zondag 18 maart 2018

Mit Senf

Hein Tunnissen

Mit Senf
Markus Goetz, de CEO van Amazingslotcarracing te TE, en ik hebben min of meer besloten om de komende tijd op tournee te gaan. We gaan zeer beslist een kijkje nemen in Leeuwarden, bij Mini Race Club Leeuwarden, juist omdat daar sprake is van een vergelijkbare situatie als te TE. Ook daar een particuliere ruimte met een clubbaan die is aangepast aan de vorm van die ruimte. Dat is uitermate interessant, te meer ze in Leeuwarden achteraf de conclusie hebben getrokken dat het beter had gekund. Kijk, daar steek je wat van op!
Verder gaan we naar Zwaanshoek, naar Slipstream. Deze club heeft op de website (applaus, met een bijgewerkte agenda tot en met december 2018!) een fotoalbum staan dat als verslag fungeert van de bouw van een rallybaan. Wat mij bijzonder intrigeerde was de foto met de wissels klaar voor montage en later de inbouw van die wissels. Er is één foto waarop dat goed is te zien. Ik dacht in eerste instantie dat ze het zo ingewikkeld hadden gemaakt dat je twee kanten op zou kunnen rijden, maar dat blijkt niet het geval. Erik legde mij per email uit dat die extra geleiders bedoeld zijn om het wisselen van baan soepeler te laten verlopen. Aha!, hier begrijp ik de ballen van en dat gaan we dus bekijken. Want Markus is van de houten banen, maar ik heb hem wel een beetje besmet met het digitaal virus.
En dan is er natuurlijk nog Racing Unlimited in Marrum. Wat mij betreft is dat de inlossing van een belofte die ik deed toen ik de nog twee resterende leden ontmoette in Drachten. Maar we willen ook graag de baan zien, juist omdat die wat korter is. Is lengte wel zo belangrijk? Tot slot is daar ook nog SRC Fastlane in Everdingen. Ook die nieuwe baan heeft een paar dingetjes waar wij nodig naar moeten kijken om hun waarde goed in te kunnen schatten. Bijvoorbeeld de keuze voor een zes- of een vierspoorsbaan. Die afweging is voor ons, vlakbij de grens met Duitsland, een hele belangrijke. Want hoe briljant onze nieuwe baan straks ook is, wij rekenen niet op een file slotcarracers vanaf Hoogeveen richting TE. Terwijl wij wel weten dat onze Duitse buren er hun hand niet voor omdraaien om dik 150 km heen (en ook weer terug) te blazen om een avond te racen. Mits de baan aan hun standaard voldoet natuurlijk.
En er zijn meer randvoorwaarden waar je goed over na moet denken, voordat je een baan gaat bouwen, want meestal is er geen weg meer terug. Ik noem even mijn eigen baan, straks een dependance van AS Racing te TE. Het gaat om een kopie van de Fleischmannbaan in Drachten met verbeteringen. Natuurlijk kun je overal over twisten, maar een feit is dat de pijpenlade die ondergrondse ‘De Bunker’ eigenlijk is, heel weinig ruimte biedt om met de positie van de baan te spelen. Mijn onderkomen is iets vierkanter en daardoor kon ik dat wel. Op één plek is de doorgang krap, ontegenzeglijk, maar op alle andere plaatsen is er veel mee ruimte rond de baan dan in Drachten. Nu is het gekke dat het voor mij meteen logisch was dat je als coureur veel beter diagonaal aan de andere kant van de baan kunt staan. Het zicht is veel beter en er is eigenlijk nauwelijks sprake van dode hoeken waar je je bolide gewoon in het niks ziet verdwijnen. Ik denk dat ik een beetje geluk heb gehad, maar ik heb dat ook een beetje afgedwongen. In Drachten is het zoals het is.
Met behulp van een heleboel rollen behangpapier (Winnie the Pooh, Sneuwitje en de zeven homo’s, Bruintje Beer etc) heb ik de baan ‘nagebouwd’ en vervolgens ben ik met dat hele plakkaat ducttape  gaan schuiven, totdat ik de ideale positie had. Uiteindelijk ligt de baan enigszins schuin in de ruimte, met maximale ruimte rondom. Het kostte mij zeker een dag om die positie te vinden, maar ik heb er zeker geen spijt van. Zo zien wij onze tournee eigenlijk ook. Wat de Rolling Stones dit jaar kunnen met hun No Filter Tour, kunnen wij natuurlijk ook. En wij zijn bepaald een stuk jonger!
De afgelopen maanden is er door de leden van AS Racing ongeremd gefantaseerd over die nieuwe baan. Dat is een goede zaak. Het weerspiegelt de passie, het weerspiegelt de betrokkenheid. Grappig is wel dat niemand vroeg: “Wat is eigenlijk het budget?” Dat bracht mij op het idee om het gedachtengoed en de wensen van de leden eens per enquête te inventariseren. Om aldus wat meer structuur in de aanloop (veel verder zijn we nog niet) te krijgen en om te kunnen bepalen waar wij de accenten moeten leggen. De lat ligt wel hoog: wij eisen straks het predicaat ‘Beste internationale baan van Nederland’ op. En dat gaat allicht wat verder dan een smakelijk broodje croquette oder Bockwürste mit Senf.   

