| Hein Tunnissen |
Krachten
Veel mensen die graag wat laatdunkend over slotcarracen doen,
maken beslist één grote fout! Zij denken namelijk (en zij weten dit verrekte zeker)
dat het rijden met een slotcar erg eenvoudig is omdat die niet uit de bocht
vliegt dankzij de geleideschoen. Dat dit pertinente onzin is, is eenvoudig
aantoonbaar: de auto’s vliegen zelfs bij zeer ervaren coureurs regelmatig uit
het slot. Met geleideschoen en al! Ondertussen vraagt niemand van onze eigenwijze
sceptici zich af hoe dat dan überhaupt mogelijk is. Nog minder vraagt men zich
af waartoe die geleideschoen dan eigenlijk wel dient. De conclusie moet dan ook
zijn dat iemand die een beetje spottend over slotcarracen praat om te beginnen
heel erg dom is en ten tweede in de natuurkundeles vooral met de passer heeft
zitten spelen.
Het antwoord op de vraag is echter simpel. Om te sturen!
Niks meer, niks minder! De geleideschoen volgt het sleufje en daarmee volgt de
slotcar de baan. Dit is overigens het enige aspect waarover de coureur geen
zeggenschap heeft. Om duidelijk te maken dat deze theorie helemaal niet zo vreemd
is, neem ik even een andere sport onder de loep. Waarom slaat een zeilboot niet
om? Antwoord: omdat het schip is uitgerust met een kiel. Nee, nee, nee en nog
eens nee! Dat is fout dus, helemaal fout, want er slaan regelmatig schepen om.
De kiel biedt weliswaar de mogelijkheid om het zwaartepunt te verplaatsen, maar
heeft als belangrijkste taak het schip vooruit te laten gaan. Wablief? Zonder
kiel zou het schip namelijk dwars wegdrijven. En dat is niet de bedoeling.
De kiel van een zeilschip heeft exact dezelfde functie als
de geleideschoen van een slotcar. Het gaat me echt te ver om hier van alles
over het lateraalpunt, het zeilpunt, krachten, koppels, lij- en loefgierigheid
te debiteren. Dan had u maar beter op moeten letten toen in de les Newton ter
sprake kwam. Onthoud voor nu: romp en kiel staat tot geleideschoen en banden.
Een stapje verder leert dat een kracht een tegenkracht oproept. Bij onbalans
tussen die twee vliegt de slotcar uit de bocht. Maar net zoals de zeiler kan
sturen met de zeilen (neem dit nu maar even aan), kan ook de echte slotcarracer
sturen met zijn controller en dus de motor.
Wij naderen een scherpe bocht en onze snelheid is hoog. U
roept angstig: veel te hoog! Nee, let op, vlak voor de bocht gaan wij rap van
het gas en de wagen remt, hetgeen veroorzaakt wordt door een bewuste
kortsluiting in de motor. Meteen daarna (en dit is heel belangrijk en daarom
ontzettend moeilijk) geven wij heel agressief gas, waardoor er tussen de
krachten enige onbalans ontstaat. Je kunt ook zeggen dat de banden die grap
niet aan hadden zien komen. Ze slippen even weg voor zij weer grip vinden en
dat is net voldoende om in samenwerking met de geleideschoen de auto bijna
dwars weg te zetten. Wij noemen dat ook wel ‘schouder erveur’, wat vooral van
toepassing is als de buurman in de naastgelegen track hierdoor uit de baan
wordt getikt.
Als de hiervoor beschreven tactiek niet met uiterste
precisie wordt uitgevoerd is het effect omgekeerd. Niet alleen de auto, maar
ook de coureur gaat op zijn muil. Alleen heel veel oefenen brengt je tot dit
ongelooflijke hoge niveau van slotcarracen. Het bijna haaks omzetten van de racewagen met
behulp van de handrem, in feite. De techniek is trouwens nog vrij nieuw, want
in de tijd van het magneetracen, was dit natuurlijk helemaal niet mogelijk.
Toen was het zelfs zo dat sommige auto’s zo heftig bemagneet waren dat zij aan
de baan vastklikten. Vlogen zij dan desondanks uit de bocht (Ja, en dat
gebeurde echt!) dan betrof het meestal meteen een fatale crash. De onbalans
tussen middenpuntvliedende kracht en magneet ontstond zo plotseling dat de auto
als een veldkei werd gekatapulteerd en meestal gebeurde vrij dicht bij de muur.
Zo heb ik een keer per ongeluk een Audi tegen de muur gedrukt die daar in het
stucwerk bleef hangen alsof het een plat geslagen stuk kauwgum was. De afdruk
van de ringen van het merk staan nog steeds als een fossiel in die muur.
Slotcarracen is gewoon heel erg moeilijk. Misschien nog wel
moeilijker dan tennis, want dat kent nauwelijks bochten en het speelveld is
altijd even groot. De vergelijking met golf is ook lastig, want bij die sport
mag je net zo lang slaan totdat het balletje in het holletje ligt. Slotcarracen
is wat dat betreft veel harder: je hebt pas gewonnen als je gewonnen hebt.
Best geniaal geformuleerd, Teun!