zondag 22 oktober 2017

Opnieuw

Hein Tunnissen
Opnieuw
Dank voor alle felicitaties! Mijn vrouw was er vanochtend al vroeg bij: Je publiceert vandaag blog 156 lieverd, je bent drie jaar goedbezig! Ik moest erom lachen, want ze leest mijn blogs niet altijd. Terecht, want ze zou er een dagtaak aan hebben om alles te lezen wat ik schrijf. En het meeste is voor haar echt niet interessant. Het gaat vaak over hele onbegrijpelijke dingen, dus waarom zou je dat lezen?
Toen ik ermee begon, was dat vooral om de website van onze club een boost te geven. Je kunt kritiek hebben, maar het is beter om met wat positiefs te komen. U begrijpt: ik heb in het bedrijfsleven voldoende dagen op de hei doorgebracht met het opslurpen van allerlei nieuwe technieken en gedachten waarmee de productie omhoog en de kosten omlaag gaan. Die website is ondertussen ter ziele (Under Construction) en ik verwacht niet dat die nog ooit weer overeind wordt gezet.
Tegenwoordig hebben we Facebook. De leden zijn het meest actief op Amazing Slotracing Clubforum (besloten) en daarnaast hebben we nog Amazing Slotcar Racing, een FB-pagina die nog het meest doet denken aan een bejaardentehuis. Er gebeurt werkelijk helemaal niks op die pagina. Behalve dan de wekelijkse aankondiging van mijn blog. Maar om nou te zeggen dat dit een aansporing is, die kop van mij 18 keer achter elkaar?
In mijn kringetje zaten ze daar al helemaal niet op te wachten en men sprak dan ook hardop zijn twijfel uit of het haalbaar zou zijn om iedere week een blog over slotcarracen te publiceren. Dat gaat jou niet lukken!, hoorde ik om de haverklap. Ik zou niet weten waarom niet. Ik ben van de ouderwetse school (als je maar lang genoeg leeft, wordt iedere opleiding als vanzelf achterhaald) waarin je vooral ingepeperd kreeg dat schrijven gewoon buffelen is. Werk! Niet lollig! Aanpakken en aanpoten. Dat was wel juist want werken bij een krant was beduidend minder romantisch dan vaak wordt gedacht. Een chef die een waardeloos persbericht op je bureau gooit en zegt: Zes minuten! Dat was dan de tijd om te checken en te schrijven. Mijn docent zei altijd: Zes seconden is ook tijd waarin je iets kunt doen!
Sindsdien ken ik geen stress meer. Ik heb zo vaak bij iemand een persbericht op zijn desk gegooid met de toevoeging ‘Zes seconden!’ dat ik er niet meer warm of koud van word. Daarbij is dankzij al die moderne opleidingen waarin bijvoorbeeld leerlingen groep 6 Basisschool vooral moeten nadenken over de richting en de bedoeling van het onderwijs, de kunst van het spellen en correct schrijven een beetje naar de achtergrond gedrukt. Tel daarbij alweer een prostaatcommissie van Taalvernieuwers, aangesteld door een minister die zelfs het zetten van zijn handtekening heeft uitbesteed, die na maanden nadenken (sic!) opnieuw met een lijst van onzinnige veranderingen komt waar niemand een touw aan vast kan knopen. Gelijktijdig is dankzij Microsoft Word iedereen journalist, public relations medewerker, communicatiespecialist en/of tekstschrijver. Of wordt verondersteld dat te zijn.
Al die huppelkutjes die zo graag een swingende baan in de wereld van de media willen, komen van een koude kermis thuis als zijn hun eerste persbericht moeten schrijven en daarna een blaffende journalist aan de telefoon krijgen (23.15 uur) met de startmededeling wat hij in godsnaam aan moet met dat kutpersbericht?! “Mijnheer, weet u wel hoe laat het is?” Jawel trut en jouw naam staat eronder en ik ben aan het werk!
Ze willen dus vooral leuke bijeenkomsten organiseren en kletsen dan een hele middag weg over de vraag of er op het glaasje rose champagne bij binnenkomst een cerise moet of gewoon een kers?! Kijk, dat is communicatie! GTW! RTO! Uit diezelfde hoek komt ook de gevleugelde vraag: Schrijf jij dan een leuk verhaaltje? Dat is het niveau. Leuk verhaaltje; daarmee is het intellectuele denkvermogen wel afgebakend. Mijn docenten maakten daar korte metten mee. Ze trainden ons op een barbaarse wijze in het snel, direct en krachtig formuleren van wat er aan de knikker was. Je tikte een persbericht. Zij gooiden het weg en brulden: Opnieuw! Na tien of twaalf keer riepen ze: “Ok, goed verhaal!”, zonder dat ze het gelezen hadden. Ging recht de krant in. De eerste nacht heb ik er niet van geslapen, bang dat er nog een foutje in zat. Deze blog heb ik in 25 minuten geschreven. Dat tempo hou ik nog wel een paar jaar vol!