zaterdag 10 maart 2018

Berlusconi

Hein Tunnissen

Berlusconi
Zoals sommigen van u wel weten, ben ik drukdoende met de bouw van een viersporenbaan die zowel analoog als digitaal kan worden gebruikt. Het begint al lekker op te schieten, hoewel ik vrees dat ik qua digitaal nog wel een paar maanden geduld moeten hebben, want Slot.it bevoorraadt de wereld bar slecht. Ik vertel u over een stommiteit. Op Slotcar Forum International onthult Maurizio Ferrari de komst van een nieuwe chip, type C. Helemaal in zijn kinderlijke stijl, vertelt hij enthousiast over het nieuwe stukje elektronica waarmee het slotcarracen nog leuker moet worden. Prima!, zeg ik dan!
Het betreft evenwel een vooraankondiging, want chip type C is nog niet leverbaar. Nu zijn Italianen echt geen domme jongens, maar dit is toch wel een kapitale blunder van het type Berlusconi. Om een auto te chippen tik je 30 euro af. Vervolgens kun je die auto pairen met je controller en de baan (wissels, magneten) wordt functioneel, zodat je bijvoorbeeld met vier auto’s op één track kunt rijden. Ik dacht als C even duur is als type B, koop ik geen type B meer. Ik wacht wel op C. Zo ook de leveranciers die dolgelukkig zijn als zij kunnen melden: type B, out of stock. Allicht, die gaan die oude meuk niet meer inkopen natuurlijk. Kortom, de markt zit zo vast als een huis dankzij onze Ferrari. De normale route was geweest: eerst 20.000 van die dingen in China laten maken en als die zijn aangekomen, de spanning nog een beetje opvoeren door een vooraankondiging met bijvoorbeeld de toevoeging ‘over drie weken leverbaar’.
En waarom zit me dit nou zo dwars? Omdat ik had bedacht dat ik minstens vier gechipte autootjes moet hebben en even zoveel digitale controllers om daadwerkelijk digitaal te kunnen racen. Je hebt werkelijk geen fuck aan zo’n baan als niet aan die twee voorwaarden is voldaan.
Op een avond, de baan was weliswaar nog niet klaar, maar ik kon op alle tracks rijden, zocht ik in mijn kist naar een auto die zich meteen senang voelt als je ‘m op de baan zet. Lekker rond knetteren, beetje ondeugend in de bocht met af en toe een wieltje in de lucht, maar ook vergevingsgezind. Ik kwam uit bij de Renault Megane ProRace van Ninco. De eerste kocht ik jaren geleden ergens in de buurt van Eindhoven. Kocht is een groot woord, ik kreeg ‘m eigenlijk. Naarmate de tijd verstreek kreeg ik meer plezier in het autootje, want ik scoorde met mijn verbeteringen. Stiller, sneller, gebalanceerd, maar wel zo brutaal als de beulen. De