dat dit een heel lastig verhaal zou worden naar mijn hoofdredacteur. Hij belde om mij erop te attenderen dat zijn Gauloises-uitvoering van de Renault Alpine A310 geen acht koplampen had, maar tien, de mistlampen in de bumper niet meegerekend. Ik wist het en antwoordde dat al om de drommel niet was meegevallen om die acht ledjes er in te prutsen, laat staan om die twee losse units ook nog van licht te voorzien. Ja maar, wierp Jean-Luc tegen, dat was het nou juist: het waren vooral die twee lampen die zo’n geweldig licht gaven en dat die vondst van Renault nadien door alle andere merken werd gekopieerd, maar dat niemand had begrepen dat die lampen niet naar voren moesten schijnen maar naar de bermen. Compris?
D ‘accord Jean-Luc, allemaal goed en wel, maar een slotcar met 8 koplampjes is al te zot voor woorden, laat staan tien waarvan er ook nog twee de berm verlichten. Maar goed, ik zal kijken wat ik kan doen. Ik bel je als het geregeld is, maar ik had er een hard hoofd in want het was onder dat kapje al behoorlijk druk met allerlei elektronische componenten en ik had het idee dat er niet veel meer bij paste. Van de andere kant: Voor deelname aan een Classic Cup®, systeem Frank Slot, moet je er toch bergen lood in pompen om aan het gewenste treingewicht van 80 gram te komen, dus waarom dan niet nog een paar lampjes?
Merci, Henri, merci! Ik lees het wel in uw blog! Oh ja, nog een verzoekje van Jaubert: of U ook een extra verstelbaar kaartleeslampje zou kunnen monteren? Want navigeren in ’t duister: een helse klus!
Doei, Jean-Luc! Je bent gek!

zondag 26 juli 2015

Boek delen



Hein Tunnissen

Boek delen
Als eindredacteur kreeg ik vanochtend drie artikelen onder ogen die weer helemaal stijf stonden van het ‘delen’. Waarom? Als ik ’s avonds naar het Journaal kijk, begrijp ik vooral dat de wereld absoluut geen zin heeft om te delen met die aanspoelende bruine en zwarte niksnutten die hier lekker willen profiteren. Delen volgens Facebook is opdringen: een filmpje van een baby die voor de lens van de filmende vader per ongeluk van de trap afstuitert (Moeder: HAHAHAHA!), een paard dat een dubbele oxer mist en midden tussen de knoertharde balken verzeild raakt, daarbij de ruiter vertrappend (Publiek: HAHAHAHA) of een boer die slootkantmaaiend onder het eendenkroos verdwijnt met zijn New Hollandtrekker (Eenden: HAHAHAHA).
Om niets van die leuke grappen te missen heb ik Internet Explorer omgebouwd tot mijn venster op de wereld: Facebook. Ik zie nu op één helft van mijn bijscherm (28”) alle leuke ellende ongevraagd passeren.  Ontdaan van alle door Microsoft bedachte fratsen is versie 11 eigenlijk best een bruikbare browser, moet ik toegeven. Niet zo snel als Chromium of Opera, maar dat hoeft dan ook niet voor dat slome Facebook, dat tegenwoordig alleen maar nog wordt gebruikt door ouderen die ook de tweede leg zien uitvliegen en daarom niet meer zo goed weten wat zij met hun tijd moeten doen, anders dan delen.
Maar Brave New World, kan het misschien wat zinniger? JeeWee van Capelleveen, hoogleraar slotcarracen en nijver publicist op dit gebied, schreef een handboek slotcarracen en deelt dat op internet via een pdf. Downloaden en lezen maar. Er staat bijvoorbeeld een handig zinnetje in, een soort vuistregel: meer snelheid krijg je door het pinion te vergroten en het kroonwiel te verkleinen. Die zin moet je als slotcarracer kunnen dromen. Waarom? Op internet wordt (zoals hier) onwaarschijnlijk veel afgezwetst, maar er zijn maar weinig concrete zaken te vinden over de techniek, waarbij ik in het midden wil laten of het dan om de rijvaardigheid of de techniek onder het kapje gaat.
Terwijl die kennis er wel is. Ik hoopte ooit meer kennis te vergaren door ‘s nachts met mijn tablet van alles en nog wat te delen met die luitjes aan gene zijde van de grote plas, de Amerikanen. Ook bezocht ik veelvuldig het Slotforum, maar ook daar veel gelul & geleuter. Wat zou het mooi zijn, zo bedacht ik mij, als een club als AmazingSlotCarRacing een deel van de website zou inrichten als deelplek. Niet om te weten dat u in spanning op de nieuwste Scalextric uitvoering van de Aston Martin DBR9 zit te wachten en dat u die vooral wilt kopen omdat (foutje!) de naam van Jan Lammers op het dak staat geprint in plaats van die van Jean Alesi. Dat soort onzin vertelt u maar bij wijze van voorspel aan uw vrouw.
Nee, wij spreken hier over echte kennis. Omdat wij verder willen komen. Omdat wij beter willen worden. Gewoon: werkt dat beter? Dan doen we het zo. Ik noem een heikele kwestie die sinds enige tijd ook bij onze club Amazingslotcarracing speelt: de kwestie van de vooras. Ik noem de details: onafhankelijk draaiende voorwielen of niet. Starre vooras, beweging in verticale richting, opvulringen om van die vermaledijde Ninco-zwabber af te komen, holle assen, zerogrip-bandjes, transparante nagellak (of wat u maar kunt stelen van uw vrouw) versus secondelijm, aluminium velgen in plaats van plestic wielen met inserts, schuren van velgen om de banden beter te kunnen verlijmen, inbusschroefjes om de ashoogte tot op een fractie van een millimeter te kunnen bepalen etc.
Wielen die de baan dus eigenlijk niet raken. Spreekt boekdelen! HAHAHAHA!