zondag 15 oktober 2017

Krachten

Hein Tunnissen
Krachten
Veel mensen die graag wat laatdunkend over slotcarracen doen, maken beslist één grote fout! Zij denken namelijk (en zij weten dit verrekte zeker) dat het rijden met een slotcar erg eenvoudig is omdat die niet uit de bocht vliegt dankzij de geleideschoen. Dat dit pertinente onzin is, is eenvoudig aantoonbaar: de auto’s vliegen zelfs bij zeer ervaren coureurs regelmatig uit het slot. Met geleideschoen en al! Ondertussen vraagt niemand van onze eigenwijze sceptici zich af hoe dat dan überhaupt mogelijk is. Nog minder vraagt men zich af waartoe die geleideschoen dan eigenlijk wel dient. De conclusie moet dan ook zijn dat iemand die een beetje spottend over slotcarracen praat om te beginnen heel erg dom is en ten tweede in de natuurkundeles vooral met de passer heeft zitten spelen.
Het antwoord op de vraag is echter simpel. Om te sturen! Niks meer, niks minder! De geleideschoen volgt het sleufje en daarmee volgt de slotcar de baan. Dit is overigens het enige aspect waarover de coureur geen zeggenschap heeft. Om duidelijk te maken dat deze theorie helemaal niet zo vreemd is, neem ik even een andere sport onder de loep. Waarom slaat een zeilboot niet om? Antwoord: omdat het schip is uitgerust met een kiel. Nee, nee, nee en nog eens nee! Dat is fout dus, helemaal fout, want er slaan regelmatig schepen om. De kiel biedt weliswaar de mogelijkheid om het zwaartepunt te verplaatsen, maar heeft als belangrijkste taak het schip vooruit te laten gaan. Wablief? Zonder kiel zou het schip namelijk dwars wegdrijven. En dat is niet de bedoeling.
De kiel van een zeilschip heeft exact dezelfde functie als de geleideschoen van een slotcar. Het gaat me echt te ver om hier van alles over het lateraalpunt, het zeilpunt, krachten, koppels, lij- en loefgierigheid te debiteren. Dan had u maar beter op moeten letten toen in de les Newton ter sprake kwam. Onthoud voor nu: romp en kiel staat tot geleideschoen en banden. Een stapje verder leert dat een kracht een tegenkracht oproept. Bij onbalans tussen die twee vliegt de slotcar uit de bocht. Maar net zoals de zeiler kan sturen met de zeilen (neem dit nu maar even aan), kan ook de echte slotcarracer sturen met zijn controller en dus de motor.
Wij naderen een scherpe bocht en onze snelheid is hoog. U roept angstig: veel te hoog! Nee, let op, vlak voor de bocht gaan wij rap van het gas en de wagen remt, hetgeen veroorzaakt wordt door een bewuste kortsluiting in de motor. Meteen daarna (en dit is heel belangrijk en daarom ontzettend moeilijk) geven wij heel agressief gas, waardoor er tussen de krachten enige onbalans ontstaat. Je kunt ook zeggen dat de banden die grap niet aan hadden zien komen. Ze slippen even weg voor zij weer grip vinden en dat is net voldoende om in samenwerking met de geleideschoen de auto bijna dwars weg te zetten. Wij noemen dat ook wel ‘schouder erveur’, wat vooral van toepassing is als de buurman in de naastgelegen track hierdoor uit de baan wordt getikt.
Als de hiervoor beschreven tactiek niet met uiterste precisie wordt uitgevoerd is het effect omgekeerd. Niet alleen de auto, maar ook de coureur gaat op zijn muil. Alleen heel veel oefenen brengt je tot dit ongelooflijke hoge niveau van slotcarracen.  Het bijna haaks omzetten van de racewagen met behulp van de handrem, in feite. De techniek is trouwens nog vrij nieuw, want in de tijd van het magneetracen, was dit natuurlijk helemaal niet mogelijk. Toen was het zelfs zo dat sommige auto’s zo heftig bemagneet waren dat zij aan de baan vastklikten. Vlogen zij dan desondanks uit de bocht (Ja, en dat gebeurde echt!) dan betrof het meestal meteen een fatale crash. De onbalans tussen middenpuntvliedende kracht en magneet ontstond zo plotseling dat de auto als een veldkei werd gekatapulteerd en meestal gebeurde vrij dicht bij de muur. Zo heb ik een keer per ongeluk een Audi tegen de muur gedrukt die daar in het stucwerk bleef hangen alsof het een plat geslagen stuk kauwgum was. De afdruk van de ringen van het merk staan nog steeds als een fossiel in die muur.
Slotcarracen is gewoon heel erg moeilijk. Misschien nog wel moeilijker dan tennis, want dat kent nauwelijks bochten en het speelveld is altijd even groot. De vergelijking met golf is ook lastig, want bij die sport mag je net zo lang slaan totdat het balletje in het holletje ligt. Slotcarracen is wat dat betreft veel harder: je hebt pas gewonnen als je gewonnen hebt.