tweede vond ik bij Rob Cevat die een bescheiden prijs vroeg vanwege wat secondelijm op de achteruit. Belangrijker is dat hij de bevestiging van de kap verbeterde door overzet-alubusjes, want die plestic zooi van Ninco brokkelt af onder je handen. Het enige echte zwakke punt! Nummer drie en vier vond ik bij Tinte-Ring, bijna mint, maar ook getuned en dat is zeker niet slecht gebeurd.
Natuurlijk, het zijn simpele auto’s maar ze hebben een mooie vlakke bodemplaat waar je die print met chip uitstekend op kunt vastzetten. Dubbelzijdige tape, vooruit of achteruit schuiven tot de perfecte balans is gevonden. Daarna gaatje boren voor de sensor. Klaar! Ik denk dat ik maar een novene start om af te smeken dat die verrekte chips nog ooit komen. En als dat zo is, gaat het weer als met de olijven: iedereen krijgt er drie! Binnen zes seconden uitverkocht. Ik voorzie hier een kleine ramp! Sterker nog, ik hoop dat ik bij leven nog meemaak dat ik dit systeem volledig aan de praat krijg. Als ik op Facebook zie dat het hele team van Slot.It in een of andere sportzaal vooral bezig is met de revival van Monza voor slotcars, dan vrees ik het ergste.
De Ninco Megane is een grappig autootje omdat je er lekker mee kunt rondscheuren en omdat een crash vrijwel nooit fataal is. Net als in het echt rolt hij gezellig om-en-om en later zal blijken dat de auto nog geen schrammetje heeft. Zelfs de ruitenwisser lijkt onkwetsbaar en ook de spiegels zijn onverwoestbaar. Dat maakt het voor gasten natuurlijk veel leuker. Want eigenlijk is er geen zak aan als je meteen in de eerste bocht al op je muil gaat. Ik zie mijn baan niet echt als een dingetje om Oxigen te promoten (zie hierboven), maar ik vind het wel leuk om vrinden en kornuiten wegwijs te maken in de digitale wereld. Het is een aanpak die voortkomt uit mijn opvatting dat digitaal racen stukken leuker is dan analoog rondtoeren. Over eventuele verschillen tussen de auto’s maak ik mij geen zorgen. Als een heat is geëindigd worden de controllers onderling gewisseld. Iedere controller heeft zijn eigen kleur, bij iedere controller hoort een auto.
Vervolgens rijdt eenieder met zijn auto naar de startlijn, waarna er wordt gestart voor heat twee. Etcetera. Digitaal rijden komt niet uit de startblokken omdat het verhaal erachter veel te vaag is en de aanloopkosten extreem. En als je niet zeker weet of de fabrikant de laatste bouwstenen nog kan leveren, begin je er al helemaal niet aan. Dat is begrijpelijk, maar ook verrekte jammer! Italiaans dus!