zondag 19 juli 2015

Life delen



Hein Tunnissen

Life delen
Onze Marcus Aurelius, ook zwaar aangetast door het F-virus, kocht aldus bij Klaas Bos een motormount van Slot-It plus een dikke motor, een zogenaamde longcan. Dat is een motor type beschuitbus. De Markus in hem wil namelijk wel winnen. Helaas vergat hij dat het kapje deze innovatie niet toestond. “Gewoon achterbank eruit zagen”, opperden Bassie en Adriaan. Lachen! Moet je voorstellen: sommigen kopen die oude Ford Lotussen op rommelmarkten om ze opgepoetst en blinkend in de vitrine te zetten, anderen zagen gewoon het achterbankje er uit! Het is me wel een stel hoor, onze Bassie en Adriaan!
Goed, ik steek er een beetje de draak mee, maar ik moet me wel haasten om te zeggen dat het verdomd slimme knapen zijn die heel goed weten wat zij doen. Er is bijvoorbeeld een mal gemaakt om de motormount van Slot-It zuiver haaks in het uitgezaagde (alweer!) gat van de bodemplaat te krijgen. Want dat bleek in het begin wel het allermoeilijkst, de beide assen precies parallel krijgen. De eerste exemplaren hadden wat dat betreft wel wat weg van een parallellepipedum en reden dus navenant. Ofwel als een krab over het strand, vooral dwars uit.
Alle begin is moeilijk en alleen de volhouders zullen scoren! Zo ook hier. Nu wordt de bodemplaat in tweeën gezaagd, waarbij in het voorste deel de eigenlijke uitsparing komt. Min of meer passend, want eenmaal in de mal wordt de naad tussen motormount en bodemplaat volgegoten met een tweecomponentenlijm (geheim recept), waarbij een vinger volstaat om het geheel op zijn plaats te houden tot na uitharding. Dat kost circa één glas bier. Vergeet daarbij niet dat het om een FORD Lotus gaat en dat vooral die eerste ondernemer nog steeds bezig is het wiel uit te vinden, waarmee ik maar wil zeggen dat enig doorzettingsvermogen noodzakelijk is. Kijk, een terugroepactie is natuurlijk heel vervelend, maar ten overstaan van je kornuiten op de racebaan je banden alle kanten op zien vliegeren, is natuurlijk veel afgrijselijker.
Om het allemaal draaglijk te maken, delen Bassie & Adriaan hun kennis, zodat wij medeverantwoordelijk worden voor mislukkingen. Kijk, dat is slim! En dus ouwehoeren wij ook gezellig over de vraag of je nu bij Klaas Bos een offset motormount 0,5 of 0,75 mm moet kopen voor dat taaie rotplestic van Fleischmann dat wel uit bruinkool lijkt te zijn gestookt. Gelukkig biedt ook hier weer het life delen de oplossing. Zo hebben wij wetenschappelijk en dus proefondervindelijk vastgesteld dat de kleur van de autootjes er geen ene donder toe doet. De groene rijden net zo hard als de oranje brikjes. Doe er uw voordeel mee!
Eén dezer dagen ben ik ook aan de beurt om onder het toeziend oog van Bassie & Adriaan een auto uit het antiquariaat aan stukken te zagen en ik heb mij vast voorgenomen de ultieme Fleischmann te maken die ook visueel historisch onverantwoord is. Hij zal namelijk lichtblauw worden gespoten met als enige kenmerk het cijfer acht, de auto waarmee Michel Vaillant in het decennium waarin Fleischmann als kinderspeelgoed furore maakte, triomfen vierde. Dat die oude Fleischmann desondanks volhardde in groen, oranje (Jawohl, für die Holländer!) of Brits blauw en kennelijk niet één Lotus de Franse lichtblauwe kleur wilde meegeven, is vermoedelijk nog te danken aan de diepe vernedering in die treinwagon in het bos bij Compiègne na de Eerste Wereldoorlog. Dat kan bijna niet anders! Ik verheug me nu al op dit toekomstige rechtzetten van die historische wraak.