Best geniaal geformuleerd, Teun!    

zaterdag 7 oktober 2017

Slot Devil

Hein Tunnissen
Slot Devil
Sommige slotcarracers worden wel aangeduid met de term ‘tapijtracer’. Dat klinkt denigrerend en zo is het ook bedoeld. Want om een beetje op je knieën onder de tafel door te kruipen, omdat je autootje uit het bochtje is gevlogen, dáár raakt geen vrouw opgewonden van! Nee, allicht niet! Ik moest aan deze geradicaliseerde slotracers denken toen ik laatst mijn Mosler openschroefde. Die was beslist toe aan een onderhoudsbeurt, want in plaats van een stil zoemende machine leek het warempel wel een Nincoschuit. Toen de kap op de tafel viel, zag ik het meteen. Veel haren en menselijke resten rond de lagers en het achterasje. De tandwielen zagen er nog wel goed uit, maar ze lagen beslist niet meer zo mooi in lijn als ik ze indertijd had vastgezet toen ik de King verving door een Apache. Kennelijk was de kracht van de laatste zo orkanig dat zelfs de tandwielen niet op hun plaats bleven.
Vanwege het stof en alle katten- en hondenharen begon ik gezellig in mezelf te mopperen: Ze mogen daar te TE weleens wat vaker de stofzuiger hanteren! Dat homo-gedoe met een Swiffer is echt niet voldoende! “Ja”, zegt mijn vrouw dan wijsgerig, “daarmee lijkt het schoon, maar dat is het niet. Je veegt het stof en vuil gewoon een beetje in het rond!” Wie ben ik om haar tegen te spreken?
Omdat er bij ons (#Muska) ook weleens wat door de kamer dwarrelt, hebben mijn vrouw en ik een strak stofzuigregime opgezet, waarbinnen onze kinderen beslist niet worden ontzien. Sterker nog, een beetje kinderarbeid doet hen beseffen dat het de moeite waard is bij binnenkomst de schoenen te vegen. Desondanks ligt er af en toe een vlokje of een vliegje. Dood natuurlijk, maar toch! En toen ik zo dus gezellig aan mijn Mosler aan het prutsen was, bedacht ik hoe praktisch een robotstofzuiger zou kunnen zijn. Je sleutelt wat en ondertussen doet de elektromechanische knecht het werk. Meteen daarna kreeg ik een nog veel genialere inval: een robotstofzuiger als de Dirt Devil Spider kun je eenvoudig van een geleideschoen voorzien, waarna onze held in alle rust de tracks veegt. Dat kan een uurtje voor de raceavond zijn, maar natuurlijk net zo goed tijdens een pauze. Misschien, zo mijmerde ik, kan ik hem wel programmeren voor mijn Slot.It-regelaar zodat ik met gebruikmaking van modus 4, de snelheid van deze overmaatse slotcar zelf kan instellen.
Met mijn Mosler was het veel erger gesteld dan gedacht zodat ik de stofzuiger-philosophie even laat voor wat ie waard is. Misschien kunt u er zelf eens een gedachte over laten gaan, terwijl u rustig verder leest. Nadat ik al die zwarte katten uit mijn autootje had gejaagd, zag ik tot mijn niet geringe verbazing dat de onverwoestbare NSR-motormount van die onbekende triple world champion, helegaar in tweeën was gebroken. Precies onder de motoras. Vriend Good had daar enige tijd geleden ook mee te kampen en die was behoorlijk gepikeerd, dat kan ik u wel vertellen! Ik niet minder! Ninco-kwaliteit, kraste ik in mezelf en zocht de twee componentenlijm, uitvoering plastic. Enige minuten later had ik een leuk snothapje in het mengschaaltje en dat smeerde ik royaal op de breuklijn. Effe wuiven, effe geduld en muurvast. Beter dan het origineel.
De conclusie moet zijn dat die Apache zo ligt te bonken, dat het materiaal het begeeft. Want dit was beslist niet het gevolg van een simpele aanrijding of zo. Toen ik de motor weer vastklikte, besloot ik de motor met twee schroefjes vast te zetten, waarmee ik gelijktijdig voorkwam dat de gelijmde breuk het opnieuw zou begeven. Hoe slim! Nadat ik de tandwielen weer volgens de regels der kunst had vastgezet, liet ik de Mosler even een stukje rennen op mijn thuisbaan. Ja, hier kan ik wel spreken van een succesje! Snaarstrak en oerend hard, zoals alleen een Mosler dat kan. Maar omdat de plicht riep, pakte ik al na 67 rondjes mijn rooie held van de baan. Oh, oh! Allemaal stof en haren aan de slepers en in de buurt van de achteras. Natuurlijk alles knetter statisch, zodat het niet eens meeviel die viezigheid eraf te peuteren.