zaterdag 3 maart 2018

Dienstbaar

Hein Tunnissen

Dienstbaar
Dankzij Facebook las ik een column van Slipstreams Herman Joey. Whats in a name? De heer Joey legde nog maar eens het probleem van de marshalls op tafel. Ik dacht: nu gaat het gebeuren, maar niks daarvan. Ging uit als een nachtkaars want de ruzies komen meestal weer goed met een borrel en wat gelach aan de bar. Gemiste kans!
Ik vertel even over mijn eigen leven. Er zijn bijzonder relaxte dagen, maar er zijn ook weken dat het knettert van de spanning. Dan kijk ik bijvoorbeeld non-stop 12 uur op mijn scherm om teksten van anderen te redigeren. Dagen achtereen en ik mag niks missen! Van die concentratieboog word je hondsmoe en dan ben ik blij als het vrijdagavond is en ik een potje kan racen met mijn slotcarretjes. Lekker, effe niks aan de kop.
Nog meer over mijn eigen leven, dat ooit in Brabant begon. Dat is relevant, want Brabanders houden van het leven en doen hun best om er wat van te maken. Lekker eten, potje bier en flink relativeren. Als ik mijzelf dan ook de vraag stel: ‘Wil ik dit wel?’, dan rolt meestal het antwoord er direct achteraan: ‘Nee, dat wil ik niet!’ Mijn vrouw die van boven de grote rivieren is (één koekje bij de thee en vlug de trommel weer dicht) moest wel even wennen aan het idee dat ik ons leven vooral leuk wil maken. Dat van haar, dat van onze kinderen en ook het mijne.
Goed, dat gezegd hebbende voer ik even een voorbeeldje op. Op een kruising gebeurt een klein ongelukje en één van de chauffeurs begint de toegesnelde agenten op een onwaarschijnlijke manier de mantel uit te vegen. De man raast en tiert en dreigt zelfs met geweld. De omstanders spreken er schande van en vinden dat de ruziemaker zich bijzonder onfatsoenlijk gedraagt. De term is dus: ‘Wat een lul!’
Toen wij nog een klein en onbeduidend clubje waren, gingen wij op een dag naar een veel grotere club om eens een beetje mee te rijden met de grote jongens. De consequentie van die grenzeloze gastvrijheid is natuurlijk dat je nog geen tijd hebt om je boterham op te eten, want je moet marshallen. Twee van onze leden kregen in die functie zo ongenadig onder uit de zak van de gastheren (niet snel genoeg, verkeerde baan, auto verkeerd om), dat wij er op de terugweg nog helemaal stil van waren. Of eigenlijk niet, want iedereen schreeuwde in die Volkswagenclubbus om het hardst door elkaar van bozigheid, opwinding en verontwaardiging.
Wat ik miste in die column van de heer Herman is de eindconclusie: iedere coureur die scheldt of schreeuwt, wordt onmiddellijk gediskwalificeerd. Ik ben niet van de regels, maar ik houd wel van fatsoen. En dat tomeloze gekanker op mensen die jouw spelletje mogelijk maken, dat moet eens afgelopen zijn.  Het meest gruwelijke is nog dat die ongecontroleerde agressie wordt gebagatelliseerd met zinnetje als ‘Ja, hij is nogal fanatiek!’. Of er wordt beweerd dat de adrenaline zo opspeelt dat het daarom niet erg is.
Allemaal larie! Zo’n schreeuwlelijk ontbeert iedere vorm van zelfbeheersing en je mag ook wel zeggen dat zijn opvoeding gaten vertoont waar je een olifant doorheen kunt jagen. Niet fijn, dus. Regels in de slotcarracerij, ik houd er niet van. Ik vind ze veelal vergezocht en vaak in strijd met het doel: heel hard (racen) of heel beweeglijk zijn zonder verlies van controle (rally). Naarmate je fatsoenlijker met elkaar omgaat, heb je minder regels nodig. En heb je meer plezier. En dat is toch de kern van de zaak.
Uit de Formule 1 kun je verschillende dingen opmaken. Kijk naar de start met 22 coureurs stijf van de adrenaline en een hartslag rond de 180. Voor twee is het minder dan drie seconden later volledig afgelopen, auto’s zijn wrakken, blij dat we nog leven. Er valt geen onvertogen woord, er gaat niemand met een ander op de vuist. Het kan dus wel! En laten we wel wezen, die hoeveelheid adrenaline is alleen maar toegenomen, de hartslag ruim boven 220 slagen per minuut. Secundo: F1-bolides worden na de wedstrijd gekeurd, want we vertrouwen elkaar. Heel anders dan in de argwanende slotcarwereld waar ieder autootje voor de wedstrijd minutieus moet worden gecontroleerd. Doe dat toch achteraf en begin dan met de nummers één, twee en drie. Spaart reusachtig veel tijd en als nummer twee zich niet aan de regels heeft gehouden (79,5 gram in plaats van 80) dan volgt automatisch diskwalificatie. De rest kunnen jullie zelf wel bedenken, zelfs dat marshalls aardige en bereidwillige mensen zijn. Dienstbaar zelfs! En de kleurenblinde seniele variant die niet meer tot vier of zes kan tellen, moet gewoon een vrijstelling krijgen. Zeker geen verbaal pak slaag! 