maandag 13 juli 2015

Fleischmann Paradijs



Hein Tunnissen

Fleischmann Paradijs
Alweer enige jaren geleden is Fleischmann Paradijs overgegaan in andere handen. De toenmalige eigenaar had er een beetje tabak van en hij kreeg het, geloof ik, ook te druk met zijn gezin. Vertaald: zijn vrouw vond dat hij te veel op zolder zat te knutselen. Hoe dan ook, men vuurde nogal wat vragen op hem af en ik gaf hem als communicatiedeskundige (Nu lijk ik Fons de Poel wel!) het advies wat meer aan klantenbinding te doen door de website wat op te leuken met Tips & Trucs. Dat vond hij een goed idee en hij (Peter, als ik me niet vergis) nodigde mij van harte uit die zelf op papier te zetten. Dat deed ik belangeloos en daarmee lijk ik dus helemaal niet op die Nijmeegse Poelemans!
We schrijven hier over een racebaan anno 1965 die opbloeit dankzij ´delen´ anno 2010 of daaromtrent. Aan dat delen heb ik altijd een beetje een hekel gehad en ik heb dan ook werkelijk flauw van het lachen gelegen toen Youp van ´t Hek ‘het delen’ nogal gruwelijk op de hak nam door te verhalen hoe zijn trotse buurman de meest bloederige foto´s van de bevalling van zijn jongste zoontje aan een gezelschap dat net aan de beschuit met muisjes zat te knabbelen, liet zien. Hij had helemaal gelijk: je moet niet alles willen delen!
Nadat ik een klein reeksje Tips had getikt, vond ik het wel welletjes. Genoeg gedeeld. Die tips staan er trouwens nog steeds op, hoewel de website behoorlijk is aangepast aan de tijd. Zie www.fleischmannparadijs.nl , onder Kenniscentrum. Klik op Navigatie, vanuit Home. Hoe dan ook, ik moet nu eerlijk toegeven dat het tips van niks zijn, voor de echte beginners. En die waren er maar genoeg, want op de website waren enorm grappige vragen van nieuwe racebaanliefhebbers in spe te vinden. Zoals: “Peter, ik heb de transformator aangesloten, maar mijn auto rijdt alleen maar achteruit. Oplossing?” Ik denk dat het tegenwoordig wat anders ligt, want meteen op de homepage zag ik prijzen die er niet om logen. Voor een Ford Lotus 1:24 een prijs van € 2.499,95! Dat noem ik niet misselijk. Daarmee wordt de 1:1-wereld wel heel dicht benaderd. De koper van deze bolide heeft vermoedelijk ook een mecanicien in dienst voor het onderhoud met wat meer kennis dan mijn simpele Tips & Trucs.
Toch denk ik tegenwoordig wat anders over het delen, maar dan bedoel ik vooral het life delen. Dat is uitermate interessant en vooral ook erg leerzaam. Toen ik Fleischmannparadijs de rug toekeerde en de steven wendde naar Klaas Bos’ Slotracebaanshop te Putten (www.slotraceshop.nl) , sloot ik mij aan bij AmazingSlotCarRacing te TE  (www.amazingslotcarracing.nl) en daar wordt dus van alles gedeeld. Zo delen wij nu in de vreugde van ons illustere duo Bassie & Adriaan die het slotcarracen met Fleischmann Ford Lotussen naar grote hoogte hebben getild. En dat blijkt iedere vrijdagavond weer; het is een waar Fleischmannparadijs geworden, want op die bijna 50 meter lange viersporen MDF-baan rijden die zestiger jaren vehikels als de spreekwoordelijke brandweer. En de overige leden van onze club delen dus van harte mee in hun kennis die life wordt overgedragen. Wat weer tot vermakelijke tafereeltjes leidt.
(Wordt vervolgd)

zaterdag 4 juli 2015

Weerkommen!