De kogel was door de kerk: ik bestelde meteen online een Dirt Devil Spider voor de verjaardag van mijn vrouw en voor mijzelf maar meteen twee. Daarna begon het lange wachten. De volgende dag echter, het klokje had net twee aangetikt, ging de bel. Dat was onze pakjesman!  En ja hoor! Drie dirty devils in disguise! Na tergend lang opladen zette ik de twee mooiste op mijn racebaan met de opdracht ‘volg de plint’. Ach, ach, wat was dat een leuk gezicht! Ik had mezelf niet gelukkiger kunnen maken, denk ik!  

zondag 1 oktober 2017

Hoek

Hein Tunnissen
Hoek
Het gebeurt niet vaak, maar kortgeleden gebeurde het! In één klap raak! Precies goed! Ik zei meteen: Niks meer aan doen! Wat was het geval? Het was een vrijdagavond en een belangrijke delegatie van onze club was op uitnodiging in Canada. Degenen die niet op deze dienstreis mee mochten, zoals ik, zaten in ons clubhonk wat in de koffie te roeren en ondertussen wat te ouwehoeren. Niveau nul, als ik eerlijk ben. We bereikten bijna de vrouwelijke equivalent van belangstelling voor elkaar: Doe jij nog suiker in de koffie, dan? Met zo’n lijntje????
Enfin, voordat het al te gruwelijk werd, gingen we met controller en banden aan de slag. Onze twee snelste helden deden samen een potje deslotten en ikzelf dook achter een roodzwart sleuteltafeltje en knipte daarbij nogal dreigend alle halogeenspotjes aan die er maar waren alsof ik daarmee pottenkijkers kon tegenhouden. Genius at work! Mijn Renault 8 Gordini op Plafit-onderstel was enige weken daarvoor zonder enige waarschuwing vooraf, gierend tot stilstand gekomen en mijn conclusie was dat het pignon op de motoras slipte. Collega Fokko had mij al aangeraden om het oppervlak van die as met een ruige vijl flink te bekrassen om er daarna met secondelijm het tandwieltje op te lijmen.
Secondelijm en slotcarracers, het is een ongelukkige combinatie! Je gebruikt minder dan een drupje en meteen daarna zit het hele kapje vol met vlekken, zijn de ruiten ondoorzichtig geworden en heb je een krabbende wijsvinger achter je oor geplakt. Hoe kan dat toch? Daarom had ik mij diepste concentratie voorgenomen en vooral een zeer gestructureerde aanpak. Benodigd gereedschap netjes op een rijtje, het kapje veiligheidshalve onder een doekje op een andere tafel, de schroefjes ordelijk in een klein plastic bakje en een tandenstoker bij de hand om de lijm super gedoseerd aan te kunnen brengen, om te voorkomen dat even later niet alleen het pignon, maar ook het motorlager met de as versmolten zou zijn. Voordat ik de operatie No Return in gang zette, bestudeerde ik nogmaals de reden van het gegier. In het helse halogeenlicht zag ik dat het pignon het kroonwiel niet eens raakte! Het motortje draaide gewoon doelloos rond, zoals een half doodgespoten vlieg dat op zijn rug op de vloer van de keuken ook kan doen. Aha! Andere kwestie dus!