zondag 25 februari 2018

Sukkelaars

Hein Tunnissen

Sukkelaars
Ik had natuurlijk in de zomer van 2017 bij een temperatuur van pakweg 24 graden Celsius vier of zes baandelen 3100 van Fleischmann op kunnen meten, om ze vervolgens in de diepvries (-18) of koeling (+4) te leggen. Dan had ik natuurlijk na een paar dagen ‘winters weer’ een aardig beeld gehad van de krimp door de daling van de temperatuur. Ik heb dat niet gedaan en nu weet ik dat die krimp aanzienlijk is. Reken over een lengte van 10 meter op ruim 12 mm! Circuit Deux Chevaux in Musselkanaal vertoont op dit moment, januari 2018, op vijf plaatsen indrukwekkende dilataties. Terwijl er op andere plaatsen ook wel wat kieren zijn, waarvan ik in ieder geval denk dat zij er eerder niet waren.
Dat probleem van krimp schijnt overwonnen te kunnen worden, zelfs door NS. Want het ouderwetse kedeng-kedeng wordt nauwelijks meer waargenomen. Van de andere kant weet de bouwnijverheid als geen ander dat uitzetting en krimp door wisselende temperaturen voor een enorme problemen kunnen zorgen. En wat zien wij dus tot onze grote schrik? De firma Slot.It (Italië) en Scaleauto (Spanje) hebben beide een plastic baan in het assortiment opgenomen, nu Ninco definitief is afgehaakt. Want je hoeft niet gestudeerd te hebben om te begrijpen dat er geen peperdure onderdeeltjes worden verkocht als er geen baantjes zijn. Denk!
Helaas zijn er ook delen in Europa waar de temperatuur wat meer fluctueert dan in de Po-vlakte of de Spaanse hoogvlakte. Nu kun je natuurlijk zeggen dat die paar millimeter er niet toe doen, maar iedereen die weleens een laminaatvloertje zonder acclimatiseren heeft gelegd en daarbij dacht dat het wel los zou lopen, weet nu dat natuurkundige wetten onwrikbaar zijn. Dus ook die nieuwe banen worden langer of korter, al naargelang.
Mijn argwaan is, kortom, volop gewekt. En wat ik vooral jammer vind, is dat de beide fabrikanten voortborduren op de ideeën van 1965. Opnieuw een soort Lego van plaatjes die samen een geheel moeten vormen. Waarom niet even gebeld met knutselaars zoals ik? Waarom niet gevraagd ‘Zijn er nog dingetjes waar wij aan moeten denken?’ Ik maak me sterk dat hier in Nederland heel wat kerels rondlopen die zeer bruikbare en zeer verstandige ideeën hebben over de bouw van plestic banen. Ik geef een voorzetje. Waar mijn autofabrikant op pagina 1 (één) van zijn catalogus al begint te piepen over alle onderdelen van mijn nieuwe voiture die gerecycled zijn en die na overlijden van de aanstaande auto opnieuw gebruikt zullen worden, zo hoor ik niks over duurzaamheid van Slot.It en Scaleauto. Wat een gemiste kans! Daarbij denk ik dat je tegenwoordig anders kunt produceren dan in 1968. Goedkoper en groter. Zou het nou zo moeilijk zijn om een baandeel te fabriceren ter grootte van vier of zesmaal de 3100 van Fleischmann? Denk!
Em dat is nu echt iets wat me van deze kindersport zo godsgruwelijk tegenvalt. Dat gedachteloos blijven hangen in de sixties. Want laten we wel wezen: het kopiëren zit de slotcarindustrie in het bloed, als men niet nog erger is dan de Chinezen! En hoe gek zijn wij zelf? Nieuwe Porsche met plakplaatjes! Meteen kopen! Bij voorkeur met voorintekening! Moet hebben! Meteen in de vitrine zodat je later op Marktplaats kunt beweren ‘heeft alleen een paar testrondjes’ gedaan!
Me hoela! Draai dat ding eens om! Je ziet een auto op een chassis waarvan je er al zeker zestien in de vitrine hebt staan. Innovatie nul, verbetering nakko-de-pakko! Ik heb vijf of zes auto’s Group C. Wat een winstpakker voor Slot.It! Er is geen ruk verschil tussen die Sauber Mercedes, Porsche 956, Toyota 88C of de Jaguar XJR9. Terwijl je toch zou mogen verwachten dat een fabrikant van slotcars op gezette tijden met een doorbraak komt. Die alle andere fabrikanten het nakijken geeft. Zoiets had dus kunnen gebeuren met die nieuwe racebanen van Slot.It en Scaleauto. Maar ik denk dat het meer van hetzelfde is. Waarom krijgt een club als de onze niet een testbaan voor pakweg zes maanden? Denk!
Beide baantjes zullen wel een verbetering zijn ten opzichte van de overleden bandenvretende Ninco-baan waar van meet af aan een enorme stommiteit ingebakken zat, namelijk hoe ruwer, hoe meer grip. En dat is niet zo! Denk!
Onze directeur van Amazingslotcarracing.NL heeft zelf met de hand een beleefde brief geschreven met de prangende vraag’ Welke baan levert het meeste grip?’ Het antwoord is simpel en glashelder: de gladste baan denkbaar. Die van glas of plexiglas. Op die supergladde baan raakt namelijk de maximale hoeveelheid band continue het oppervlak.  Dus als die sukkels ons even gebeld hadden, dan had de komende generatie op een heel ander niveau haar rondjes kunnen rijden. Voor het uitsterven van de dino was een reden! Denk ik!



zondag 11 februari 2018

Super toch?