Hein Tunnissen

Weerkommen!
Onze clubavonden laten zich gemakkelijk uittekenen. Na half acht begint het gedruppel en rond acht uur is iedereen wel binnen. Kopje koffie erbij, sigaretje, sjekkie, koekie en gewoon effe bijkletsen. Soms praten we over meer familiaire zaken, dan weer over de beursprijzen van de banden van slotcars, het voordeel van gegoten aluvelgen ten opzichte van plesctic wieltjes etc. We zijn net een stelletje wijven; er is altijd wel wat om over te hannesen.
Totdat iemand vraagt: doen we nog wat? Half minuutje later staan vier clubleden aan de tafel vastgeklikt en als er dan een Ninco tussen rijdt, gaat het gehannes gewoon verder over die gruwelijke lawaaibak. Nincoman trekt zich daar overigens niets van aan omdat hij aller ogen op zich gericht weet. Lekker doorstuiteren met die Slot-It, roep je dan of je vraagt beleefd langs de neus weg of die Slot-It eerst niet veel harder ging. Daarbij wijzend op je eigen autootje: Vroeger hield ik je echt niet bij met dit ding. Hoe snerender over je eigen vehiekeltje, hoe denigrerender het overkomt.
Zijn wij dan zo vervelend naar elkaar? Nee, natuurlijk niet! Maar wij beseffen heus wel dat psychologie alles is als het om slotcarracen gaat. Het is dus de kunst om je tegenstander naast de baan te krijgen omdat ie zijn koppie er niet meer bij kan houden. Hoe cooler, hoe sneller je gaat en hierbij laat ik de technische aspecten maar even buiten beschouwing. Krijg je de zenuwe, dan kun je het shaken. Van pure onkunde ga je nog harder rijden met als gevolg dan je niet één bocht nog behoorlijk aansnijdt, zodat het van kwaad tot erger gaat.
Dergelijke mentale dreunen kunnen iemand zelfs na weken trainen, maanden achteruit gooien. Daarmee komen we bij de derde stap in onze clubavond. Even een glaasje drinken aan de lange pittafel om terug te keren naar de vereiste koelbloedige houding, waarmee je binnen een honderdste van een seconde beslist over remmen of gasgeven. Zag je vroeger op vrachtwagens nogal eens de sticker ‘Bij twijfel niet inhalen’, diezelfde twijfel is langs de baan funest. Vandaar dat even afkicken een goede zaak is.
Dan volgt het racemoment. We kiezen voor honderd rondes, voor een tijdspanne van een kwartier of voor uit is uit. Voor sommigen betekent dat systeem dat zij alweer heel snel achter de pitmuur staan. Niet omdat zij niet kunnen racen, maar gewoon omdat de bovenkamer wat te veel vibreert. Die races zijn altijd super spannend om die huisvrouwen-term nog maar eens te gebruiken. Absoluut, in RTL-taal.
Meestal eindigt de wedstrijd onverwacht omdat de software het af laat weten. Het kan zijn dat het hele programma bevriest (not responding), de tijd stil valt of de rondenteller de geest geeft. Lachend om zoveel idiote techniek, gaan wij dan maar even wat drinken. Je zou dat ook de huldiging kunnen nomen, maar de winnaar hoeft niet op een schavotje te klimmen. Het is dan soms al bij elven. Andere clubs doen dan het licht uit, maar bij Amazingslotcarracing begint het dan pas. Eén of twee leden racen onverstoorbaar verder of er geen avondklok bestaat, andere leden bespreken een technisch probleem.
Laatst hadden wij zo onze twee vrienden uit Delfzijl (buurman & buurman) over de vloer. Halverwege de avond bleek dat zij elkaar onderweg bezworen hadden om klokslag 23.30 uur te vertrekken. Dat moest en zou. Ze hadden kennelijk geen zin om, zoals eerder was gebeurd, omstreeks half twee nog eens terug te kachelen naar de monding van de Eems. Uit piëteit zijn wij toen ook maar wat eerder gestopt.
Weerkommen, jongens!