De AW-kwestie in optima forma zelfs want wat is de meest wenselijke hoek bij een AW-opstelling? De firma Slot.It en concurrent NSR hebben daar volstrekt verschillende theorieën over en daar komen dan nog de opvattingen van zo’n slordige 10.000 Duitse 24-coureurs bij. Wij in Nederland zijn hierbij overigens meestal dociel volgend. Zo ik! Nu had ik van Fokko gehoord dat de ideale hoek alleen te bepalen valt met heel veel geduld, door het motortje stelselmatig minder dan een haardikte van hoek te laten veranderen, totdat er geen geluid meer hoorbaar was. Volmaakte stilte duidt op perfectie!
Omdat Plafit een ruime Duitse markt bedient, heeft deze fabrikant in het chassis maar meteen vier gaatjes geboord, zodat er wat te kiezen valt. In de gebruiksaanwijzing wordt hierover na het Dankwoord met geen woord gerept. Omdat het ding in ieder geval gelopen had, besloot ik hetzelfde gat aan te houden. Schroefje tikje lossen, verstellen en vast! Het wrong verschrikkelijk en na nog acht pogingen, gaf ik het op. Ander gat! Maar het losdraaien ging moeizaam. Ik bekeek het schroefje eens goed en kon eigenlijk niet meer vaststellen of ik Torx nodig had of een Philipsschroevendraaiertje. Zuchtend stond ik op en slofte ik naar mijn kist wat verderop. Dat waren de eerste stappen naar succes, want onderweg herinnerde ik mij dat ik ooit een zakje schroefjes-meuk van de firma Plafit had gekocht evenals een vergelijkbaar stel gekriebel van de firma Scaleauto. Ik dacht spontaan: Wat ben ik toch goed!
Ik vond het setje schroefjes, moertjes, plaatjes en ringetjes onmiddellijk en terwijl ik terugliep naar de sleutelplek besloot ik in plaats van een schroefje in het tapgat te draaien, een schroefje met een moertje te gebruiken. Dat lijkt een subtiel en dus te verwaarlozen detail te zijn, maar dit zijn nu juist de dingen waarmee de wedstrijd uiteindelijk wordt gewonnen. Ik bracht de motor in stelling en zocht ruwweg naar de beste hoek. Het werd gat drie en daar duwde ik het schroefje door. Het was toen slechts nog een kwestie van een half uur prutsen om het spanringetje en het moertje op hun plaats te krijgen, maar daarna was het dan ook meteen helemaal klaar. Ik draaide voorzichtig aan de achteras en ontdekte tot mijn verbazing dat beide tandwielen praktisch zonder wrijving, geknars en gewrik tegen elkaar draaiden. Ik wist meteen: Once in a lifetime!, wat enorm fijn is want nu hoef ik daar nooit meer op te rekenen. Wat veel rust geeft!