Hein Tunnissen

Super toch?
Dat het hier is dichtgeplakt met kranten weet u nu onderhand wel. Dat dit de meest achterlijke streek van Nederland is, wist u ook. Dat een binnensmonds gemompeld ‘ja’ of ‘nee’ hier zelfs op de middelbare scholen doorgaat voor een verbazingwekkende volzin, had u zelf ook al bedacht. Maar dat hier in het buitengebied de komende maanden glasvezel voor supersnel internet wordt aangelegd, dat wist u niet. Nu wel en u bent op slag van zessen stik jaloers!
De wet van de remmende voorsprong heeft Muska bereikt en dankzij heel veel geld van Europa, de Provincie, de Centrale overheid en de dapperheid van vijftig procent van de bewoners (eis om tot aanleg over te gaan) krijgen wij glasvezel tot in de meterkast. Wat betekent dit voor Circuit Deux Chevaux, u weet wel dat leuke analoog-digitale slotcarracebaantje in de voormalige paardenstal van die twee mooie zwarte Friezen? Dit: wij kunnen meerdere camera’s boven de baan hangen en die beelden rechtstreeks topspeed wereldkundig maken. The sky is the limit en wij kunnen dus per milliseconde tering veel gigabits streamen. Wie had dat gedacht: in het achterlijke Musselkanaal wordt de toon gezet voor ultramodern slotracen.
Dat betekent concreet dat mijn vriend John Kovalevski in Boston, USA, niet alleen onze wedstrijden kan volgen, maar straks ook kan inloggen met zijn aan zijn pc gekoppelde controller om hiero in Muska een wedstrijdje te rijden. Vanuit Boston USA dus! Ik zelf zit inmiddels in een klein team (denktank!) om te brainstormen over het probleem van het om de beurt marshallen of zelfs maar het terugzetten van de eigen auto bij afwezigheid na een uitvlieger. Maar ik ben ervan overtuigd dat dit uiteindelijk moet lukken met bijvoorbeeld Einsteins E=MC2. Persoonlijk heb ik ook hoge verwachtingen van de inbreng van de gepensioneerde F1-coureur Felipe Massa, die sinds zijn crash in Hongarije als geen ander weet wat de impact is van door de lucht vliegende massa. En daar komt het in die relativiteitstheorie feitelijk toch op neer.
Aardige voetnoot binnen dit verhaal is dat mijn kinderen, die slotcarracen af doen als de meest verachtelijke vorm van elektriciteitsverspilling ooit, enige belangstelling beginnen te krijgen voor deze nieuwe ontwikkeling en zelfs al een beetje besmuikt beginnen te lachen als ik zeg dat ik zonder problemen wel zes banen kan laten draaien, mits zij maar eens bereid zijn het licht achter hun kont uit te doen! Hoe dan ook: het zal niet lang meer duren of er gaat op een Nederlands Technasium binnen het vak Onderzoek & Ontwikkeling een onderzoeksprojectje draaien naar virtueel slotcarracen met de snelheid van het licht. Minstens. Want het kan natuurlijk niet zo zijn dat door een wat trage glasvezelkabelverbinding het slotcarretje van John al uit de baan ligt, terwijl hij kijkend op zijn scherm in de USA nog van niks weet! Dat probleem moeten die wizzkids van mij maar eens zien op te lossen.
Ik kwam op dit geniale idee, toen ik een filmpje wilde maken van de verrichtingen van mijn Circuit24 Ferrari’s op hun eigen circuitje dat ik ter vergroting van de nostalgie in de woonkamer had uitgelegd. Helaas hebben wij geen tapijt dan wel vaste vloerbedekking met broodkruimels en teennagelrestanten. Desondanks denk ik dat het een realistisch zestigerjarenbeeld opleverde.  Nu de kern: ik scheurde mijn autootje over de baan terwijl ik met de linkerhand mijn smartphone vasthield en met de rechter de oude duimenknijper via het scherm controleerde. Wat was de schok? Dit virtuele rijden avant la lettre was echt doodsimpel. Ik stuurde de rode tweezitter (TR60) met racenummer 8 zonder enige moeite in het rond. Dat had ik niet verwacht. Om te beginnen natuurlijk vanwege het door wijven in standgehouden lulverhaal dat mannen geen twee dingen tegelijk kunnen doen, maar anderzijds ook omdat ik niet verwachtte dat mijn scherm voldoende dieptescherpte zou bieden om bijvoorbeeld tijdig te remmen voor een bocht. De conclusie was dat het rijden via een scherm net zo eenvoudig (lees: moeilijk) is als de live ervaring.
Omdat het zo goed ging, werd mijn filmpje natuurlijk veel te lang om te posten via Facebook. Nu had ik het er wel door kunnen drukken, maar dan zou ik daarmee die hele site wereldwijd ontwricht hebben en dat wilde ik dus niet. Alles in de geest van het echte slotcarracen, humoristisch, milieubewust, sportief, betrokken en dus vol overgave.
Gisteravond heb ik de afstand wat vergroot. Ik schat de afstand tussen mijn racebaan Deux Chevaux en mijn kantoor op iets meer dan zevenendertig meter (vgl. eerste vlucht Orville Wright). Op mijn hoofdbeeldscherm kan ik nu met mijn muis racen, terwijl ik gelijktijdig op het tweede beeldscherm deze blog tik! Super toch?, om die wijventerm nog maar eens te gebruiken!   



  