  

zondag 24 september 2017

Vangrails

Hein Tunnissen
Vangrails
In de tijd van de zure regen (in Polen stierven hele bossen uit, heremetijd!) werkte ik in Den Haag en op een dag zat ik in een vergadering waar die regen ter sprake kwam. Als ik me goed herinner, was iedereen er een beetje stil van. Alsof de klimaatproblematiek als een donderwolk (met zure regen) boven onze vergadertafel hing. Even verderop hoorden wij een zestal secretaressen schateren van het lachen; die hadden kennelijk geen weet van deze milieukwestie en anders kon het hen blijkbaar geen bal schelen. Eén onzer opperde, out of the blue, de mogelijkheid dat die zure regen weleens de vangrails in Nederland zou kunnen aantasten en dat dan het aflekkende regenwater de grond zou vervuilen met zink (Zn – 30)! Onze voorzitter barstte daarop uit in een homerisch gelach en vroeg de verschrikte man in kwestie of hij vroeger als kleine jongen wellicht een scheikundedoos had gehad? Dat bleek niet het geval. Collega had de mogelijkheid slechts geopperd omdat TNO de zaak aan het doorrekenen was, op jaarbasis welteverstaan. En het zag er niet goed uit. Nu lachte niemand meer, want met zijn achten waren wij eigenlijk wel verantwoordelijk voor het milieu in Nederland, althans zo voelden wij dat.
Met het naar de bodem afdruipende zink bleek het uiteindelijk dik mee te vallen en opgelucht smeten wij allen het vuistdikke TNO-rapport in de sarcofaaglade van onze bureaus.  Maar omdat ik als journalist nooit iets echt weggooi, diepte ik het weer op toen het moment van ‘vangrails langs de racebaan plaatsen’ was aangebroken. Wat wist ik eigenlijk van vangrails? De angst van iedere motorrijder, de redder van de automobilist. En dat ze verzinkt zijn. Slechts een paar mu, maar toch! Als slotcarracer moet je van veel markten thuis zijn!
Nu heeft de firma Fleischmann bij leven veel goede dingen gedaan, zoals het fabriceren van vangrails die bijzonder goed lijken op de exemplaren langs de Autobahn. Eerst waren die van te hard plastic, en dus braken ze om de haverklap af. Daarbij leken ze verdacht veel op Oostenrijkse koeienhekjes. Dus men kwam met rollen vangrail van zacht en soepel plastic. Van dat oprollen kreeg ik bijkans zelfmoordneigingen, om eerlijk te zijn. Had je het ene uiteinde vastgezet, dan vloog dat weer los als je het andere uiteinde probeerde vast te prutsen. Daarbij leek de rol in de verste verte niet op die mooie en duurzaam verzinkte vangrail uit de BRD. Later begreep ik dat juist het Fleischmann-achtje met chicane bijzonder veel baat bij die zelfontspannende vangrail had. Hoe dan ook, ik besloot om de vangrails grondig te verbeteren. Allereerst benaderde ik de heer M. Pool met de vraag of bij hem wellicht vangrails de aanbieding van de week vormden. Dat was meteen het geval.
Nauwelijks een dag later kreeg ik een pakket vangrails dat zeer zorgvuldig in allerlei plastic zakken was verpakt, die op hun beurt weer helemaal waren omwikkeld met de meest gemeen plakkende tape die je maar kunt voorstellen. Maar met een Stanley tapijtmes bleek het klusje toch nog binnen een kwartiertje geklaard. Bedankt Martin! Zorgzaam als je bent! Om te kunnen komen tot deze pakketkunst waren alle stukjes strak opgerold en dat bleek een voorkeurshouding van het materiaal. Ik schatte meteen in dat het onmogelijk was om die vangrails effectief te spuiten met een spuitbus zilverkleurige verf van Action. Wat te doen? Ik wachtte tot mijn vrouw voor enige boodschappen het pand had verlaten, greep toen haar grote spaghettipan en liet die voor driekwart vol met water stromen.
Ik wist meteen dat ik twee, misschien wel drie vliegen in één klap zou slaan, want het kinderspeelgoed van weleer zat nog helemaal vol met aangekoekte vliegenstront, kleverige snoekjes, stukjes uitgehoeste lolly en wat WD40-sporen. De stukken die daar naar roken, kwamen kennelijk van mijn eigen oude baan. Dat spul fungeert namelijk een beetje als mijn handtekening; ik spuit het overal op. En vrijwel altijd met succes.

Afijn, het zag eruit als een lekkere pan spaghetti en toen het water eenmaal aan de kook was, gingen alle slierten er net als echte spaghetti eens lekker relaxt bijliggen. Een beetje wraakzuchtig liet ik het water nog vijf minuten flink doorkoken, maar strikt noodzakelijk was dat niet.  Met de pan onder de arm rende ik naar de schuur waar ik een oud steigerdeel op bokjes had klaar staan waarop ik de slierten mooi kon uitleggen. Strak en recht. Na afkoeling had ik bijna twaalf meter snaarstrakke schone Duitse vangrails. Afkoelen en spuiten maar! Jaja, het Souterrain kan nog wel iets van mij leren!