Kano

Hein Tunnissen

Kano
Ik heb een wat oudere vriend (Dat klinkt ook raar!) die nogal fanatiek is met roeien. Niet zo’n oude stalen sloep, maar van die schepies die je bijvoorbeeld bij The Head of The River ziet, de klassieke roeiwedstrijd van Ouderkerk a/d Amstel naar Amsterdam. En hiermee verklap ik een nieuwtje want wellicht is dit jaar (17 en 18 maart) de finish voor het eerst in Amsterdam! Kijk es aan! Hoe dan ook, die oudere vriend van mij vindt dat geroei erg leuk en op een dag, toen ik eens attent naar zijn hobby wilde informeren, versprak ik mij door te zeggen: “Hoe is het met de kano?”
Om de dodelijke kracht van deze ontzettend stomme opmerking weer te geven, moet u zich even afvragen wat er door u heen zou gaan als iemand bij u informeert of de treintjes nog wel netjes langs het perronnetje wil blijven staan, terwijl u overtuigd slotcarracer bent. Dan is zo’n vraag niet fijn! Treinen is van een heel andere orde van grootte dan slotcars. Ik hoef dit niet toe te lichten en volsta met een simpele verwijzing naar het programma ‘Rail Away’ van de EO. Drie tot vier keer per week zo’n suf treintje op primetime! Kan niet missen dus!
Enige tijd geleden kwam mijn vrouw, die denkt dat ik alles kan, triomfantelijk met een grote doos binnen die zij met een bijzonder tevreden glimlach op tafel zette. Ik had direct gealarmeerd moet zijn door haar opmerking ‘Daar zeg ik zo meteen iets meer over!’, maar gek genoeg bleef ik gewoon met onze kinderen kletsen over koetjes en kalfjes, hetgeen een scherpe vertaling is van een hoop gezeik over hun eigen elektrische sportwagen voor de Shell Eco Marathon op Ubbo Emmius in Staka. Toen wij dat min of meer afgerond hadden, kwam zij inderdaad terug om de inhoud te onthullen. Het bleek een trein! Rail toch gauw away!, wat moet ik daar mee? Repareren, sprak zij fijntjes, want hij doet het niet. Ik wist meteen dat zij dus elders de keiharde toezegging had gedaan dat die hoop roest weer rijdend retourtje zou komen en dus zuchtte ik diep. Liefde is soms een beproeving.
Een paar dagen later (er was niemand thuis) gooide ik die hele doos ondersteboven op het laminaat in de kinderkamer (!) en begon met de moed der wanhoop die rails aan elkaar te plakken. Uiteindelijk werd het een soort ovaal met twee wissels die toegang gaven tot een soort extra halve omloop. Op dat zijspoor voor simpele zielen kun je dus bijvoorbeeld een deeltje van de trein achterlaten.
Ik zag veel roest en veel rammelende contacten onderling. De locomotief kraakte, maar knapte zienderogen op toen ik er een halve bus WD40 in leeg had gespoten. Met een blokje van Fleischmann -für Gleis- kraste ik de oxidatie zo goed mogelijk weg, wat toch nog een heidens karwei was. Niet lang daarna reed het treintje vrolijk in het rond. Eén van de wissels bleek definitief kapot, gelet op de hoeveelheid veertjes en afgebroken onderdelen in de doos. Maar dat mocht de pret niet drukken. Door rond te tuffen op halfgas leek het sprekend op Rail Away en het zou me eigenlijk niks verbazen als die depressieve kijkers van de EO in feite naar een modelspoorbaan zitten te kijken waar ze een wisselend decor achter houden.
Na tien of elf rondjes testen begon ik een beetje duizelig te worden en ik besloot uit mijn slotcarlab een chronometer te halen zodat ik eens een rondetijd kon klokken. Met een gehalveerde trein, want ik wist van mijn vriend HJ te MM dat lange treinen in bochten snel ontsporen, wat ook alweer zo’n dom dingetje is. Nee, dan Alphons P.! Die bewees dat een caravan achter een slotcar de wegligging van de laatste opmerkelijk verbetert. Bij treinen doen wagons dat kennelijk niet, zodat je terecht echt grote vraagtekens achter deze uitvinding mag zetten. Hoe dan ook, ik zette de locomotief met kolentender en twee rijtuigen van Wagon Lits op de baan en bepaalde het start-finish punt. Eerst met rijdende start. Ik liet die hoeveelheid schroot goed op gang komen en drukte op het juiste moment de knop in. Na exact 7,2 seconden denderde de boel over de finish. Niet echt indrukwekkend als je bedenkt dat een beetje slotcar 48 meter in die tijd af kan leggen (staande start - kwalificatietijd).
Tegen de tijd dat mijn vrouw thuiskwam, had ik de hele zooi weer in de doos opgeborgen en het bleek nog verrekte lastig te zijn om die wagons weer op de juiste manier in het piepschuim te persen zodat het er ook nog een beetje uitzag. Het werkt weer, zei ik ongeïnteresseerd. “Fijn schat, ik had al gezegd dat je het wel voor elkaar zou boksen. Ik zei: Hein maakt die trein weer piekfijn!”
Het was toen dat ik een enorme hekel aan mijn voornaam kreeg. Dan nog liever Jan!


zondag 4 februari 2018

Serieus

Hein Tunnissen
Serieus
Tijdmeting bij slotcarracing wordt vaak verward met het tellen van ronden. Als je hoort: ‘De tijdmeting werkt niet!’, gaat het vrijwel altijd om het systeem dat de rondjes telt. De eigenlijke tijdmeting is namelijk een afgeleide van die rondenteller. De computer of wat dan ook, zet de chronometer aan op het moment dat de auto’s voor de eerste maal over de sensoren van de rondenteller schieten. Worden die sensoren voor de tweede maal gepasseerd, dan noteert de software één ronde met de daarbij behorende tijd. Simpel!
Het kan natuurlijk ook anders. Bijvoorbeeld door de tijdmeting meteen in te schakelen als de lichten uit zijn. In dat geval loopt de klok dus onafhankelijk van het moment waarop de auto’s de sensoren passeren. Voor dat systeem is ook wat te zeggen, want het is aldus vrij eenvoudig te bepalen of een auto een valse start maakt: de sensor wordt gepasseerd voordat de lichten uit zijn. De twee systemen tegenover elkaar doen een beetje denken aan de baby die één jaar wordt. Wij zeggen één jaar na de geboorte, maar er zijn ook hele volksstammen die zich dan vertwijfeld afvragen waar die 9 maanden zwangerschap zijn gebleven! Velen zien dit tweede systeem als het meest zuivere als het bijvoorbeeld gaat om het bepalen van baanrecords.
Ik heb met mijn baan voor het eerste systeem gekozen. Waarom? Omdat je dan gemakkelijk kunt trainen in het rijden van snelle rondjes: als de je startlijn passeert, begint een nieuwe ronde. Een evident nadeel is dat de snelste starter het systeem in gang zet. Of niet! In 2005, maar ook in 2008 dreigden F1-coureurs in staking te gaan. Dat betekent gewoon niet rijden na het startschot. Ja, en dan kun je als FIA hoog en laag springen; er gebeurt gewoon niks! Gelukkig zijn dit soort belachelijke praktijken bij het slotcarracen nog nooit vertoond! En dat is maar goed ook. Wel zouden de coureurs van de kleine autootjes eens wat vaker met elkaar van gedachten moeten wisselen over wat wenselijk is. Er zijn tal van onderwerpen die voor discussie vatbaar zijn.
Let wel, ik pleit hier niet voor een overkoepelend orgaan dat gaat beslissen wat wij zouden moeten doen op, rond en vooral onder de baan. In tegendeel, maar het zou toch niet zo gek zijn om voor een bepaald systeem te kiezen en dat in te voeren als standaard. Hoe kom ik hier op? Om de simpele reden dat ik mijn baan twee uitrustingsniveaus geef: analoog en digitaal. In een paar gevallen kunnen onderdelen samengaan (ook analoog kan met een lege tank te kampen krijgen), maar in veel situaties moeten voorzieningen dubbel uitgevoerd worden. En dan begint al bij de rondenteller. Worden er nu F1-races gereden, dan vraagt de werkelijkheid om een opwarmronde. De hele meute auto’s blijft keurig in de juiste volgorde rijden en start na die ronde als de lichten uitgaan. Wil je dit nabootsen, dan zullen de auto’s vóór de sensoren opgesteld moeten worden, anders gaat ronde één wel heel erg lang duren!
Om die opwarmronde desgewenst te kunnen rijden, heb ik de startlijn vrijwel aan het begin van het rechte eind gemaakt. Dat geeft de mogelijkheid om de auto’s in slagorde vóór de SF-lijn op te stellen, want daar zitten dus die sensoren. Als de auto’s hun opwarmrondje hebben beëindigd, volgt meteen de eerste realistische boobytrap, namelijk het op de juiste plaats stoppen. En dat valt niet mee, kun je bij ons bijna bij iedere wedstrijd zien. Waarbij ik het moedwillig vingertje breken maar even buiten beschouwing laat. Langzaam rijden met een slotcar is om den drommel niet eenvoudig en ik weet nog dat ik mij enorm verkneukelde toen ik in Best zag hoe daar de opwarmronde werd gereden, waarbij iedere coureur nadrukkelijk werd bevolen voldoende afstand te houden. Lachen!
Digitaal is een ander verhaal omdat de opwarmronde geprogrammeerd kan worden door eenvoudig aan te vinken dat de eerste ronde de opwarmronde is. Simple comme bonjour! Maar hoe het ook zij, de boel moet wel feilloos werken en ook het aanbrengen van de sensoren moet met de nodige precisie gebeuren. Exact op één lijn heeft mijn voorkeur. Ik kreeg dat voor elkaar met mijn laserwaterpasje. Het instrumentje is eigenlijk bedoeld voor het afzetten van een lijn op een muur, maar komt ook uitstekend van pas om de SF-lijn haarscherp te bepalen. Die had ik na wat passen en meten fijn te pakken. Bij de start is die precisie niet echt van belang; bij de finish des te meer. Als de tijdmeting op een duizendste van een seconde nauwkeurig is, dan moet je dus het verschil tussen twee auto’s kunnen bepalen. De eerste neus is winnaar, de tweede de eerste van de verliezers. Ook als ze exact met een haarafwijking naast elkaar finishen. Tja, je neemt je sport serieus of niet!