zondag 17 september 2017

Putten

Hein Tunnissen
Putten
Laatst hoorde ik van iemand dat de jongens van ‘De Bunker’ in Drachten eigenlijk vooral een motorclub vormen. Beetje mooi weer-rijders dus, want van oktober-november tot eind april gaat de motor in het vet en rijden de heren dus verder als slotraceclub. Dat was voor mij welkome informatie, want toen begreep ik meteen waarom die jongens eind april al met het zomerreces beginnen als het om de slotracerij gaat. Ik vond die lange lentevakantie, overlopend in een hele grote zomervakantie en uitlopend in een hele grote herfstvakantie wel een beetje overdreven. Toen ze dan ook de huur niet meer konden ophoesten, vond ik dat wel zielig, maar ik dacht ook meteen: wie wil er nou lid zijn van een club die zeker de helft van het jaar gesloten is?
Het blijkt dat Klaas Bos zich het lot van die Friese knapen heeft aangetrokken, want hij heeft de heropening van zijn winkel precies aan de vooravond van het seizoen 2017-2018 gepland. Wat is het idee? De mannetjes van ‘Die Bunker’ zetten op zaterdagochtend 7 oktober allemaal de helm op de kop of trekken die over de oren en dan rijden ze in optocht naar Putten. Dat is een niet al te grote afstand, dus dat moet lukken. Ik vind het een prachtig idee: de combinatie van twee liefhebberijen op één dag en een leuk ritje van Drachten naar Putten. Is, afhankelijk van de gekozen route iets meer of iets minder dan 130 kilometer. Moet kunnen. Want dat rijden wij op vrijdagavond namelijk al met een slotcar!  Kunnen ze op zondag mooi de warmgedraaide motor oppoetsen en volsmeren met zuurvrije vaseline voor de winterslaap. Niet vergeten de accu aan de druppelaar te hangen!
Wij, de vrienden van Amazingslotcarracing te TE hebben voor dit soort gedoe een speciaal VW-busje in stemmig diepzwart. Eigenlijk is het een stretched keverlimo. Daarmee kunnen we dus lekker naar Putten tuffen en onderwijl babbelen we dan wat over zaken die ons zoal interesseren, maar meestal over slotcars. Ik denk ook dat er dan in Ermelo nog een tussenstopje wordt gemaakt om wat poen te pinnen. Er zijn er namelijk onder ons die met de bankpas niet helemaal te vertrouwen zijn (zegt hun vrouw) en dat is natuurlijk een dingetje waar die Klaas Bos in ruil voor een zak patat handig gebruik van maakt. Maar goed, die wijven hebben daar wel punt!
Je koopt tien kleine zakjes met feestkorting en je rekent zomaar €84,50 af. Dan moet je nog die nieuwe auto hebben, want daarmee spaar je de porto uit, zes setjes Scaleauto schuimbandjes want anders kun je niet rijden, laat staan een beetje meekomen en als je dan toch aan het tjoenen bent, moeten er ook nog maar een paar rechte asjes bij inclusief die poepdure world champion naaldlagers van NSR, zodat je uiteindelijk met rode wangen bijna €300 hebt betaald voor je zak patat en dan laat ik de kwestie van de kosten van het carpoolen nog maar even buiten beschouwing.
Nu staat daar wel heel wat tegenover. Natuurlijk een leuke & gezellige clubdag en de ontmoeting van talloze gelijkgestemden, sommige zelfs BN-er! JeeWee van Capelleveen zit in een apart hoekje exemplaren van zijn nieuwe Racebaanboek te signeren, die hij daarna gratis weggeeft. Now we’re talking! Fleischmannparadijs en Fleischmann Zutphen hebben buiten op de stoep een kraampje ingericht met allemaal vintage. Deze antiekmarkt geeft de feestelijke heropening van de moderne slotcarzaak nog meer glans.
Noorderling Fokko Zoutman geeft ’s middags twee workshops. De volgorde is nog niet helemaal duidelijk, maar de onderwerpen wel. Hij zal zeker uitgebreid spreken over de al dan niet beleefde omgang met Duitsers in relatie tot slotcarracen in Duitsland op Carrerabanen en hij zal een boekje opendoen over alle nadelen van auto’s op een Scaleauto-chassis, namelijk het gebrek aan handleidingen en de bittere noodzaak om ieder chassis om de zes weken weer helemaal recht te trekken met een richtbank dankzij talloze loslopende bouten en moeren.
Wat ook zeker aardig is, is de kunst van het herkennen, want ongetwijfeld staat er straks een onopvallend autootje met Fries kenteken in een zijstraat wat verderop geparkeerd waaruit een capuchon met zonnebril stapt ter spionage. Herkennen wij daar de eigenaar van Slotracing2Go? En horen wij daar achterin, achter die stellingkast een onvervalst Brabants accent? Mogelijk de charmante eigenaresse van SRHW.com uit Oirschot? Als dat zo is, dan zal die boomlange Tom Peters ook wel ergens staan, want dat is een netwerker in optima forma.
Het is niet aan mij om alles te verklappen, maar ik raad eenieder dringend aan zaterdag 7 oktober vrij te houden. Zeg desnoods tegen je vrouw dat je moet overwerken en dat het echt niet anders kan. In zekere zin is dat nog waar ook! Zeker voor Alphons P., want die demonstreert zijn mobiele 3-spoorsdemobaan op accu’s! Een primeur! CU!

    

zondag 10 september 2017

Spijkertje

Hein Tunnissen
Spijkertje
In het leven van een slotcarracer leven een paar vragen die in feite dat leven domineren: Waarom rijdt een slotcar goed en wat moet ik doen om mijn slotcar beter te laten rijden? Een goed verstaander begrijpt hieruit meteen dat goed en beter natuurlijk synoniem zijn met hard en harder, maar ook linken aan wegligging en rijgedrag. Een stuiterkont is niet bepaald een wenselijk type, terwijl ook een staartglijder niet echt op applaus hoeft te rekenen. Nu geef ik even een voorbeeld van hoe secuur iemand te werk moet gaan om de status ‘goed’ te bereiken. Het uitgangspunt is een nagelnieuwe slotcar: Verwijder de banden en kijk de velgjes na op plestic spikkels die soms achterblijven. Verwijder die. Verwijder ook de motormount en kijk die ook na op van die spikkels. Hetzelfde doen we met het chassis.
Ik bedoel: als zo’n ding van tachtig euro al niet rijdt vanwege een paar achtergebleven plestic hutseflutjes, wat is dit dan in godsnaam voor een sport? Zwijg ik nog maar over de controle van de assen (Zijn ze recht?), het vastlijmen van de lagers met hotmelt, het nauwkeurig afstellen van de tandwielen en de achteras en het onmiddellijk vervangen van de geleideschoen die af fabriek echt recht de prullenbak in kan, inclusief de slepers die minstens zo waardeloos zijn. Opgeteld is dit de standaard donderpreek op internet om uw slotcar ‘goed’ te laten rijden.
Wij, de professionals van Amazingslotcarracing te TE, hanteren de eenvoudige vuistregel ‘een stille kar is een goeie kar’, hetgeen meestal wel waar is. Heb je bijvoorbeeld een leuke Ninco, dat blijkt dat ding op de baan een klereherrie te maken dat je moet vrezen dat ieder moment de tandwielen door het dak naar buiten zullen komen. Maar dat valt mee. Slechts een enkele keer vliegt zo’n product in de hens, maar in de vitrine is dat voor zover wij weten nog nooit gebeurd.
Een dingetje dat veel meer onze aandacht zou moeten hebben dan dat braampjes-gedoe is het gegeven binnenwiel versus buitenwiel. Het laatste draait of moet sneller draaien dan het binnenwiel om wringen te voorkomen. Zo is het in het echt, zo is het op onze baan. Aannemelijk is nu dat naarmate de grip beter is, het fenomeen zich des te ernstiger zal voor doen. Op internet hebben wij vaak gelezen over de zero-grip banden voor, maar als dat een oplossing is, dan is het de vraag hoe het achterop gaat, waar wij alles, maar dan ook werkelijk alles doen om de band met de baan te doen verkleven. Max-grip bij voorkeur.
Bij grote auto’s draaien de aangedreven voorwielen onafhankelijk van elkaar. Als het buitenwiel sneller wil draaien, ga je gang! Bij aangedreven achterwielen zag je vroeger altijd een differentieel, een mechaniekje om dat mogelijk te maken. Er waren zelfs slotcars die dat hadden, maar zij die zich deze techniek nog weten te herinneren, weten ook dat de tandwieltjes in het bolletje oneindig kwetsbaar waren. Geen oplossing dus. Wij te TE gingen echter niet bij de pakken neerzitten en vroegen een expert zijn visie te geven op onafhankelijk draaiende voorwielen, juist omdat het probleem zich daar nog ernstiger lijkt voor te doen.
Zo kon het gebeuren dat wij allen gezellig rond de tafel zaten met koffie, koek, koekjes, muffins, cup cakes, speculaas, donuts, marshmallows en een flinke bak M&M’s voor een echte & gezellige workshop. Nodig een holle as dia drie millimeter (Krikke), secondelijm van Pattex, één wattenstaafje van Kruidvat, WD40 (Action) of een of andere niet geparfumeerde olie (Aldi) en een paar kleine spijkertjes (C. van der Meulen’s IJzerhandel, Amsterdam) met zo’n mooi koppie. Sommige spijkerkoppen hebben een leuk profiel dat soms zelfs een beetje doet denken aan de wielmoer van zo’n oude groene MG. Heel geschikt dus, meteen een pond kopen!
Na de inleiding zaten wij even later allemaal een eigen auto van de vooras te ontdoen, waarbij onze docent kritisch toekeek of wij geen materiaal verspilden. Wat ogenschijnlijk nutteloos lijkt, kan later nog altijd van pas komen. Dus voorzichtig zijn met weggooien!  Wij waren in onze nopjes: de investering die wij hadden gedaan voor deze cursus bracht zijn geld wel op! Nadien zaagden wij allemaal een voorasje op maat, waarbij wij heel goed op moesten letten het asje niet te knakken of allerlei braampjes naar binnen te duwen. Om te voorkomen dat de secondelijm alles aan alles plakt, moet er met het wattenstaafje royaal WD40 of olie opgebracht worden waar geen lijm mag komen. Vergeet de naaf niet! Vergeet de lager niet! Nadat het eerste wiel is bevestigd, kan het tweede erop worden geschoven. Is het tweede spijkertje eenmaal in het asje gelijmd dat zit de boel mooi vast. De wieltjes draaien nu onafhankelijk. Waar wij ooit met 14 seconden begonnen, rijden wij nu tegen de zes aan. Mooi met een Hollands Spijkertje!